De kinderen van de Tweede Revolutie

Age 7 in the USSR. Zondagavond, Ned.2 20.41-21.46u. Volgende week zondag: Age 7 in the USA.

In beeld is de zevenjarige Moskoviet Anton, kleinzoon van een oud-redacteur van de Pravda. Vanmiddag zal hij met opa de drieënzeventigste viering van de Oktoberrevolutie bezoeken. Zijn blauwe ogen blikken bijna-vastberaden richting camera. “Wat vind je van de perestrojka?” vraagt een stem op de achtergrond. “Sommige mensen denken dat het zus beter gaat, anderen zo. Beide groepen willen hun zin hebben”, antwoordt hij. “Het draait toch op 'n soort omwenteling uit.”

Wat een leger aan politici en andere Kremlin watchers in november vorig jaar nog niet kon bevroeden, rolt hier als tussenzinnetje uit de mond van een scholier: die perestrojka, dat gaat niet goed, je zal zien dat een van beide partijen de macht grijpt. Het is maar een van de prachtige waarheden uit de Britse produktie Age 7 in the USSR, en niet eens de mooiste of meest lachwekkende.

Age 7, naar een oud idee van regisseur Michael Apted en verfilmd door de Russische cineast Sergej Mirosjnitsjenko, verhaalt van het dagelijks leven van twintig kinderen uit alle windstreken van de Sovjet-Unie. Op een even simpele als briljante manier volgt de camera de kinderen van de perestrojka (de Tweede Revolutie), in hun gewone beslommerinkjes ("Wat vind je van volwassenen?', "Hoe is het op school?') èn in hun kijk op de grote wereld om hen heen ("Zou je in het leger willen?', "Is er een God?', "Wat wil je later worden?'). Bij gebrek aan volwassenen leidt dat tot antwoorden die de realiteit misschien niet helemaal dekken ("Gorbatsjov heeft een moedervlek op zijn hoofd', "Lenin heeft Litouwen gered'), maar wel verbijsteren en ontroeren in hun schoonheid en eenvoud.

“Wie is Lenin?”, vraagt de stem aan de uit Azerbajdzjan gevluchte Pavel, wiens krakkemikkige tent uitkijkt op de laatste rustplaats van de (toen nog) gevierde leider. “Die loopt niet, hij ligt. In het Muizelelum.” “Hij heeft een jas en een broek aan. Of een trainingspak”, weet een ander. En Dima, die kosmonaut wordt, kent z'n geschiedenis: “Onder Lenin ging het beter. Iedereen was vrolijk en had te eten, want de Rode Garde hielp mee om de prijzen laag te houden.” “Dat schreeuwt maar perestrojka!, perestrojka!. Heregod, wat moet je ermee! Laten ze eerst eens zorgen dat er iets te eten is ... kaviaar bijvoorbeeld”, zegt Asja, die zeker weet dat haar vader niet meer van haar houdt, en verder liever dood of naar Parijs wil dan nog langer te moeten leven in haar luxe-appartement tegenover de Hermitage.

Het zijn onvergetelijke beelden van onvergetelijke kinderen die zich amuseren of behelpen met de wereld zoals zij die bevatten. Vrolijke Rita aan het Bajkalmeer. Lieve Marina, het moedertje dat de zorg heeft voor vier kleintjes en later alleen nog maar wil spelen, spelen, spelen. Eigenwijze Katja (“Heb je vriendjes?” “Ik heb alleen mede-planeetbewoners”). En treurige Andrej, de wees die zich een gezin fantaseert en zo dapper op zijn lippen bijt (“Zijn er mensen in je leven van wie je houdt?” “Ja, m'n gezin” “Heb je een gezin?” “Ja” “Wie dan?” “Oma. Broer. Papa en mama zijn dood.”)

Over zeven jaar breken Apted en Mirosjnitsjenko opnieuw even in in het leven van hun twintig koters, om Age 14 in the USSR te kunnen maken. Alles zal anders zijn tegen die tijd. De Unie is al ter ziele, en Gorby's zetel wankelt. Maar laat niemand met zijn tengels aan de kinderbijslag komen.