"De één wil een baan en ik wil gewoon volleyballen'; Klok nooit tevreden met eigen spel

Volleybalbondscoach Harrie Brokking noemt Marko Klok “één brok energie”. De 23-jarige speler uit Monninckendam maakt pas sinds 1 mei deel uit van de nationale selectie en heeft slechts 28 interlands achter zijn naam, maar hij start vandaag (tegen Italië) bij het Europese kampioenschap in Duitsland wel in het basisteam van Oranje. “Ik had verwacht dat ik zeker een jaar nodig zou hebben om een plaats te bemachtigen.”

AMSTELVEEN, 7 SEPT. Toen Marko Klok hoorde dat managers van Italiaanse clubs belangstelling voor hem hebben getoond nam hij snel een zaakwaarnemer in de hand. “Die mensen praten nu eenmaal nooit met de spelers zelf.” Hij vindt de interesse uit het beloofde land voor de volleyballers leuk. “Daar zit je toch een beetje op te wachten.” Maar, voegt Klok er snel aan toe, hij aast ook weer niet bewust op een contract in de bijzonder lucratieve Serie A. “Zoals altijd in mijn carrière laat ik alles op me afkomen. Het gebeurt of het gebeurt niet, klaar.”

Klok viel de Italianen laatst op in het finale-weekeinde van de World League in Milaan. De nieuweling toonde toen veel bravoure en durf. Hij was betrokken bij een achteraf veel besproken incident in de wedstrijd tegen wereldkampioen Italië. Klok zwaaide nadat hij in z'n eentje een smash van topspeler Bernardi had afgeblokt uitbundig met gebalde vuisten in de richting van de tegenstanders en bracht daarmee de Italianen tot razernij. Maar Klok was en is zich van geen kwaad bewust. “Ik heb het er echt niet om gedaan. Ik was gewoon blij met dat blok.”

Thuis bekeek hij de videoband van de wedstrijd en zag dat hij zich al had omgedraaid op het moment dat de Italianen door het net met bijna het schuim om de mond naar hem stonden te loeren. “Ik was alweer met de volgende actie bezig. Ik hoorde ook pas later dat die Italiaanse coach (Velasco, red) zijn middelvinger naar me had opgestoken.” De boosheid van de gekrenkte Bernardi en zijn ploeggenoten duurde tot lang na de ontmoeting. Aanvaller Zorzi siste Klok bij het gebruikelijke handen schudden na afloop toe dat hij pas een grote mond mocht hebben als hij had gewonnen. “Misschien had hij wel gelijk.” Onder de indruk van de Italiaanse intimidatie was Klok zeker niet. “Het kan me niet schelen wat ze doen.”

Bondscoach Brokking zegt “behoorlijk pissig” te zijn geweest op Klok over het voorval. “Klok maakte toen bijna slapende honden wakker.” Nederland had een grote voorsprong op wereldkampioen Italië, leek op een verrassende overwinning af te stevenen, maar verloor alsnog met 3-2. Brokking: “Klok moet zich op zo'n moment gewoon omdraaien en die gebalde vuist naar zijn eigen team maken.” “Dat kan soms niet, hè”, reageert Klok. “Henk-Jan Held draait zich na een geslaagde actie wel meteen om, maar bij hem zit dat er nu eenmaal in. Bij mij niet.” Dus zou zo'n voorval als tegen Bernardi zich kunnen herhalen? “Ja, maar dan weer onbewust.”

Zo'n houding hoort bij Marko Klok. Hij zit vol dynamiet. Klok is volgens Brokking een speler die andere spelers met zijn enthousiasme aansteekt. “Of je gek moet zijn om in het nationale team te spelen?”, herhaalt Klok de vraag. “Misschien, maar dan wel op een gezonde manier gek. Voor mij is het in ieder geval heel gewoon dat ik zo veel train en zo fanatiek ben.” Verscheidene mensen spraken hem er de laatste maanden min of meer verwijtend op aan dat hij zijn studie heeft afgebroken wegens het volleyballen bij Oranje. “Dat is ook zonde”, geeft Klok toe. “Maar niet iedereen is zoals ik en de rest van het team. De één wil een baan en ik wil gewoon volleyballen.”

Het is snel gegaan met Klok. Hij kwam vier maanden geleden nog als spelverdeler bij Brother Martinus in de nationale competitie uit. Nu is hij allrounder in Oranje en worden zijn activiteiten in Italië op de voet gevolgd. Ook voor Klok zelf is die snelle ontwikkeling een verrassing. “Vooral omdat ik een jaar niet had gepasst en had aangevallen.” Klok werd afgelopen seizoen op advies van Harrie Brokking bij Martinus van aanvaller tot spelverdeler omgeturnd. De bondscoach zag in hem voor die positie de mogelijke opvolger van Blangé en Selinger voor de periode na de Olympische Spelen van '92. Maar door de ontwikkelingen bij Oranje bleek Brokking Klok ineens toch als allrounder te willen gebruiken. Dat vertelde de coach de speler en Martinus-manager Van Leeuwen in maart “aan hetzelfde tafeltje in de Bankrashal” waar hij een jaar eerder nog de twee ervan had weten te overtuigen dat Klok beter af was als hij spelverdeler zou worden. Het bleek ook, bekent Brokking, geen makkelijke missie.

Klok zegt nu niet met de verandering van zijn functie te zitten. Hij noemt het jaar spelverdelen geen verloren tijd. Hij vindt in wezen alle posities leuk. Toch lijkt het aanvallen en passen een type als Klok beter te liggen. Het spelverdelen vergt veel meer beheersing van een speler. Nu hoeft Klok zich niet of nauwelijks in te houden. Hij zit dan met wel het probleem dat hij als aanvaller eigenlijk iets te klein is. Klok is 1.93 meter. Zwerver en consorten zijn allemaal twee meter of hoger. Klok zegt dat hij ook best “een centimeter of vijf” langer had willen zijn. “Aan de andere kant hoef ik nu niet steeds voor alles te bukken en kan ik ook in gewone winkels kleren kopen.”

Hij heeft, hoe raar dat in dit geval ook klinkt, leren leven met zijn lengte. De grootste kracht van Klok als volleyballer ligt dan ook bij het verdedigen. Hij vindt dat het leukste om te doen. Een beetje rommelwerk, noemt hij het. “Ik vind het heerlijk om de onmogelijkste ballen van de grond te halen en desnoods kruipend naar de volgende bal te gaan. Ik kan me nog een jaar met Martinus herinneren dat de tegenstanders de bal maar niet op de grond kregen. Dat is heel frusterend. Dan gaan ze nog harder slaan en zich forceren. Daar geniet ik dan van.”

Klok zegt nooit tevreden met zijn spel te zijn. Dat is een goede eigenschap. Brokking vindt dat de speler vooral aan diens “explosieve sprongkracht” moet werken. De coach had na de finale van de World League lange tijd zijn twijfels of Klok over een duidelijke terugslag heen zou komen. “Op de training was zijn passen en verdedigen onder de maat. Pas verleden week donderdag zag ik de oude Klok weer terug.”

Klok aarzelde een half jaar geleden lang of hij op de uitnodiging van de nationale selectie moest ingaan. Hij dacht aan zijn studie fysiotherapie die hij dan moest afbreken en aan zijn club Martinus waarvan hij moeilijk afscheid kon nemen. Bondscoach Brokking kreeg in die periode nog wel eens een telefoontje van Klok die meldde dat hij afzag van een plaatsje in Oranje. “Dan belde hij even later terug om te vertellen dat hij toch weer aarzelde.” Na gesprekken met mensen “die onpartijdig waren en het beste met mij voor hadden”, zoals zijn moeder en een oom, besloot hij toch de stap te wagen. “Ik moest gewoon aan mezelf denken. Ik wil het hoogste bereiken en dat kan momenteel alleen met het Nederlandse team. Als ik het niet had gedaan had ik het gevoel gehad dat ik de boot zou missen.”

Klok hoefde niet te wennen aan de omstandigheden bij het nationale team met de dagelijkse trainingssessies in Amstelveen van zes uur. Hij had al een paar jaar regelmatig meegetraind met de selectie en komt bovendien uit "de school' van Brother Martinus, de club waar zes jaar terug de basis werd gelegd voor het huidige systeem. “Ik ben opgevoed met het idee om steeds maar meer te gaan trainen.” Klok werd als jeugdspeler al af en toe bij het eerste team van Martinus gehaald. Arie Selinger, de vader van het model, was coach en Brokking speelde toen zelf nog. “Ik heb het altijd harstikke mooi gevonden wat ze bij Martinus deden.”

Zijn haardracht heeft hij inmiddels ook al aan die van de rest van het Nederlandse team aangepast. Hij bezocht laatst de kapper en liet zich heel kort knippen. Hij werd er van de ene op de andere dag bijna onherkenbaar door. Klok zegt niet door anderen te zijn beïnvloed om de schaar drastisch in zijn haar te laten zetten. Hij wijst op een foto van filmster Don Johnson. “Zo lang had ik m'n haar ook. Ik wilde het eigenlijk nog langer laten groeien en dacht zelfs aan een staartje.” Later besefte Klok echter dat het met het oog op de vele trainingen en wedstrijden in deze zomer prettiger zou zijn om het haar kort te hebben. “Bovendien wilde ik met dit kapsel voor mezelf aangeven dat die lange voorbereiding op het EK en het EK zelf een hele aparte periode in mijn leven is.”