COOK VERSUS COOK

Thomas Cook; 150 years of popular tourism door Piers Brendon 372 blz. geïll. Secker & Warburg 1991, f 75,60 ISBN 0 436 19993 9

Op 5 juli 1841 verza- melen zich ongeveer vijfhonderd arbeiders en geheelonthouders bij het station van Leicester. Ze worden opgewacht door een fanfarekorps, een nieuwsgierige menigte, en Thomas Cook, evangelist en drijvende kracht achter de plaatselijke geheelonthoudersbeweging. Onder aanvoering van Cook beklimt men de open, kale treincoupés uit die dagen, en daarmee begint de eerste toeristische dagtocht uit de geschiedenis. Reisdoel is Loughborough, een landelijk dorpje op vijftien kilometer afstand. Aldaar trekt de massa naar een park waar broodjes ham worden uitgedeeld. Een genoeglijke middag neemt een aanvang. Het geheelonthouderslied wordt gezongen, bekeerde dronkaards vertellen over hun lamlendige verleden, men speelt cricket en zakdoekje leggen, en Cook houdt een toespraak waarin hij zijn eigen parochie nog eens overtuigt van de gevaren van "Fiend Alcohol' en diens handlanger "the smoky idol tobacco'.

Vijftig jaar later viert de firma Thomas Cook & Son haar zilveren jubileum. Driehonderd prominente gasten, onder wie "princes, peers and excellencies', komen bijeen in het Londense Metropole Hotel. In vele speeches krijgt de firma lof toegezwaaid, en er is zelfs een schriftelijke felicitatie van Gladstone waarin het nationale belang van Thomas Cook & Son wordt benadrukt. John Cook - zelfbewust als hij is - wijst in zijn dankwoord nog eens op de stand van zaken bij zijn imperium: honderdzestig bureaus en agentschappen over de hele wereld, drieduizend man personeel, en een fors kapitaal verspreid over vijfenveertig bankrekeningen (en vader Thomas eindelijk uitgeschakeld, denkt hij er ongetwijfeld bij).

In Thomas Cook, 150 years of popular tourism brengt Piers Brendon de geschiedenis van de reisgigant in kaart, aan de hand vooral van de uitgebreide bedrijfsarchieven. Het onderhoudend geschreven boek - vol citaten en anekdotes - richt zich voornamelijk op de beginjaren van de firma, en de vete tussen vader en zoon Cook die uiteindelijk leidde tot het vertrek van Thomas uit het bestuur.

WORMEN IN DE SOEP

Hoewel Brendon zich bovenal bezig houdt met toeristisch ondernemerschap, gaan de twee belangrijkste trefwoorden in zijn verhaal evenzeer op voor de Victoriaanse samenleving als geheel: organisatie en integratie. Het is het tijdperk van nieuwe, onverwachte mogelijkheden, ontstaan onder meer door betere en snellere vervoermiddelen, de stijgende levensstandaard van de lagere middenklasse, het belang van tijd als preciese oriëntatie voor dagindeling en afspraken (niet voor niets worden in die jaren alle overheidsgebouwen van klokken voorzien), en - specifiek voor ontluikend toerisme - het instellen van vakanties. Het kwam er op aan de mogelijkheden te benutten, en Thomas Cook deed dat op zijn terrein verbluffend. Hij coördineerde dienstregelingen, stemde vervoer en verblijfplaatsen op elkaar af, en slaagde erin om "alles-in-een-pakketten' voor zijn klanten samen te stellen: geheel verzorgde reizen, waarbij de deelnemers alleen maar hoefden te letten op de gedecideerde stem van "general Cook': "Shoulder shawls - pick up carpet bags - quick march!' En daar ging het in stevige pas door de Alpen, de sloppen en stegen van Jeruzalem, of het door Haussmann zojuist gerenoveerde Parijs.

Niet alles verliep aanvankelijk zonder slag of stoot. Vooral op het continent had Cook met heel wat moeilijkheden te kampen: roofzuchtige ("naar tabak en uien ruikende') hotelportiers, onbetrouwbare gidsen, het gesmijt met bagage en - de grootste zorg - het voedsel. Talloos waren de klachten over "stinkende kalfslappen', "bedorven eieren en slootwater', en "rare lange Franse broden'. En dan waren er nog reizigers uit Yorkshire die boos wezen op de wormen (vermicelli) in hun soep. Cook loste dit alles op door het verzorgen van een Cook-standaard-diner, be- staande uit tien op en top Britse gerechten bekroond met plumpudding.

Cook - in de lijn van zijn baptistische overtuiging - zag zijn onderneming hoofdzakelijk vanuit idealistisch oogpunt: reizen als middel om mensen in contact te brengen met andere volken en gewoonten, en aldus begrip en verdraagzaamheid te bevorderen. Het ging hem dan ook niet zozeer om de winsten die hij maakte: die spendeerde hij met gulle hand aan allerlei weeshuizen en drankvrije opvangcentra. Dit tot grote verontwaardiging van zijn zoon John, een harde, om niet te zeggen verbeten zakenman. De tegenstelling leidde tot een jarenlange ruzie. De ware toedracht van alle haat en nijd blijft enigszins onduidelijk, ook al doordat Brendon soms de indruk wekt gegevens achter te houden (en onwillekeurig denk je dan aan de meest vreselijke en traumatische taferelen die zich eens in huize Cook moeten hebben afgespeeld). Overigens ligt Brendons sympathie, evenals in het hele boek, bij de "eerlijke en gevoelige' Thomas. John vindt hij maar een vervelende autoritaire lomperik, zo lees je tussen de regels door (want zoiets mag een biograaf - helaas - nooit hardop zeggen).

ELITE-UITSTAPJES

Dat neemt niet weg dat het John was die de firma uiteindelijk de grootste bloei bracht, mede door het aanboren van een nieuw terrein: elite-uitstapjes voor buitenlandse vorsten. Zo verzorgde hij de Europese reis van een Indiase maharadja tot wiens gevolg tweehonderd knechten behoorden, vijftig wachters, tien olifanten, drieëndertig tamme tijgers, duizend koffers en een houwitser (voor het lossen van saluutschoten). Een soortgelijke opdracht - een bezoek van Keizer Wilhelm aan Palestina - zou John in 1899 noodlottig worden. Hij stierf, slechts zes jaar na zijn vader, aan dysenterie en - vermoedelijk - pure uitputting.

De laatste (korte) hoofdstukken van Brendons boek gaan over de firma in deze eeuw: een reeks overnames, gevolgd door nationalisatie. Begin jaren tachtig komt het bedrijf weer in particuliere handen. Het is de Midland Bank die het roer overneemt, en het is die - gelukkig verre - plaats in het boek waar Brendon opeens een heel wat minder historische toon aanslaat. Want wat vindt hij ze allemaal aardig, behulpzaam, bekwaam en intelligent, die managers van de Midland, en wat hebben ze veel tot stand gebracht. En trots weidt hij uit over allerlei raadselachtige computersystemen (met namen als hoteltech en fastbak) waarmee Cook thans op de wereldmarkt opereert. Jammer zo'n einde, zeker bij een onderwerp als de Cooks waar de derde generatie - ergens dolend nu in het midden van het boek - toch voor een dramatisch slotakkoord had kunnen zorgen: de drie zonen van John, niets-nutten, practical jokers, eendejagers, verzamelaars van kristallen kroonluchters, en... alcohol drinkers.