Business school moet Esten ondernmemingszin bijbrengen

TALLINN, 7 SEPT. De bevolking van Estland, het kleinste van de Baltische landen, kijkt al jaren naar de Finse televisie en weet precies wat het wil. Ook "STER-reclame'. Of anders gezegd: kunnen kopen wat er op televisie wordt aangeboden.

De toekomst lijkt wat dat betreft rooskleurig, met de rijke Skandinavische buren overzee die kansen ruiken voor nieuwe markten. Maar voordat de toekomst kan beginnen, moet eerst de failliete boedel van de planeconomie worden opgeruimd. Het probleem is bekend: de Esten staan dezer dagen bepaald niet alleen met hun economie vol sterfhuisconstructies.

De "wederopbouw' van Estland zal jaren en miljarden vergen. “En denkkracht, durf, ondernemingszin”, vult professor Madis Habakuk aan, “we zullen ook geweldig moeten investeren in menselijk kapitaal”. Habakuk zelf is zo'n ondernemer. Hij "doet' in onderwijs, als directeur van de "Estonian Business School', een geheel op Amerikaanse leest geschoeide onderwijsinstelling in een voormalige Sovjet-republiek.

Afgelopen maandag opende Habakuk het academisch jaar aan zijn school met een opwekkende toespraak over “onafhankelijkheid die ons als zodanig nog geen cent rijker heeft gemaakt”, over “de ballast van de marxistisch-leninistische theoriën” die zijn studenten nu met een gerust hart over boord kunnen zetten en over “de yuppie lifestyle” die ze zich alleen zullen kunnen aanmeten als ze bereid zijn “kei- en keihard te werken”.

Vijftig ernstig kijkende jongeren danken Habakuk met een beschaafd applausje. Zij zijn doordrongen van de ernst van de situatie. Meer dan driekwart van hen wordt volledig gesponsord door hun Estse werkgevers. Vier jaar lang zullen ze mogen studeren tegen 1.500 dollar collegegeld per jaar - een duizelingwekkend bedrag voor Estse begrippen. “Het zal zwaar worden, heel zwaar”, verwacht een student die is afgevaardigd door de nog jonge handelsbank West-Estland. “De Amerikaanse samenleving is hard, het Amerikaanse onderwijs is zwaar.”

Dit collegejaar is het eerste waarin de "Estonian Business School' een volledig voltijds programma aanbiedt voor de BBA-graad (Bachelor of Business Administration). Sinds zijn oprichting in 1988 verzorgde de school alleen "Master'-cursussen, post-academisch en in deeltijd.

Directeur ("president') Madis Habakuk is zelf in de jaren zestig als "industrieel ingenieur' afgestudeerd aan de Technische Universiteit van Tallinn. Van ideologie heeft hij in die jaren weinig last gehad. “Mijn promotor is opgeleid aan de Universiteit van Berkley. Ik heb altijd Amerikaanse studieboeken gebruikt, vrijwel geen Russische.”

Zo'n twintig jaar heeft Habakuk in het buitenland doorgebracht, als "consultant' in onder andere Hongarije, Tsjechoslowakije, Cuba en Ethiopië. In de loop van de jaren tachtig is hij in Tallinn teruggekeerd als docent aan de universiteit. “Ik schrok van het peil van het onderwijs. De helft van het programma was tijdverspilling. Ik heb onmiddellijk contact gezocht met Amerikaanse en Canadese universiteiten om ons onderwijs te vernieuwen.”

Ging dat zo eenvoudig als Habakuk het nu zegt? “Contacten leggen was geen probleem. Ik spreek nu over de jaren 1986, 1987, dank zij Gorbatsjov gingen de deuren steeds verder open. Onder collega's ondervond ik wel veel weerstand. Niet om ideologische redenen, maar gewoon omdat ze tegen veranderingen waren - puur menselijk conservatisme.”

In de zomer van 1988 begon Habakuk als ondernemer de eerste cursussen te geven, in het Engels, studies van drie maanden, gevolgd door drie maanden stage in Canada (York University, Toronto) en de Verenigde Staten (Lutheran Pacific University in de staat Washington) en twee maanden voor het schrijven van een afsluitende scriptie.

Habakuk wist dat er een markt was voor dit onderwijs, maar zegt zelf verbaasd te zijn over de omvang van de belangstelling. “Directeuren van bedrijven maken zich vrij om op Amerikaanse wijze getraind te worden in zaken doen. Onze huidige minister van transport heeft hier vorig jaar een MBA-graad gehaald.”

Studenten krijgen is voor Habakuk geen enkel probleem. “Voor ons nieuwe Bachelor's-programma hadden zich 220 kandidaten aangemeld. We hebben de vijftig besten kunnen kiezen.”

Docenten vinden is moeilijker. “Om voor de hand liggende redenen werk ik vrijwel niet met Estse of Russische docenten: de meesten zijn fout opgeleid, om het zo maar eens te zeggen. De cursussen worden vooral gegegeven door gastdocenten: Amerikanen, Canadezen, Duitsers, Fransen. De belangstelling van hun kant is groot. Men komt graag hier om les te geven en tegelijk zelf studie te maken van de actuele situatie. Mijn grootste probleem is het programmeren van de cursussen. Het ene semester heb ik docenten te veel, het andere te weinig.”

De zwakste schakel bij studenten is op dit moment het niveau waarop zij de Engelse taal beheersen. Habakuk: “Velen struikelen daarop bij het toelatingsexamen. Actief gebruik van het Engels is allerbelabberst ontwikkeld.” Voor de toekomst toont de directeur zich tegelijk optimistisch en pessimistisch. “Het zal in de komende jaren ongetwijfeld hard vooruit gaan met het Engels. Maar wie komt er dan een dag dat ik een toelatingsexamen Russisch moet afnemen.”