"Begeleiding topsporters blijft beneden peil'; Van tienkamper tot spil van sponsoring bij Philips

EINDHOVEN, 7 SEPT. In zijn tijd bestond er nog geen individuele begeleiding van topsporters. Hij zette zijn wekker op half zes om vóór zijn werk nog anderhalf uur te kunnen rennen. Na zijn werk stond hij 's avonds weer een paar uur op de baan om die andere onderdelen van de tienkamp te trainen. Verspringen en kogelstoten deed hij in het bos: in het kuil met wit zand.

En sponsoring? Af en toe opende hij een sportzaak. Dan kreeg hij een polsstok. Soms duwden oom en tante hem honderd gulden in de broekzak: om biefstuk te kopen. Veel trainen en veel vlees naar binnen stouwen: zo werd je in die dagen kampioen.

Maar ook tegenwoordig schiet de individuele begeleiding van topsporters in Nederland nog altijd te kort. Topsporters in Nederland hebben geen status. Ze krijgen te weinig middelen en te weinig ondersteuning. Dat komt omdat overheden en bedrijven niet de handen ineen slaan en omdat sporten zich vaak veel te slecht verkopen. Zegt Eef Kamerbeek, oud-topsporter en lid van de commissie individuele begeleiding van het Nederlands Olympisch Comité. Tot gisteren verdiende hij zijn brood als coördinator sportsponsoring bij Philips Nederland. Een functie die hij noodgedwongen moest afstaan, omdat hij net als al die andere werknemers die ouder zijn dan 57,5, in het kader van de reorganisaties bij Philips werd weggesaneerd.

Kamerbeek spreekt uitsluitend in de meest afstandelijke bewoordingen over dat voortijdig afscheid. Deze rijzige man kan wel tegen een stootje. Hij zal zich nooit laten kennen. In de sportverslagen uit zijn gloriejaren werd hij niet voor niets Ben Hur genoemd. Hij bromt alleen dat het vertrek nou niet bepaald vrijwillig was. Alsof daarmee de zaak is afgedaan: “Je hebt geen keuze.”

Veertig jaar lang heeft hij bij Philips gewerkt. En eigenlijk reikt de band met Philips nog jaren verder. Heeft hij niet twee jaar op de Philips' kleuterschool gezeten en zeven jaar op de Philips' lagere school en vier jaar op de Philips' bedrijfsschool? Kamerbeek is vergroeid met het concern.

Vijf jaar werkte hij al bij Philips toen hij voor het eerst mocht meedoen aan de Olympische Spelen. Melbourne, 1956. Probleem was alleen dat de Spelen pas eind november zouden beginnen. In Nederland zou Kamerbeek vanaf oktober niet meer kunnen trainen. Sporthalllen bestonden er in die tijd nog niet. Dus werd Kamerbeek met nog drie andere atleten al vier weken tevoren naar Australië gestuurd.

Het begin van de Spelen hebben ze niet meer meegemaakt. Op het allerlaatste nippertje trok Nederland zich terug in verband met de Russische inval in Hongarije. Nederlandse sporters zouden niet het hoofd hoeven buigen voor de bloed besmeurde vlag van de Sovjet-Unie. Schrale troost voor het viertal. In het vliegtuig zagen ze nog juist hoe daar beneden de eerste landendelegaties het Olympisch stadion binnenmarcheerden. Kamerbeek: “Dat was verschrikkelijk.”

Vier jaar later in Rome kreeg hij zijn herkansing. Hij werd vijfde, ondanks pech bij het speerwerpen. “Anders was ik in de medialles gevallen.” In 1964, Tokio, had hij “moeten winnen”. “Omdat ik de beste was.” Maar een blessure stelde hem buiten gevecht.

Tijdens zijn sportieve loopbaan is hij twaalf keer achter elkaar Nederlands kampioen tienkamp geweest. Tussendoor veroverde hij ook nog eens achttien nationale titels op andere atletiekonderdelen, zoals de 110 meter horden. In zijn nadagen excelleerde hij zelfs nog bij het discuswerpen en het kogelslingeren “niet omdat ik zo goed was maar omdat er op die nummers zo'n armoe bestond”.

In zijn maatschappelijke carrière heeft hij van al die sportprestaties alleen maar last gehad, zegt hijzelf. Hoewel hij trainde in zijn vrije tijd, werd er aan zijn inzet steeds getwijfeld. Iemand die zo opging in de tienkamp, kon toch geen hart hebben voor de firma? “Ik heb me altijd meer dan anderen moeten bewijzen. Zonder sport had ik het binnen Philips waarschijnlijk verder gebracht.”

Kamerbeek begon als machinebankwerker bij Philips. Werkte zich langzaam op van calculator tot arbeidsanalist, van projectbegeleider tot organisatie-adviseur. Maakte zich de managementtechnieken eigen waaraan het in de sport vaak zo node ontbreekt. Wat was er logischer dan dat Kamerbeek zijn organisatietalent in dienst van de sport zou stellen? Al was het maar als hobby. In de loop der jaren kon de voormalige tienkamer heel wat initiatieven op zijn conto schrijven. Het Sportmedisch Adviescentrum Eindhoven, de Eindhovense Trimloop, jeugd Olympische dagen, een expeditie naar de Himalaya, steeds heeft hij aan de start gestaan.

Toen Philips acht jaar geleden besloot dat er een samenhangende sponsorpolitiek moest komen, kwamen de toenmalige headhunters van de firma automatisch bij Eef Kamerbeek terecht. Dat was voor het eerst dat zijn sportieve verleden in zijn voordeel werkte. Hij zorgde ervoor dat het versplinterde sponsorbeleid werd gecentraliseerd. Dat er duidelijke criteria voor sponsoring kwamen. En evaluaties. En consumentenonderzoeken. Hij zorgde ervoor dat elke gulden die het concern aan sponsoring spendeert, drie tot vier keer terugkomt. In de vorm van produktondersteuning, imageverbetering, relatieversterking en gratis publiciteit.

Hoe groot het bedrag is dat Philips jaarlijks aan sponsoring uitgeeft, wil Kamerbeek niet zeggen. Bedrijven lopen nu eenmaal niet te koop met hun reclamekosten. Dat is bedrijfsgeheim. Kamerbeek zegt alleen dat het om “een fractie van een fractie” gaat van de totale kosten. Wat bij een onderneming als Philips nog altijd een substantiële som oplevert, volgens deskundigen van tussen de 200 en 300 miljoen gulden. Kamerbeek: “Het lijkt alleen maar veel.”

Er zijn eigenlijk maar weinig evenementen die Philips op concernniveau sponsort. Dat zijn dan wel meteen de grote: de Olympische Spelen, de WK en EK voetbal, de WK atletiek. Daarnaast voeren de zestig nationale organisaties van het concern hun eigen sponsoringbeleid, dat wel moet voldoen aan de centrale regels. Wat betekent dat risicovolle sporten worden gemeden, want Philips wenst niet te worden geassocieerd met dood en verderf. Ook gewelddadige sporten zijn taboe, opdat het Philips-embleem op het shirtje niet door bloed wordt besmeurd. Verder sponsort het concern nooit direct personen, want die kunnen aan de drugs raken of in de gevangenis komen of anderszins in opspraak komen.

Desondanks kun je risico's met sponsoring nooit helemaal uitbannen, zegt Kamerbeek. Dat zag je toen PSV twee seizoenen geleden voornamelijk in het nieuws kwam door interne conflicten. Dat zag je nog onlangs toen Philips-dochter PDM dankzij haar wielerploeg in ongunstig daglicht kwam te staan. In beide gevallen zijn afspraken gemaakt om herhaling te voorkomen. Kamerbeek wil daar niet te veel over zeggen. Het komt er op neer dat binnenskamers beter orde op zaken wordt gesteld.

Niet voor alle sponsoractiviteiten geldt dat ze rendabel moeten zijn. Kamerbeek noemt de individuele ondersteuning van topsporters bij voorbeeld “een sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheid van de onderneming”. Zes jaar lang heeft Philips als hoofdsponsor van het Nederlands Olympisch Comité jaarlijks 1,25 miljoen gulden op tafel gelegd. Een bedrag dat het afgelopen jaar door de financiële problemen van de onderneming noodgedwongen tot 300.000 gulden werd teruggebracht. Dat is eentiende van de circa drie miljoen gulden die in Nederland voor de begeleiding van topsporters beschikbaar is, zegt Kamerbeek. Terwijl er zo'n twaalf miljoen gulden nodig is. “Nu vallen er nog heel veel topsporters buiten de boot. Topsporters die er door de beperkte middelen nooit zullen komen. Topsporters die zijn gedwongen om te kiezen voor een maatschappelijke carrière.”

Kamerbeek zegt dat met een soort speciaal werkgelegenheidsplan alle topsporters van Nederland zouden kunnen worden geholpen. Om optimaal te sporten en daarnaast te studeren en werkervaring op te doen. Misschien een taak voor Kamerbeek zelf? Hij lacht alleen maar. Eerst wil hij zijn pas verworven vrije tijd benutten voor de verbetering van zijn golf-handicap.

De tien geboden van Philips

Philips hanteert bij de toewijzing van sponsorgelden tien criteria:

1. Elk sponsorship wordt beoordeeld door een team van deskundigen in de sponsoring-commissie. 2. Het sponsorship moet commerciële waarde hebben: de investering moet omzet genereren en voldoen aan de doelstellingen. 3. Sponsoring moet resulteren in: a. een redelijke hoeveelheid free publicty naar de juiste doelgroep; b. goodwill en p.r. voor Philips; c. promotie voor produkten van Philips. 4. Sponsoring moet bij voorkeur geschieden met produkten en technische ondersteuning. 5. Philips sponsort bij voorkeur evenementen of projecten, geen individuen. 6. Om financiële-sociale afhankelijkheid te voorkomen, sponsort Philips in principe geen teams. 7. Philips sponsort geen sporten of evenementen die potentieel gevaar opleveren voor lichamelijk letsel. 8. Door Philips gesponsorde evenementen dienen een politiek neutraal karakter te hebben. 9. Evenementen van nationaal belang worden bij voorkeur gesponsord in samenwerking met nationale co-sponsors. 10. Bij sponsoring-projecten van sociale, culturele of charitatieve aard is de return-on-investment van secundair belang.