Argentinie; Snijden in het zitvlees

Hoe goed is het geheugen van de Argentijnse kiezers? President Carlos Menem mag hopen dat zij alle schandalen waarin hij het afgelopen jaar hoofd- en bijrollen heeft gespeeld voor even vergeten en slechts oog zullen hebben voor de recente economische opleving.

Een maand geleden stond zijn peronistische Justicialista-partij nog op een achterstand, vooral omdat de president er maar niet in slaagde de geur van corruptie weg te wuiven. Hij had een raceauto als relatiegeschenk geaccepteerd; zijn schoonzuster en zwager, beide in overheidsdienst, zouden betrokken zijn bij de smokkel van cocaïne; en bovendien toonde de president keer op keer in het openbaar maling te hebben aan de huwelijkse plichten.

Bij de campagne voor de komende verkiezingen - waarbij onder meer twaalf provinciale gouverneurs gekozen worden - aarzelden de partijstrategen aanvankelijk dan ook terecht om deze verkiezingen voor te stellen als een toetssteen voor de nationale politiek. Volgens de jongste opiniepeilingen kan Menem echter gerust zijn: de achterstand is ingelopen, en misschien zelfs een voorsprong geworden. Zelfs een overwinning in de provincie Buenos Aires ligt binnen de mogelijkheden.

Argentinië behoorde - met Brazilië - traditioneel tot de slechte leerlingen van de klas. De jongste cijfers mogen daarom opzienbarend heten. De Argentijnse inflatie, die begin dit jaar nog 325 procent bedroeg, is nu twintig procent, wat naar Latijns-Amerikaanse maatstaven acceptabel is. De dagelijkse omzet op de beurs van Buenos Aires is vertienvoudigd tot ruim tachtig miljoen dollar; de kapitaalvlucht is afgenomen, evenals de buitenlandse schuld. Blijkbaar boezemt de Argentijnse economie weer vertrouwen in.

Die resultaten, die ogenschijnlijk meer inhouden dan de gebruikelijke korte opleving die alle hervormingsprograma's aanvankelijk te zien geven, zijn vooral het werk van de in januari aangetreden minister van economische zaken Domingo Cavallo. Deze heeft daarbij risicovolle maatregelen genomen, zoals het bevriezen van privékapitaal waarmee gespeculeerd zou kunnen worden op de koers van de austral. Maar ondanks de lust van het ogenblik, is het de vraag of men ook bereid is de lasten te blijven dragen. Sommige van Cavallo's plannen snijden diep in het Argentijnse zitvlees en een aantal belangengroepen volgt zijn bewegingen daarom met argusogen.

Zo zet de vrijhandelspolitiek onder meer kwaad bloed bij de autoindustrie, omdat Cavallo heeft aangekondigd het komend jaar op grote schaal auto's uit Japan te zullen importeren, terwijl plaatselijke fabrieken niet meer dan twee of drie nieuwe modellen op de markt mogen brengen. Ook de metaalvakbonden zullen niet afwachtend toezien wanneer de noodlijdende staalindustrie Somisa geprivatiseerd wordt, zoals hij heeft aangekondigd. Hetzelfde geldt voor de spoorwegen. Met enkele maatregelen - zoals massale ontslagen bij de nationale bank en een beknotting van de macht van de vakbonden - wacht Cavallo daarom voor de zekerheid nog even tot na de verkiezingen.

Een andere - en zeker niet de minste risiscofactor - vormen de militairen. Cavallo heeft hun de Condor-raket afgepakt, wat hun trots heeft gekrenkt, iets waarvoor Argentijnse militairen aantoonbaar gevoeliger zijn dan elders. Bovendien heeft Cavallo zich slechts bereid verklaard hun weddes te verhogen, wanneer het leger akkoord gaat met een reductie van zo'n procent. Sommige officieren en onderofficieren mokken openlijk, wat een ongunstig voorteken is, omdat zij en bloc kunnen stemmen op individuele kandidaten als de voormalige carapintada-rebel Aldo Rico of dissidente peronisten als Saúl Ubaldini en Herminio Iglesias (voor wie de katholieke kerk een stemadvies heeft uitgebracht).

Dergelijke onberekenbare factoren zullen naar verwachting eerder Menems peronisten treffen, dan de grootste oppositiepartij, de radicale UCR. Deze heeft overigens laten doorschemeren niet bij voorbaat afkerig te zijn van een peronistische overwinning in Buenos Aires. Cavallo's programma is nog verre van voltooid en de laatste fase zal het pijnlijkst zijn. In de hoofdstad , waar meer dan de helft van alle Argentijnen woont, zal dat daarom het hardst aankomen en op termijn een grotere winst voor de UCR opleveren, zo is daarbij de redenering.