"Als we niets doen, weten we zeker dat het moorden doorgaat'; Rol EG bij de Balkancrisis begon zo mooi

DEN HAAG, 7 SEPT. “Wie de Nobelprijs voor de vrede wil winnen, heeft nu de kans van z'n leven. Voorstellen? Kom maar op.” De woordvoerder van de Britse minister Douglas Hurd (buitenlandse zaken) daagt op sarcastische toon de wachtende journalisten uit. Het is 6 augustus, de gevechten in Joegoslavië gaan tegen alle afspraken in gewoon door. De EG-ministers beraadslagen in de Van Kleffenszaal op het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. Van den Broeks collega's dringen er op aan de speciale afgezant Henri Wijnaendts maar weer naar het crisisgebied te sturen. De zaak lijkt hopeloos, maar de Europese Gemeenschap heeft zichzelf nu eenmaal met overtuiging in de Joegoslavische crisis gestort; opgeven zou de zaak slechts verergeren.

In Joegoslavië proberen gewapende Servische eenheden, gesteund door federale eenheden, de niet-Servische bewoners in het grensgebied van Kroatië te verdrijven. Kroatische milities overvallen Servische dorpen. Sinds op 28 juni de eerste ministerstrojka naar Joegoslavië werd afgevaardigd, zien de ministers geen wezenlijke verbetering. En dat is vandaag, op de dag dat de vredesconferentie in Den Haag begint, niet veranderd. De ambiance van het Vredespaleis is indrukwekkend, maar de materie is nog even weerbarstig als op 28 juni en 6 augustus: vrede is nog ver weg.

De betrokkenheid van de EG bij de nieuwe Balkancrisis begint zo mooi. Op de EG-top in Luxemburg eind juni besluit men, de mondiale kritiek op de besluiteloosheid in de Golfcrisis nog in het geheugen, eensgezind tot een krachtig gebaar. Er wordt een ministerstrojka met Jacques Poos van Luxemburg als voorzitter op een vliegtuig naar Belgrado gezet. Hans van den Broek en Gianni de Michelis van Italië gaan mee.

Het wordt een tumultueuze reis. Het toestel zit volgepakt met journalisten; spannende ingrediënten zijn er genoeg: nachtelijke bijeenkomsten, scheldpartijen tussen de Joegoslavische groeperingen, ultimata en een uiteindelijk succes: Slovenië en Kroatië zijn bereid hun eenzijdig verklaarde onafhankelijkheid drie maanden te bevriezen, het federale leger zal zich terugtrekken in de kazernes en Servië zal de Kroaat Stipe Mesic nu toch als federaal president accepteren.

In de nacht keren de ministers tevreden naar Luxemburg terug, om nog op zaterdagmorgen 29 juni verslag te kunnen uitbrengen aan de regeringsleiders. In de gang naar de vergaderzaal zegt Van den Broek beroepsmatig onderkoeld tegen een barricade van camera's: “Ik ga ervan uit dat er tekenen van hoop zijn, maar dezer dagen zal moeten blijken of beloften worden nageleefd”. Terwijl de EG-top verder vergadert, geven de partijen in Joegoslavië zich over aan een kakafonie van interpretaties. Vierentwintig uur later is de trojka al weer onderweg. De missie dreigt nu rigoureus met stopzetting van de financiële hulp, in totaal een kleine drie miljard gulden.

Voor het eerst blijken ook in EG-kring duidelijke verschillen van opvatting te bestaan over de toekomst van Joegoslavië. Minister Genscher staat onder sterke druk van de CDU en de publieke opinie om aan te dringen op erkenning van Slovenië en Kroatië. Dat wordt dan ook zijn marsrichting. Van den Broek verschilt tot op de huidige dag daarover met de Duitse minister van mening, doorgaans gesteund door Londen en Parijs.

De eisen van de tweede trojka worden ingewilligd. Veel betekenis heeft dat echter opnieuw niet. De verkiezing van Stipe Mesic tot federaal president kan inderdaad plaatsvinden, maar de federale legerleiding weigert de troepenterugtrekking uit Slovenië te voltooien. Het gevaar van burgeroorlog blijft bestaan.

Op 7 juli gaan Van den Broek, Poos en het nieuwe trojkalid Joao de Deus Pinheiro van Portugal naar het eiland Brioni in de Adriatische Zee. Deze derde missie heeft tot doel “te helpen bij het zoeken naar vreedzame en blijvende oplossingen om een burgeroorlog te voorkomen”. Dreigen met erkenning van onafhankelijkheid, zoals Genscher graag had gezien, staat nog niet op de agenda, tot tevredenheid van Parijs en Madrid.

Onder auspiciën van de EG-ministers wordt het "Akkoord van Brioni' gesloten. Daarin wordt een regeling getroffen voor bewaking van de Sloveense grenzen, terwijl de bevriezing van de onafhankelijkheid wordt bevestigd. Er mogen dertig tot vijftig waarnemers naar Slovenië. Een omissie is, dat er géén regeling voor waarnemers naar Kroatië wordt getroffen. Vóór 1 augustus zal een vredeconferentie bijeenkomen, zo wordt tenslotte afgesproken.

Het Joegoslavische lid van de VN-commissie voor de Rechten van de Mens, Vojin Dimitrijevic, geeft de volgende dag al de scepsis weer die er zowel in Joegoslavië als daarbuiten over "Brioni' bestaat. “Een akkoord, zoals dat van Brioni, heeft hoegenaamd niets te betekenen zolang de betrokken partijen elkaar niet vertrouwen.” De eigenlijke oorlog, tussen Serviërs en Kroaten, begint zich steeds meer af te tekenen.

Nieuw spoedberaad van de EG-ministers. Ter voorbereiding van de waarnemersmissie stuurt men een ambtelijke trojka, terwijl wordt besloten tot een onmiddelijk ingaand wapenembargo tegen Joegoslavie. Genscher verklaart opnieuw dat bij voortgaand geweld aan Slovenië en Kroatië “erkenning in het vooruitzicht moet worden gesteld”. Den Haag vreest voor escalatie van geweld als dat nu al gebeurt. Van den Broek laat herhaaldelijk weten alleen erkenning te willen, als de Joegoslavische partijen in vreedzaam overleg bepalen uit elkaar te gaan.

Voorstellen tot uitbreiding van het waarnemersmandaat ook tot Kroatië stuiten zowel 24 juli, tijdens een bijeenkomst van hoge ambtenaren in Den Haag, als 30 en 31 juli, als de twaalf ministers van de EG elkaar in Brussel ontmoeten, op dezelfde problemen. De situatie is uiterst gespannen en gewelddadig, deGemeenschap vreest voor de veiligheid van haar waarnemers. Het eventueel sturen van een eigen troepenmacht wordt, met de woorden van minister Hurd, als “onzinnig” afgedaan.

“Men moet doen wat men kan en zich niet laten ontmoedigen door tegenslagen”, zegt minister Van den Broek als hij op 2 augustus met zijn vierde trojka naar Joegoslavië vertrekt. Het begrip "tegenslag' is een understatement; geen enkele afspraak heeft eigenlijk langer dan een paar uur gewerkt. Het doel van de missie om een bestand te bereiken is mislukt door toedoen van Servië. Het is tegen interventie van buitenlandse waarnemers in de Kroatische gebieden, waar de Servische minderheden wonen. Minister Van den Broek is bij terugkeer zeer teleurgesteld. Hij suggereert het bijltje erbij neer te gooien, zeer tot ongenoegen van de Duitsers.

Nadat op 15 augustus opnieuw een ultimatum is verlopen, wordt de toon van de EG tegen Servië scherper. Van den Broek zegt op 20 augustus tijdens een bijeenkomst met de ministers (over de coup in de Sovjet-Unie) dat hij nooit met geweld tot stand gekomen grenswijzigingen zal accepteren. Een week later, als in Brussel opnieuw over de Sovjet-Unie wordt gepraat, geven de ministers - aan het diner - de Joegoslaven nog één kans. Als er geen staakt-het-vuren komt en geen vredesconferentie, dan zal “internationale actie” worden ondernomen.

Tot die actie hoort als verst strekkende maatregel, zo blijkt later, erkenning van Kroatië en Slovenië, deze keer op het lijstje gezet door Van den Broek. Op 1 september vertrekt de Nederlandse minister alleen naar Joegoslavië, nadat hij van Wijnaendts aanwijzingen heeft gekregen dat ook Servië bereid is de EG-voorstellen te aanvaarden. Alle partijen gaan akkoord met een onmiddellijk staakt-het-vuren, met waarnemers op Kroatisch gebied en met een vredesconferentie.

Als de ministers op 3 september de dag van vandaag aanwijzen als datum voor die conferentie, is het staakt-het-vuren al weer geschonden. Niettemin blijft de meerderheid voorstander van voortzetting, in de hoop de Joegoslavische partijen centimeter voor centimeter te committeren aan een duurzame vrede in het land. “Als we niets doen, weten we zeker dat het moorden doorgaat”, zegt een hoge diplomaat die alle trojka's tot nu toe heeft begeleid.

(Met medewerking van Martine Kleij)