Wayne Eagling, de nieuwe leider van het Nationale Ballet; Dit is een gesloten bolwerk

De benoeming van de Canadees Wayne Eagling tot artistiek leider van Het Nationale Ballet was vorig jaar een grote verrassing. Zijn leven koerste tot op dat moment niet onstuitbaar af op het leiderschap van een groot balletgezelschap. Vorige maand trad hij officieel in dienst van Het Nationale Ballet na een onbezoldigde voorbereiding van een jaar. “Ik moet op zijn minst de tijd krijgen om vergissingen te begaan, fouten te maken”

Ontspannen wiegt hij mee op de klanken van de muziek van Erich Wolfgang Korngold. Daarop gaat hij Robin Hood zetten, zijn eerste choreografie voor Het Nationale Ballet, zijn nieuwe werkkring. Een verhalend ballet, want “verhalen hóren bij dans”. Zich zichtbaar bewust van zijn controversiële mening, zegt hij vastberaden: “Met dans kun je meer zeggen dan met woorden, het is een universele taal. Begrijp me goed: ik heb niets tegen abstract ballet maar ik hou meer van de verhalende dans. Daarop stoelt het klassieke ballet en daartoe heeft het publiek zich altijd het meest aangetrokken gevoeld.”

Even tevoren heeft Wayne Eagling het geluidsbandje met Korngolds muziek opgevist uit een wanordelijke weekendtas. In zijn zojuist betrokken kamer in Het Muziektheater, tot vorige maand het domein van oud-artistiek leider Rudi van Dantzig, liggen her en der kledingstukken. Hij kampeert nog een beetje, heen en weer pendelend tussen een voorlopige huurwoning in Amsterdam, Het Muziektheater en zijn huis in Londen. Dat houdt hij aan. Just in case, voegt hij er, zijn bezoeker te vlug af, aan toe.

De benoeming, een jaar geleden nu, van de Canadees Wayne Eagling (40) tot artistiek leider van Het Nationale Ballet was een grote verrassing - niet in de laatste plaats voor de direct betrokkenen. Het leven van de sterdanser Eagling, die zich pas te elfder ure, na het verstrijken van de sollicitatietermijn, kandidaat stelde, koerste tot op dat moment niet onstuitbaar af op het leiderschap van een groot balletgezelschap. Kennelijk was slechts iemand met een min of meer blanco staat van dienst onomstreden genoeg om een eind te kunnen maken aan een pijnlijke opvolgingsprocedure, die zeven jaar daarvoor, toen Van Dantzig enigszins prematuur zijn terugtreden bekend maakte, begonnen was. Twee door de scheidende leider zelf uitgekozen kroonprinsen, Henny Jurriëns en Han Ebbelaar, dansers bij het gezelschap, vonden uiteindelijk geen genade in de ogen van het bestuur. Ebbelaar, die zich al geruime tijd ingewerkt had, weigerde te voldoen aan het verzoek te solliciteren. Hij vond terecht dat zijn kwaliteiten bekend waren.

Van Dantzigs opvolger is zich, na een jaar van onbezoldigde oriëntatie en voorbereiding, bewust van de moeizame voorgeschiedenis van zijn benoeming. “Het valt mensen altijd moeilijk de kwaliteiten te onderkennen van degenen die zij allang kennen. Van een onbekende kennen zij de vervelende eigenschappen nog niet. De opvolging van Van Dantzig moet voor de betrokkenen een nachtmerrie zijn geweest, maar ik zie er ook een soap-opera in: het is bijna grappig om te zien hoe bepalend kleine wrijvinkjes en botsinkjes tussen individuen kunnen zijn voor het grote geheel. Ik geef me overigens niet over aan een al te grondige analyse, want ik ervaar al die perikelen hoe dan ook niet speciaal als een waarschuwing. Dit soort mechanismen is overal aan de orde, kijk maar naar de Sovjet-Unie.”

Ervaring

Wayne Eagling werd geboren in Montreal, maar verhuisde al snel met zijn ouders naar Californië. Daar werd hij door zijn danspedagoge Patricia Ramsey (“We waren allemaal verliefd op haar”) op vijftienjarige leeftijd naar voren geschoven, toen het Engelse Royal Ballet op tournee was in Los Angeles. “Voor mij was ballet een soort gymnastiek, waar ik graag aan meedeed, omdat er veel op het strand getraind werd. Ik was er, ondanks die niet helemaal oprechte belangstelling, goed in. Ik heb een gemakkelijk lijf.” Men zag wat in hem en hij brak prompt zijn highschool-opleiding af, vertrok naar Engeland en werd leerling op White Lodge, het opleidingsinstituut van het Royal Ballet. Daar vond de jonge Eagling het vreselijk, maar toen hij eenmaal deel uitmaakte van de groep en in de buurt kwam te verkeren van Margot Fonteyn en Rudolf Nureyev begon hij “de dans als mijn bestemming” te ervaren en het gezelschap als zijn familie. Hij bleef er zijn hele danserscarrière, drieëntwintig jaar lang, tot vorige maand. Na drie jaar al werd hij solist en twee jaar later verwierf hij de in Nederland onbekende toprang van principal. Hij danste alle grote rollen van het klassieke repertoire, van Prins Siegfried in Het zwanenmeer tot Albrecht in Gisèle. Daarnaast vervulde hij hoofdrollen in balletten van Ashton, MacMillan, Van Manen, Tetley, Balanchine en van vele andere twintigste-eeuwse meesters.

Zelf maakte Eagling - en hij somt de titels kort na het begin van het gesprek op - een tiental choreografieën, twee (Frankenstein en The Beauty and the beast) voor het Royal Ballet, de overige elders, onder meer voor televisie- en operaprodukties. Twee jaar geleden verzorgde hij de choreografische omlijsting van The Wall Concert, in Berlijn, in samenwerking met de popgroep Pink Floyd. Gezien deze activiteiten zegt Eagling de door hem gesignaleerde verbazing en ook wel verontwaardiging over zijn benoeming niet zo goed te begrijpen.

“Afgezien van artistieke ervaring heb ik ook organisatorische kennis opgedaan. Ik heb jarenlang tournees georganiseerd met solisten van het Royal Ballet en in die zin had ik al een eigen groep. Ook heb ik geleerd met subsidiënten en overheden om te gaan, omdat ik veertien jaar lang, als gekozen vertegenwoordiger, betrokken ben geweest bij het loonoverleg. En in die hoedanigheid heb ik mij ook ingezet voor een verbetering van de pensioenvoorziening voor dansers. Naar mijn gevoel is een artistiek leiderschap dus wel degelijk een logische etappe in mijn loopbaan, al had ik niet gedacht meteen al bij zo'n groot gezelschap te belanden.”

Eenheid

Volgens Eagling behoort Het Nationale Ballet tot de tien belangrijkste balletgezelschappen van de wereld. Deze mening weerhoudt hem er niet van het als zijn taak te beschouwen zijn nieuwe werkkring “weer op de wereldkaart te plaatsen”. Afgelopen zomer was het gezelschap voor het eerst sinds lange tijd weer eens in het buitenland te zien, in Londen, met Romeo en Julia. Het uitbrengen van dergelijke romantisch-klassieke balletten is een van de drie taken die Het Nationale Ballet traditiegetrouw vervult. De twee andere "pijlers' zijn het klassiek-moderne repertoire, waarvan vooral Balanchine een belangrijke vertegenwoordiger is, en hedendaagse creaties van eigen en uitgenodigde choreografen. Omdat naar zijn inzicht het moeilijk is alledrie taken tegelijkertijd evenveel aandacht te geven, wil Eagling de komende seizoenen de nadruk op de laatste twee leggen.

“Er wordt veel geklaagd over het gebrek aan stilistische eenheid in het gezelschap en ik begrijp die klacht wel. Het Royal Ballet heeft maar één soort danser in huis: de puur academische, veelal afkomstig uit de eigen school. Hier ligt dat anders, omdat het repertoire zo divers is. De dansers hier dansen me te veel zoals zij het op hun verschillende scholen geleerd hebben. Daarom moet de casting preciezer geschieden: wie uitblinkt in Het Zwanenmeer, doet dat niet noodzakelijkerwijs ook in een Graham of Ashton. Een arabesk verschilt van stijl tot stijl.

“Ik wil niet één stijl voor het hele gezelschap, maar ik wil wel dat de dansers zich bewust zijn van de stijl van het uit te voeren werk. Ik heb nog niet veel gezien van Het Nationale Ballet, maar Balanchine's Violin Concerto bij voorbeeld wordt naar mijn smaak niet puntig genoeg uitgevoerd. Ik wil dat niet alleen, zoals voorheen, vertegenwoordigers van de Balanchine Trust hier komen om het werk in te studeren, maar ook dat docenten van het New York City Ballet les komen geven. Dan alleen gaat die ene specifieke stijl de dansers in het bloed zitten.”

Eagling zegt er zeker van te zijn de koers van het gezelschap naar zijn inzichten te kunnen verleggen. Dat is ook nodig, denkt hij. “Ik weet dat er een vertrouwenscrisis bestaat of bestaan heeft tussen de leiding en de dansers. De leiding moet weer weet krijgen van de dagelijkse sores van de dansers, zodat we alert kunnen reageren als er iets mis gaat. Ik heb mij voorgenomen altijd eerlijk te zijn: het is veel pijnlijker als je ten onrechte gewekte verwachtingen niet nakomt dan wanneer je vanaf het begin duidelijk bent. Hetzelfde geldt voor de buitenwacht. Het Nationale Ballet is naar mijn indruk een gesloten bolwerk. Dat wekt wantrouwen en dat vreet door. Het is veel beter open te zijn, al moet je soms noodgedwongen inderdaad discreet zijn.”

Contractduur

Wat voor de werkmethoden en sfeer geldt, gaat niet op voor de programmering. Het grootste gedeelte van Eaglings contractperiode - drie jaar - is al geprogrammeerd door zijn voorganger Van Dantzig. De komende tijd gaat het gezelschap vooral putten uit het repertoire met werken van Forsyth, Van Dantzig, Van Schayk, Jooss, Balanchine, Brandsen en Van Manen. Aan die lijst heeft de nieuwe artistiek leider alleen werk van Ashley Page en Frederic Ashton kunnen toevoegen, en enkele plannen, zoals een co-produktie met een Engelse rockgroep in de Rotterdamse Ahoy-hallen.

Hij neemt hij de duur van zijn contract niet serieus. “Ik moet op zijn minst de tijd krijgen om vergissingen te begaan, fouten te maken. Zelfs daarvoor zijn die drie jaren te weinig, laat staan voor het uitstippelen van een artistiek beleid. Ik ben er dan wel mee akkoord gegaan, maar over de duur van mijn contract moet opnieuw gepraat worden.”

Betreurt hij het misschien ook akkoord te zijn gegaan met het aanblijven van de beide huischoreografen Rudi van Dantzig en Toer van Schayk? Het is een publiek geheim dat de gedoodverfde opvolger, de Deen Ib Anderson, uiteindelijk niet benoemd werd, omdat hij die voorwaarde onaanvaardbaar vond. Eagling: “Hun aanblijven was inderdaad een kwestie waarover niet onderhandeld kon worden. Over het laatste werk van Van Schayk, Pyrrhische dansen IV, was ik niet enthousiast, maar voor het overige ken ik hun werk nauwelijks, dus ik kon er ook geen bezwaar tegen maken. Van Dantzig staat geloof ik niet te popelen om nieuw werk te maken: het is tenslotte zijn beurt om een beetje op het strand te gaan zitten. Mocht hij wel plannen hebben, dan zal ik die welwillend bekijken, maar het staat mij, voorzover ik weet, vrij te besluiten die niet te honoreren. Anderzijds vormen Van Schayk en Van Dantzig na al die jaren een onlosmakelijk deel van Het Nationale Ballet.”

Hans van Manen, die tot 1987 huischoreograaf was bij Het Nationale Ballet en naar het Nederlands Dans Theater vertrok omdat hij maar één ballet per jaar mocht maken, hoort in de ogen van Wayne Eagling overigens even onlosmakelijk bij het gezelschap. “Ik geloof dat de directe aanleiding voor Van Manens vertrek was dat hij geen kamer had toegewezen gekregen hier in het Muziektheater. Welnu: hij kan de mijne krijgen. Ik bedoel maar te zeggen dat voor Van Manen de deur wagenwijd openstaat. Hij mag incidenteel werk komen maken of voorgoed terugkomen - wat hij maar wil. Het Nationale Ballet moet hoe dan ook een substantiële bijdrage leveren aan het hommage-programma dat het Holland Festival volgend jaar aan hem wijdt. We maken in diezelfde tijd een tournee naar Rusland, maar even belangrijk vind ik dat we twee avonden minimaal drie van de vier werken van het verlanglijstje van het Holland Festival uitvoeren.”

Op het verlanglijstje dat Het Nationaal Ballet vorige maand zelf bekend maakte, staat vier miljoen gulden extra subsidie. Eén miljoen is bedoeld om een structureel tekort te dichten, een tweede miljoen om de steeds duurdere gages van externe choreografen te kunnen bekostigen. De aanvraag van de resterende twee miljoen past in een landelijke actie van alle dansgezelschappen de lage salarissen van dansers verhoogd te krijgen. Het onlangs verschenen rapport Dansen voor je leven toonde aan dat dansers over het algemeen een derde minder verdienen dan collega's in het buitenland en musici en acteurs in Nederland.

De vorige artistiek leider Van Dantzig vond de salariskwestie altijd van ondergeschikt belang, anders dan Eagling, die in zijn nieuwe functie overigens een derde minder verdient dan als sterdanser van het Royal Ballet. “Dansers dansen niet voor het geld: gezien de offers die zij moeten brengen voor een onverbiddellijk korte carrière, worden zij toch nooit genoeg betaald. Dat neemt niet weg, dat de schrijnendste verschillen met vergelijkbare beroepen opgeheven moeten worden. Ik vind een redelijke salariëring wel degelijk van belang, al was het maar uit het oogpunt van concurrentie. Talent werkt graag voor een boeiend gezelschap, maar een even boeiend ander gezelschap dat meer betaalt heeft uiteraard een grotere aantrekkingskracht.”