Volkscongres werd voor het blok gezet

MOSKOU, 6 SEPT. Het Congres congresseerde niet. Het Congres danste niet eens. Het Congres was vooral verbluft. Het was een van de belangrijkste sessies van het Sovjet-parlement sinds de grondwetgevende vergadering in 1918 door de bolsjewieken uiteen werd gedreven. “Het moment van de waarheid”, zoals de verguisde "zwarte kolonel' Viktor Alksnis het zei. En hij gebruikte daarbij ook nog eens het echte woord voor waarheid en niet dat van de "pravda'.

In de vier dagen dat de volksvertegenwoordiging deze week bijeen kwam, vergaderden de afgevaardigden nog geen elf uur met elkaar. De gedeputeerden werden continu door president Michail Gorbatsjov voor intern beraad de plenaire zaal uitgestuurd. Het gewone voetvolk vertoefde derhalve meer in het buffet van het congrespaleis, waar al maanden geen zwarte of zelfs rode kaviaar meer te krijgen is, rondom het Kremlin of in de stad voor boodschappen.

En toch was het geen slecht congres, zoals partijvoorzitters altijd plegen te zeggen als een kwart van de leden zich met ruzie uit de voeten heeft gemaakt. De bijna tweeduizend afgevaardigden, die voor het Volkscongres naar Moskou waren gekomen, werden zo goed als volledig buiten de meningsvorming gehouden. Maar ze namen intussen wel besluiten. Ze hieven de Sovjet-Unie op en schiepen staatsstructuren die zo flexibel zijn dat ze nog alle kanten (uiteraard inclusief de dramatische) kunnen opvallen.

De sessie ging dan ook in symbolische sfeer uiteen. Zelfs het volkslied werd niet meer gespeeld. Want als straks het nieuwe Unieverdrag daadwerkelijk zal zijn getekend, heet het land niet meer "Unie van Socialistische Sovjet-Republieken' (USSR) maar "Unie van Soevereine Staten' (USS). “De Unie is dood, leve de Unie”, riep de Leningradse burgemeester Anatoli Sobtsjak vrolijk en met historisch besef uit toen alles voorbij was.

De parlementariërs lieten zich echter toch ook weer niet geheel uitspelen. Als het aan de presidenten onder leiding van de Russische leider Boris Jeltsin had gelegen, zou het Volkscongres zich tot op de komma nauwkeurig hebben opgeheven. Dat nu ging hen te ver. De gedeputeerden wensten zich het recht voor te behouden om nog een keer bij elkaar te kunnen komen. Ieder kreeg aldus zijn deel.

Maar deze laatste daad van verzet viel uiteraard in het niet vergeleken bij de werkelijke strijd die op het Volkscongres achter de schermen werd gevoerd. Dat was het gevecht tussen de presidenten van de republieken en de opinionleaders in het parlement. Aanleiding was het akkoord dat Gorbatsjov, Jeltsin en de andere presidenten zondagnacht hadden bereikt, een waarlijk revolutionair akkoord omdat daarin elke vorm van staatkundige continuïteit om zeep werd geholpen. Als het aan deze leiders had gelegen, was alles afgeschaft wat de Sovjet-Unie tot nu toe had. Volgens dat eerste plan, dat maandag gepresenteerd werd door de Kazachstaanse president Noersoeltan Nazarbajev, zou de uitvoerende macht in handen komen van een Staatsraad onder leiding van Gorbatsjov. De controlerende macht zou worden overgedragen aan een "Raad van vertegenwoordigers' uit de republieken. De deelstaten zouden in dit nieuwe orgaan met elk twintig representanten op voet van kwantitatieve gelijkheid zijn vertegenwoordigd.

Dat was menigeen te dol. De onderhandelingen begonnen. De Russen sleepten er onder leiding van Jeltsin, die zondag een taxatiefout had gemaakt door in te stemmen met het oorspronkelijke voorstel, een eigen positie uit. Rusland krijgt nu 52 afgevaardigden in deze "Raad der republieken', twintig voor de Russen, twintig voor de zestien "autonome republieken', één voor de "autonome districten' en één voor de minderheden die overal buitenvallen.

Het paradoxale van de functie van deze parlementaire kamer met 232 leden is echter dat ze bij beslissingen maar tien stemmen heeft: één voor elke republiek. Dat kan ertoe leiden dat Rusland de facto een vetorecht kan uitoefenen. De consequentie kan evenwel ook worden dat met name dit "hartland' van de nieuwe unie gedonder in eigen kring krijgt omdat de 32 zetels voor de niet-Russen op het kritieke moment niets waard blijken te zijn.

Aan de andere kant van de lijn begon het centrale parlement zich tegelijkertijd ook te verzetten. Van opheffing van de Opperste Sovjet kon geen sprake zijn. De pleitbezorgers van dit lichaam wisten zichzelf ook ten dele te redden. Na veel nachtelijk beraad rolde er een compromis uit. Naast de "Raad der republieken' zou er ook een "Unieraad' blijven bestaan, te kiezen door en uit het nog bestaande Volkscongres. Haar bevoegdheden zullen gering zijn: ze mag zich slechts bezighouden met oorlog en vrede, met de centrale begroting (die als de trend zich doorzet nog minder om het lijf zal hebben dan nu) en de naleving van de mensenrechten. Want op de valreep van de sessie nam het congres gisteren ook een "verklaring' aan over de "rechten en vrijheden van de mens', een belangrijk document omdat het de basis zal worden waarop de overal in de Sovjet-Unie levende minderheden een beroep kunnen doen als ze zich bedreigd voelen door hun nationalistische regeringen.

Wie er in dit schaken had gewonnen en verloren, viel na vier dagen wandelgangen moeilijk uit te maken. De aanhangers van de oude unie behoorden zeker tot de verliezers. Zij kregen de rekening gepresenteerd van de mislukte staatsgreep.

President Michail Gorbatsjov op zijn beurt leek een beetje winnaar te zijn geworden. Hij begon de extra zitting van het Volkscongres zonder een greintje zelfvertrouwen. Zijn stem klonk mat, ongeïnspireerd en angstig, alsof hij onder curatele stond van de rest van het presidium. Maar naarmate er in de coulissen meer onderhandeld moest worden, groeide hij in zijn rol. De laatste twee dagen ontnam hij afgevaardigden, die in zijn ogen teveel leuterden of zich niet tot de agenda beperkten, weer als vanouds het woord. En als er geschorst moest worden voor intern beraad, schakelde hij onvervaard de microfoons uit zodat politici als Alksnis het woord niet konden grijpen.

Eigenlijk liet hij in de finale van het Volkscongres maar één keer blijken niet meer de oude te zijn. Toen een gedeputeerde bij een ordedebatje direct vanuit de zaal iets wilde schreeuwen, riep hij hem toe dat hij de “telefoon” moest gebruiken. De parlementariër wist de interruptiemicrofoon uiteraard te vinden. Maar deze verspreking illustreerde indirect de frustraties van het staatshoofd. Hij had het land het afgelopen jaar per telefoon geregeerd. Dat hem dat vanuit zijn isolement op de Krim tijdens de eerste dagen van de staatsgreep niet meer was gelukt, is hem kennelijk niet in zijn koude kleren gaan zitten.