Vertellingen van Ellen Kuzwayo; Moeder is de baas

Ellen Kuzwayo: Kom zitten & luister. Vertellingen uit Zuid-Afrika. Vertaald door Rita Gircour. Uitg. Nijgh & Van Ditmar, 142 blz. Prijs ƒ 24,90

Het is niet voor niets dat de stukjes tekst in Ellen Kuzwayo's nieuwste boek vertellingen genoemd worden. Verhalen zoals we die in een verhalenbundel zouden verwachten zijn het niet. In het voorwoord van Kuzwayo's vorige boek, de autobiografische roman Noem mij vrouw, schreef Nadine Gordimer: “Hoewel ze geen schrijfster is, is Kuzwayo gelukkig behept met een geheugen en ongekunsteld uitdrukkingsvermogen die haar in staat stellen haar verhaal te vertellen zoals niemand anders dat kan.” En hoewel het nu niet om haar eigen leven gaat, zijn het ook in Kom zitten & luister die eigenschappen die Kuzwayo tot een bijzondere vertelster maakt. Ook hier is zij het, als de wijze oude vrouw die veel gezien, gehoord en onthouden heeft, die aan het woord is. Haar geheugen is het instrument waarmee een stukje Zuid-Afrika wordt bloot gekrabd dat ik niet eerder, of nooit van zo dichtbij gezien heb.

Wat Kuzwayo vertelt zijn heel gewone verhalen over heel gewone mensen; een soort uitgebreide, openbaar verklaarde roddels, die de luisteraars moeten duidelijk maken waarin het verschil tussen goed en kwaad schuilt. Voor een deel zijn het de verhalen zoals Kuzwayo ze zich van vroeger herinnert, verteld op speciale avonden waarop iedereen zich rond een vuur verzamelde, met alle ogen vol spanning gericht op de spreekster. In dezelfde sfeer probeert ze de moraal van situaties en gebeurtenissen uit een minder ver verleden aan haar publiek door te geven.

“Als we terug kijken,”schrijft Kuzwayo, “kunnen we allemaal een nieuw land vinden in het verleden. In die tijd vonden we allerlei kleine en grote gebeurtenissen heel gewoon en wuifden we ze weg alsof ze niet van belang waren. Maar dan opeens komen ze heel duidelijk in perspectief te staan en zien we ze met andere ogen.” Het knappe is dat ze in staat is dat perspectief zwevend te houden. De politieke moraal, waarin de wantoestanden van de apartheid worden aangestipt, houdt ze grotendeels apart in korte inleidingen waarmee ze de verhalen ordent en in groter verhelderend verband plaatst voor een onwetende (buitenlandse?) lezer. Zo kan in de vertellingen zelf alle aandacht uitgaan naar de smeuïge ethiek van het alledaagse leven, waarin de wijsheid en soms betweterigheid van de verteller bij het vuur nog doorklinkt.

Voor Kuzwayo ligt in deze ethiek, in een cultureel en sociaal normbesef, de belangrijkste krachtbron voor de zwarte bevolking van Zuid-Afrika. Het wijd verbreide Afrikaanse spreekwoord "Een mens is een mens dankzij een ander mens', dat ze als titel voor een van haar hoofdstukken gebruikte, geeft de kern van haar boodschap weer. En nergens komt het gezegde meer tot leven dan in de familierelaties, die vaak het enige houvast vormen in de gespleten levens die ze beschrijft. Daarom zal Kuzwayo, hoewel ze te boek staat als "feministe', de rol van de vrouw als moeder en spil van de familie nooit betwisten. In haar verhalen vestigt ze voortdurend aandacht op de verantwoordelijkheid van vrouwen en het belang van hun domein. Elke keer als er iemand in een familie sterft, en dat gebeurt nog al eens, betekent dat meer dan een persoonlijk, emotioneel verlies, het verstoren van het evenwicht in afhankelijkheidsrelaties. Alleen al als bron van (nieuw) leven, en de daaraan gekoppelde verbintenissen, is de vrouw een onmisbare schakel. De Zuidafrikaanse schrijfster Miriam Tlali heeft ooit gezegd: “Het is juist vanwege de angstige erkenning van de moederlijke macht, dat Afrikaanse mannen hun eigen macht aan vrouwen proberen op te leggen.”

Het boek laat zich lezen als de wijze raad van een grootmoeder aan haar miljoenen ontwrichte kleinkinderen, die eigenlijk allemaal verwachtingsvol rond het vuur geschaard hadden moeten zitten. Al is ze dan misschien geen groot schrijfster, ik heb in elk geval met rode oortjes naar haar zitten luisteren.