Van den Broek moet wat meer zijn nek uitsteken

DEN HAAG, 6 SEPT. “Veel te benauwd.” Het GPV-Kamerlid Van Middelkoop vatte daarmee heel aardig de gevoelens samen van de Tweede Kamer over het optreden van minister Van den Broek van buitenlandse zaken. De kwalificatie van de altijd hoffelijke Van Middelkoop sloeg op de in de ogen van de Kamer late erkenning door Nederland van de Baltische staten.

Men had begrip voor de positie van de minister als EG-voorzitter en er kwamen ook geen afkeurende moties, maar de kritiek, ook vanuit de regeringspartijen, had niet alleen betrekking op de Baltische staten. Met hulp en steun aan de Sovjet-Unie had het allemaal ook wat royaler gekund. Als EG-voorzitter had Nederland juist met voorstellen op dat punt moeten komen, volgens Kamerlid Van Traa (PvdA).

Hij en de andere deelnemers aan het gisteren gehouden Kamerdebat over de ontwikkelingen in de Sovjet-Unie willen dat er "meer' gebeurt op dat terrein, ook al weten ze dat de financiële armslag voltrekt onvoldoende is om hun dringende behoefte te bevredigen iets te doen voor Gorbatsjov en de volkeren van de Sovjet-republieken. “Het grootste rijk ter wereld” (de CDA'er Van Houwelingen) stort ineen en de Gemeenschap kijkt voornamelijk werkloos toe.

Toezeggingen voor levering van know how, cursussen voor Russische managers, voedselhulp en kredietgaranties zijn mooi, maar het zet geen zoden aan de dijk, vond men. De minister moet actiever worden, de mensen in de Sovjet-republieken een hart onder de riem steken, hun het idee geven dat ze door het rijke Westen niet in de steek worden gelaten. “Welke ideeën leven er eigenlijk bij de minister ten aanzien van contacten met Moskou en de republieken tijdens zijn verdere voorzitterschap?”, zo vroeg Sipkes (Groen Links) sceptisch. “Ik heb ze nergens gelezen.” De CDA'er Van Houwelingen vroeg om een bijzondere "task force' van de EG, die hulpprogramma's organiseert “op basis van de mogelijkheden en realiteiten in de Sovjet-Unie”.

Blaauw (VVD) gebruikte in zijn oppositierol wat sterkere termen. De gebeurtenissen rond de coup, vindt hij, “hebben een schril licht geworpen op de invulling door Nederland van het voorzitterschap”. Hij twijfelt eraan of "men' wel in staat is geweest het momentum van de politieke actie te bepalen. Van den Broek onderbrak Blaauw geïrriteerd. Daags na de coup waren de EG-ministers al in Den Haag bijeen geweest en spraken zij een scherpe veroordeling uit. Kon het nog vlugger?

De minister verdedigde zich tegen de kritiek op ontbrekende hulpprogramma's met een schets van de onoverzichtelijke situatie in de Sovjet-Unie. Voor omvangrijke, financieel-economische steun is het nodig dat de verantwoordelijkheden tussen de Unie en de republieken zijn uitgekristalliseerd. “Je weet nu niet wie je aanspreekpartners zijn”, aldus de bewindsman. Bovendien helpt men, afgezien van voedsel en medicijnzendingen, het land niet met geld. Als het land werkelijk van een geleide naar een markteconomie overgaat, komen de Westerse investeringen bovendien vanzelf op gang.

De Kamerleden waren niet echt overtuigd en wilden een nadrukkelijker gebaar. Die behoefte werd onder andere tot uitdrukking gebracht in de wens om ten minste één echte ambassade te openen in de Baltische staten. Het argument van de minister dat hij geen geld heeft en dat hij vijf consulaten-generaal moet sluiten, maakte weinig indruk. Een motie van Sipkes (Groen Links), gesteund door Eisma (D66) en Blaauw (VVD) zal het niet halen, maar alleen omdat de minister toezegt de zaak in het kader van zijn begroting voor volgend jaar nog eens te bekijken.

Een onbevredigend slot van een tam debat. Van den Broek weet echter, dat hij geacht wordt zijn nek wat meer uit te steken.