Tropisch licht in Overijssel; Kasteel Het Nijenhuis exposeert tekeningen en schilderijen van Marius Bauer

De verzamelaar Dirk Hannema had zijn kasteel Het Nijenhuis tot de nok toe gevuld met kasten, theeserviezen en schilderijen. De nieuwe directeur van de Hannema-De Stuers Fundatie, Agnes C.M. Grondman, wil het chaotische kasteel beter voor het publiek toegankelijk maken. Haar aanpak is al te zien in de huidige tentoonstelling "Marius Bauer. Een reis door India'.

Tentoonstelling "Marius Bauer. Een reis door India'. T-m 20 okt. Kasteel "Het Nijenhuis'. Bij Heino (O), Wijhe. Dag. 11-17u. Inl. 05729-1434. Na die datum zal de tentoonstelling van 16 nov t-m 17 jan in Teylers Museum in Haarlem te zien zijn.

Bombay, oktober 1897, vroeg in de ochtend. De stad is nog niet ontwaakt. Een dunne blauwe nevel stijgt op uit de terrasvormige tuinen met palmen, bananenbomen, cactussen en acacia's. De zon gaat net op, en vanaf een uitkijkpunt hoog boven de stad is te zien hoe het licht op de bedauwde bladeren weerkaatst met duizenden vonken.

Zo zag de Nederlandse kunstenaar Marius Bauer (1867-1932) de stad Bombay. Bauer was net in India aangekomen en stond aan het begin van een vier maanden durende reis over het Indiase subcontinent. In verrukking schreef hij naar huis: “Waar zijn in 's hemelsnaam de schilders, die de landschappen van Indië zullen vertolken? Waar de dichters, die ze zullen bezingen? Waarom toch dat eeuwige dwepen met sloten, plassen en molens, waar men zwelgen kan in de lijnen en kleuren van tropische regenwouden en tempels? Waarom dat dwepen met boeren en ontaarde wezens, waar men duizenden schoongevormde mensen kan zien in een omgeving, die duizend maal "artistieker' en belangrijker is dan in onze koude landen? Oh jonge schilders, rukt u los van de ban der traditie (-) en laten wij de wereld verbaasd doen staan over de pracht dezer landen.”

Bauer documenteerde zijn reis nauwkeurig: hij hield dagboeken en een uitgebreide correspondentie bij, en maakte tekeningen. Hij trok erop uit als een typisch westerse koloniaal: bijna altijd had hij een rijtuig met paarden tot zijn beschikking, en een enkele keer zelfs een olifant: “Geleend van een Oosterse prins”, meldde hij trots aan het thuisfront, “want lopen hier is veel te warm.” Al lag India heel wat oostelijker dan Bagdad, voor Bauer was India het land waar het sprookje van Duizend-en-een-Nacht werkelijkheid werd en waar de koningin van Sheba, Sheherazade en Aladdin elk moment om een hoek konden komen. “Vishnoe en Shiva mogen mij gunstig zijn,” schreef Bauer extatisch, toen hij Benares aan de Ganges bezocht, “opdat ik eenmaal iets maken zal van deze wonderen, want hun tempels doen een schilder wanhopig worden.”

Wanhopig of niet, Bauer tekende en schilderde dat het een lieve lust was. Paleizen, hindoestaanse godenbeelden, maharadja's in kostbare gewaden, slangenbezweerders en straatverkopers: alles legde hij vast. Veel van deze reisherinneringen zijn nu, bijna een eeuw later, op een tentoonstelling in een van de koetshuizen van kasteel Het Nijenhuis te zien. Het koetshuis is rechthoekig van vorm en koel van sfeer, beslist anders dan de feeerieke paleizen waar Bauer zo verzot op was. Maar het werk komt in de heldere ruimte goed tot zijn recht. Naast de theatrale pracht van het Indiase hofleven en de architectuur, was Bauer betoverd door het tropische licht, dat onverbiddelijk hard kon zijn, maar ook, als gevolg van waterdamp, de omgeving in een mystieke waas kon hullen. Scherpe contouren zul je in Bauers schilderijen en aquarellen niet aantreffen, evenmin als contrasten in kleur. Met dicht bij elkaar liggende tonen schilderde Bauer een pastelgele en beige droomwereld. Het was niet moeilijk de werkelijkheid na te bootsen, "het moeilijke is haar te vergeten', zei hij eens.

Mooi komt dat tot uiting in het impressionistische en wat compositie betreft merkwaardig opgebouwde Paleis van de Radja van Bhartpur. Op het schilderij zie je eigenlijk alleen de onderkant van het paleis van de Radja. Het perspectief is hoog gekozen. Zeker driekwart van ons blikveld wordt in beslag genomen door het water van de bruingele rivier die onder het paleis langs stroomt. Hierin weerspiegelt zich verdiepingen hoog het zandstenen paleis. We kijken dus vanuit de hoogte - we staan waarschijnlijk op een trap - via de laagte weer omhoog. De ruimtelijke werking hiervan is groot, ook al is de scheiding tussen water en steen nauwelijks zichtbaar door de in elkaar overlopende kleuren. Om de voorstelling nog ingewikkelder te maken zit op de kade rechtsonderaan een figuur over het water uit te kijken. Deze figuur kijkt niet naar het paleis met zijn opvallende uitbouwen, iets waar wij direct toe geneigd zijn, maar staart schuin over het water, links de verte in.

Bauer slaagt er niet altijd zo goed in om de magie van India weer te geven. In veel van zijn doeken komen dezelfde motieven voor: een menigte dringend door smalle straatjes, op trappen bijeen aan de oever van de Ganges of samenklittend bij een tempel. Op den duur worden zijn mistig getoonzette doeken te zoet, te esthetisch en doezelig, en je gaat verlangen naar wat meer tekenkunstig vuurwerk, krachtiger lijnen en sprekender kleuren. Gelukkig zijn ook een aantal van Bauers schetsboekjes en tekeningen tentoongesteld in het koetshuis. Bedoeld als voorstudies om later in Nederland uit te werken, bezitten deze een spontaniteit en directheid die de schilderijen en etsen van Bauer soms missen.

Helder

“Toen ik hier kwam in januari en hoorde over de komende tentoonstelling van Bauer, dacht ik eerst, hè jasses, Bauer, die is zo akelig netjes! Maar toen ik later zijn schetsboekjes zag, was ik verkocht. Daar zitten echt juweeltjes tussen.” Aan het woord is Agnes C.M. Grondman, sinds 1 januari 1991 directeur van de Hannema-de Stuers Fundatie, de stichting die de vroegere collectie oude en moderne kunst van Dirk Hannema (1895-1984)in kasteel het Nijenhuis beheert. De tentoonstelling over Bauers reis stond al langer op de agenda, maar de manier waarop de expositie is ingericht en georganiseerd - met veel bruiklenen uit rijksverzamelingen, heldere begeleidende teksten en een uitstekend geschreven en vormgegeven catalogus - is tekenend voor Grondmans nieuwe aanpak. Vorig jaar nog directeur van het met opheffing bedreigde museum De Wieger in Deurne, heeft zij nu grote plannen met de verzameling in Het Nijenhuis, waar sinds de dood van Hannema in 1984 weinig méér mee is gedaan dan conserveren.

Allereerst wil zij het kasteel met oude kunst, Hannema's vroegere woning, beter voor publiek toegankelijk maken. Grondman: “Het huis is duidelijk het huis van een oude man: het staat tot de nok toe vol met spullen. Je struikelt over de kasten en theetafels met serviezen. De meest bijzondere stillevens, portretten en landschappen hangen zonder enige naamsvermelding naast en boven elkaar: bezoekers gaan daaraan voorbij en dat is zonde. Iets meer toelichting en een betere presentatie zouden al genoeg orde in de chaos scheppen. Het typische karakter van de verzamelaarswoning hoef je daarmee niet aan te tasten. Dat wil ik ook niet, want naast de hoge kwaliteit van de collectie, was dat altijd een van de charmes op het Nijenhuis.”

Hannema was een universeel verzamelaar, die alles kocht wat hij mooi vond, of dat nu glazuur uit China was, maskers uit Afrika of middeleeuwse heiligenbeelden uit Europa. Hij omringde zich met werken van Vlaamse primitieven, zeventiende-eeuwse meesters en moderne kunstenaars, en liet daartussen zijn persoonlijke spullen onbekommerd slingeren. Een vergrootglas lag op een map met oude tekeningen, de thee stond ingeschonken en de hond Jeroen (vernoemd naar Hannema's favoriete schilder Jeroen Bosch) scharrelde door het huis, een spoor van haren achterlatend op meubilair en kostbare tapijten. Familiekapitaal stelde Hannema in staat om op grote schaal kunst te kopen. Daarnaast steunden geldschieters als Van Beuningen en Ten Cate hem, ook nadat hij wegens collaboratie met de nazi's als directeur van museum Boymans werd ontslagen. Door een internationaal netwerk van kunsthandelaren, verzamelaars en industriëlen kon Hannema na zijn démasqué de rol van "museumdirecteur' blijven spelen, al was dat dan over zijn eigen verzameling in de provincie.

Een erfenis van Hannema waar Grondman definitief mee wil afrekenen, zijn de "Vermeers'. “Men is het er over eens dat de schilderijen die Hannema aan het eind van de jaren dertig voor zichzelf en voor museum Boymans kocht geen echte Vermeers waren. Van De Emmausgangers in Boymans-Van Beuningen weten we dat dit door Van Meegeren is geschilderd. Maar over de toeschrijving van de "Vermeers' in het Nijenhuis, tast men nog steeds in het duister. Waarschijnlijk dateren ze uit de zeventiende eeuw en zijn ze in Italië gemaakt. Een onderzoeksgroep van de universiteit van Groningen, waar ik contact mee heb gezocht, gaat de zaak grondig bestuderen.”

Het activiteitenprogramma dat in 1989 is opgesteld door het stichtingsbestuur van de Hannema-de Stuers Fundatie, laat veel ruimte en geld vrij voor de moderne kunstcollectie. Er zullen niet alleen meer tentoonstellingen georganiseerd worden, maar ook jonge kunstenaars zullen meer aandacht krijgen. Grondman: “De weilanden, vijvers en tuinen om het kasteel heen mogen wat mij betreft als laboratorium van experimentele kunst gaan functioneren. Laat de jongeren maar tussen de koeien installaties bouwen, of schilderijen ophangen tussen de bomen. En de beelden die nu zo sloom in de tuin staan, mogen wat mij betreft van hun sokkels af. ”