Selectieve Distributie

U heeft ze vast wel eens gezien: die overzichten met soms sterk uiteenlopende aankoopprijzen voor auto's in de verschillende lid-staten van de EG. In Nederland kan men die overzichten bijvoorbeeld bij de Consumentenbond krijgen. Daaruit blijkt dat naar gelang het merk auto's in sommige lid-staten veel goedkoper zijn dan in andere. Van die prijsverschillen zou men natuurlijk moeten profiteren, maar daar komt het meestal niet van. Alleen al de gedachte dat men zelf alle grensformaliteiten zou moeten regelen, heeft tot gevolg dat men uiteindelijk toch weer naar de dealer in eigen land stapt.

In Frankrijk zag een bedrijf, Eco System, hier een gat in de (Europese) markt. Het bood zich aan als tussen-persoon, die men kan machtigen tot aankoop van een bepaald merk. De consument ondertekent een volmacht en Eco System doet de rest: het zoekt uit waar de gekozen auto het goedkoopst is en verzorgt de transactie, invoer en overige administratieve rompslomp. Ook dat kost de consument wat, maar uiteindelijk is die nog steeds voordeliger uit.

Het idee sloeg aan en na verloop van tijd zat Eco System op een gemiddelde van enkele honderden opdrachten per maand. Deze ontwikkeling was autofabrikant Peugeot evenwel een doorn in het oog. En niet zonder reden. Bijna alle autofabrikanten hebben veel tijd en geld geïnvesteerd in het opzetten van een fijnmazig distributienetwerk.

Zo'n netwerk komt er veelal op neer dat per lid-staat voor het betrokken merk een hoofdimporteur is aangesteld, die op zijn beurt binnen zijn contractgebied honderden dealers aanstelt. Men noemt dat selectieve distributie. Selectief, omdat deze dealers met enige zorg worden gekozen en aan allerlei voorschriften moeten voldoen, zoals gebleken vakbekwaamheid, het hebben van een showroom-garage op een goede locatie, het aanhouden van een (dure) voorraad onderdelen, het kunnen bieden van pre- en aftersales-service enz.

Kortom, niet iedereen mag zo maar een auto verkopen. Netwerken van selectieve distributie zijn dan ook tot op zekere hoogte exclusief. Dealers, moeten bijvoorbeeld hun auto's aan de eindgebruiker verkopen en mogen deze niet aan handelaren leveren, die niet zijn aangesloten bij het netwerk van erkende dealers. Zou dat anders zijn, dan wordt het distributiesysteem ondermijnd, waarvan de selectiviteit en exclusiviteit nu juist is bedoeld bij de consument vertrouwen te kweken en de reputatie van het merk hoog te houden.

Juist omdat niet iedereen auto's mag verkopen en erkende dealers allerlei beperkingen worden opgelegd, kunnen selectieve distributie-overeenkomsten tot een beperking van de mededinging leiden. De Europese Commissie is zich daarvan bewust geweest, maar heeft evenmin het belang uit het oog willen verliezen dat is gediend met een goede organisatie van de distributie van auto's. Daarom heeft zij voor deze sector een aantal algemene spelregels vastgesteld, waaraan de selectieve distributie moet voldoen. Zo moet een dealer ook garantie en service verlenen voor een auto, die bij een andere dealer in hetzelfde netwerk, desnoods in een andere Lid-Staat, is aangekocht.

De Commissie accepteert dat dealers niet mogen verkopen aan handelaren die geen deel uitmaken van het netwerk. Maar: levering mag niet worden geweigerd aan “eindgebruikers die een tussenpersoon hebben ingeschakeld” en deze tussenpersoon hebben voorzien van een “ontvangstneming bestrijkende volmacht”. Juist van die laatste spelregel dacht het Franse Eco System gebruik te maken door als ”tussenpersoon' op te treden, telkens voorzien van een ”volmacht'.

Autofabrikant Peugeot meende dat dit niet de bedoeling van de spelregel was, omdat Eco System eenmaal voorzien van honderden volmachten, zich in feite had ontwikkeld tot een niet-erkende handelaar aan wie haar dealers levering mochten weigeren. De betrokken spelregel was alleen gegeven voor het individuele geval dat een consument zich door een incidentele (niet-professionele) tussenpersoon liet vertegen-woordigen.

Als haar dealers ook zouden moeten leveren aan een tussenpersoon als Eco System, die zo stelselmatig als handelaar optrad, dan stelde de exclusiviteit van haar distributienetwerk, die de Europese Commissie toch had geaccepteerd, niets voor. Peugeot berichtte daarom haar dealers in de goedkope landen (Frankrijk, België en Luxemburg) dat zij voortaan niet meer aan Eco System mochten leveren. Daarop diende dit bedrijf een klacht in bij de Europese Commissie, die, hangende het onderzoek, Peugeot opdracht gaf de betrokken circulaire in te trekken en toe te laten dat Eco System voorlopig op de oude voet, met een gemiddelde van zo'n 150 auto's per maand, transacties kon blijven verzorgen.

Tegen die beslissing tekende Peugeot beroep aan bij het Gerecht van Eerste Aanleg, dat sedert 1988 mededingingszaken in eerste instantie behandelt. In deze procedure mengde zich vervolgens ook de overkoepelende organisatie van Europese consumentenbonden (BEUC), die de beslissing van de Commissie bijviel: de restrictieve lezing door Peugeot van de betrokken spelregel maakte het onmogelijk dat de Europese consument zou kunnen profiteren van de voordelen van één Europese binnenmarkt. In de spelregels rond de exclusiviteit van selectieve distributie is uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid dat de consument daarbij gebruik maakt van een ”tussenpersoon'. En uit niets blijkt dat dat geen professionele tussenpersoon zou mogen zijn, die voor honderden consumenten tegelijk optreedt.

Ook het Gerecht van Eerste Aanleg bleek deze opvatting te delen, met gevolg dat Peugeot haar dealers niet langer kan beletten in dit soort gevallen te leveren. Dat is ongetwijfeld een sympathieke beslissing, maar slecht nieuws voor de dealer in Zierikzee of Hoofddorp: die zal met hoge exploitatiekosten vaker gratis service moeten verlenen voor elders in de EG aangekochte auto's. Mogelijk leidt deze beslissing van het Gerecht op termijn tot een min of meer uniforme Europese prijs voor automerken. Maar voorlopig hangt dat ook af van het initiatief van nieuwe ”tussenpersonen' die hier net als Eco System een gat in de markt zien.