Referendum in W-Sahara blijft onzeker

Gisteren is in de Westelijke Sahara de voorhoede gearriveerd van MINURSO, de 2.800 man tellende VN-vredesmacht, bestaande uit burgers, politiemannen en militairen uit diverse landen. Hun taak is erop toe te zien dat koning Hassan II van Marokko en de Saharaanse onafhankelijkheidsbeweging Polisario onder leiding van Mohammed Abdelaziz zich houden aan een staakt-het-vuren, dat vanochtend officieel inging.

Daarmee is fase 1 begonnen van het door de secretaris-generaal van de VN, Perez de Cuellar, opgestelde vredesplan dat beide partijen in augustus l988 in principe aanvaardden. Het staakt-het-vuren moet een einde maken aan een oorlog die op 19 december 1975 begon.

Op die dag verklaarde Polisario, dat gesteund en op afstand geleid werd door Algerije en Libië, de oorlog aan Marokko en Mauretanië, nadat die zich een paar weken tevoren militair meester hadden gemaakt van de Westelijke Sahara. Hun gewelddadige overname van de Westelijke Sahara was afgesproken met de Spaanse regering die na de dood van dictator Franco geen postkoloniale oorlog met Marokko aandurfde.

Polisario zegt dat er in zijn onafhankelijkheidsoorlog 60.000 Marokkaanse militairen zijn gedood of gewond en tweeduizend gevangen zijn genomen. Maar volgens Marokko zouden slechts enkele honderden Marokkanen het leven hebben verloren tegen vierduizend Polisario-strijders, door de Marokkaanse regering steevast als “huurlingen” van Algerije en Libië betiteld.

Want de strijd om het zelfbeschikkingsrecht van het Westsaharaanse volk was in feite niets anders dan een strijd om de hegemonie in Noord-Afrika tussen Marokko enerzijds en Algerije en Libië anderzijds. Geen van de partijen won die oorlog beslissend omdat zij door economische nood gedreven, in februari 1989 werden gedwongen hun beleden eenheidsdrift gestalte te geven. Zij richtten de Arabische Maghreb Unie op, waardoor het conflict over het bezit van de Westelijke Sahara geen inter-statelijk probleem meer was en langzaam naar de achtergrond verdween.

MINURSO moet er tevens op toezien dat het afgesproken referendum in de Westelijke Sahara, dat in januari moet plaats hebben, eerlijk verloopt. Het referendum zal uitwijzen of de bevolking van deze voormalige Spaanse kolonie onafhankelijkheid wil, of dat zij deel wil uitmaken van Marokko.

De uitslag is bepalend voor de toekomst van Marokko. Want als de Westsaharaanse bevolking vóór onafhankelijkheid stemt, zou dat een catastrofe voor de koning zijn en mogelijk het einde van zijn heerschappij betekenen. Hassan II heeft zich namelijk de afgelopen 15 jaar als absoluut heerser en als vertolker van het Marokkanendom staande weten te houden omdat hij alle politieke stromingen in zijn land achter zich verenigde in dat ene en door iedereen gedeelde nationale doel: het herwinnen van de Westelijke Sahara.

Om dat doel te bereiken, werden zonder enig protest van de oppositiegroeperingen vele honderden miljoenen dollars uit de Marokkaanse schatkist in de veroverde Westelijke Sahara gepompt. Het waren duizelingwekkende investeringen, die woon- en werkgelegenheid schiepen. Zij zorgden, samen met de vestiging van vele duizenden Marokkanen in de Westelijke Sahara, voor een onherkenbare verandering van de infrastructuur van het gebied en van de leefgewoonten van zijn bevolking. De mensen in de Westelijke Sahara kregen een veel beter bestaan dan de bewoners van Casablanca. Dit alles om hen ervan te overtuigen dat er maar één toekomst voor hen was: deel uit te maken van Marokko.

De uitslag van het referendum is eveneens van levensbelang voor de circa 100.000 Westsaharaanse vluchtelingen in de Polisario-kampen nabij het Zuidalgerijnse plaatsje Tindouf. Nadat zij in 1976 gevlucht waren voor het Marokkaanse leger, dat aanvankelijk zeer bruut in de Westelijke Sahara te keer ging, werd hun vijftien jaar lang op straf militaire wijze ingeprent dat Marokko de doodsvijand was. Hun hele bestaan is erop gericht dat zij onder geen beding onder Marokkaanse heerschappij mogen komen - volgens de strijdleus van het Polisario “Heel het vaderland of het martelaarschap”. Als het referendum aansluiting bij Marokko oplevert, zou dat voor deze mensen dan ook een verschrikkelijke ramp betekenen.

Maar de ramp is waarschijnlijk niet minder groot als het referendum tot onafhankelijkheid leidt. De Saharaans Arabische Democratische Republiek (SADR) die in februari 1976 door het Polisario werd uitgeroepen en die intussen door 76 staten diplomatiek is erkend, heeft namelijk geen enkele levensvatbaarheid met een vijandig Marokko en een onverschillig Algerije en Libië naast zich.

Zo belangrijk is de uitslag van het referendum dat koning Hassan de laatste weken duidelijk zenuwachtig is geworden. Hij is er niet meer zo zeker van dat de bevolking zich voor aansluiting bij Marokko uitspreekt en hij eist daarom verandering van de kieslijsten. Volgens de VN moeten 70.204 Westsaharanen aan het refendum deelnemen - in overeenstemming met de gegevens van een Spaanse volkstelling uit 1974, die door de VN zijn aangepast. Maar koning Hassan vindt die lijst onbevredigend; hij heeft dan ook onlangs een extra lijst met nog eens 120.000 namen aan de VN overhandigd van kiezers, die volgens Polisario van Marokkaanse afkomst zijn en in het geheel geen Westsaharanen.

Militair gesproken heeft Marokko Polisario in de tang. De Westelijke Sahara is met enorme zandmuren afgeschermd tegen aanvallen van het Polisario, dat bovendien op steeds minder militaire steun van Algerije kan rekenen. Vandaar, dat de Marokkaanse koning de afgelopen weken voor het eerst sinds lange tijd weer militair optrad tegen het Polisario en steeds dreigender taal gebruikte tegen de VN, opdat het referendum de door hem gewenste uitslag krijgt.

Compromissen zijn, wat Marokko betreft, nauwelijks meer mogelijk. Want het niet-erkennen van de Marokkaanse soevereiniteit over de Westelijke Sahara wordt als een gewone misdaad beschouwd. Het staat dan ook helemaal niet vast of het refendum inderdaad in januari zal worden gehouden.