Polen

Eindelijk dan in Polen geweest. Ik moest naar Kraków voor de opening van een tentoonstelling. Vanaf Leipzig hebben we de tocht per auto gemaakt om niets van het landschap te missen.

's Avonds vroeg een jonge Poolse kunstenaar wat ik van de stad vond. Het is een schitterende stad, zeker het oude centrum. De negentiende-eeuwse wijken zijn zoals alle andere, soortgelijke stadsdelen in het voormalige Oostenrijk-Hongarije: gedegen en saai. Maar de markt van Kraków is misschien wel het mooiste plein van Europa. Dat komt ook door de mensen erop. Hoewel de architectuur danig verfomfaaid is, is er niets sjofels aan de stad. De oude binnenstad van Dresden, tenminste wat niet kapotgebombardeerd is, heeft een vreemde troosteloosheid over zich, zelfs nu de DDR niet meer bestaat. In Polen, men is de grens nog niet over, heerst een vrijpostige vrolijkheid: in de manier waarop de mensen over straat lopen bij voorbeeld, zonder neerslachtigheid. Overal zijn bloemen. Het is alsof de Oostduitsers wachten tot de staat de zaken in orde brengt terwijl de Polen zelf het leven regelen - en in stijl.

Toch, zei de jonge kunstenaar, hebben wij jarenlang in een gevangenis geleefd, opgesloten bewaakt, en dat heeft van de kunst een verfijnde geheimtaal gemaakt. We hadden het over de geheimzinnige kunst van Tadeusz Kantor. We hadden het ook over de prachtige traditie in de Poolse film, het werk bij voorbeeld van Andrej Wajda die nu in Kraków een theater leidt. Dat was nu typisch die geheimtaal, zei mijn Poolse vriend, alles naar binnen gekeerd, achter sluiers, bijna binnensmonds geprevel, scènes in de achterkamer. Hijzelf hield veel van allerlei nieuwe Amerikaanse films die ze nu te zien kregen, tot en met Rambo. Die hadden alleen maar een voorgrond - en de verhoudingen tussen mensen, die in Polen vaak raadselachtig zijn, waren daar tenminste helder en overzichtelijk. Maar wat wil je, zei hij. Wij zaten in de gevangenis en hoe anders kun je dan kunst maken? Je kauwde een stuk brood tot het week was. Van dat kleffe deeg vormde je met je vingers een kleine sculptuur. Je bekeek de sculptuur, je liet hem heimelijk aan een paar vrienden zien en dan at je hem op. Zo was onze Poolse kunst.