Peking kan nog veel opsteken van de revolutie in Moskou; Wijze les voor de Chinezen

Li Peng spreekt vloeiend Russisch. Zes jaar lang studeerde de huidige Chinese premier economie bij de "ijsberen' in Moskou. Dat was in de jaren vijftig - in de tijd waarin de twee communistische broeders hun familietwisten nog net binnenskamers wisten te houden. Toen Mao Zedong in het volgende decennium de Sovjet-Unie "goelasjcommunisme' en zelfs "sociaal-imperialisme' verweet, was kennis van het Russisch in China niet langer een prae. De pleegzoon van Zhou Enlai - de eerste premier van de Volksrepubliek van 1949 tot zijn dood in 1976 - las heimelijk Sovjet-lectuur om zijn Russisch op peil te houden. Nu, na veertig jaar, kan Li Peng deze kennis wellicht weer gebruiken. Als tenminste het bericht waar is dat sinds het mislukken van de coup tegen Michail Gorbatsjov duizenden leden van de communistische partij van de Sovjet-Unie en functionarissen van de KGB de Siberisch-Chineze grens zijn overgestoken en politiek asiel hebben aangevraagd.

Die keus van de Sovjet-communisten zou een logische zijn. Want behalve het wankelende Cuba en het geheimzinnige Noord-Korea, zijn er weinig landen meer waar de navolgers van Marx en Lenin nog met volle teugen kunnen genieten. Bovendien herbergt het Rijk van het Midden meer dan 1.100 miljoen inwoners en dat is een vijfde van de wereldbevolking. De Chinese top, een garde van sluwe, grotendeels bejaarde, mannen reageerde op 20 augustus met een uiterst voorzichtige verklaring op de coup tegen Gorbatsjov waaruit goed- noch afkeuring bleek. Waarnemers lazen tussen de regels door echter toch instemming met de actie van Janajev en de zijnen en toen hun orthodoxe staatsgreep volkomen mislukte en juist de ondergang van het Sovjet-communisme bezegelde, reageerde Peking, via zegslieden van de tweede rang, op duidelijk bittere wijze. “De lafaard Gorbatsjov had meteen moeten worden geëxecuteerd”, aldus een Chinese regeringsfunctionaris.

Maar uitgerekend deze "lafaard' bewerkstelligde na zijn aantreden in 1985 de dooi in de lange Sovjet-Chinese winter. Gorbatsjov kwam aan vrijwel alle langlopende Chinese wensen tegemoet: hij trok het hele Rode Leger terug uit Mongolië en Afghanistan en een groot deel van de troepen uit het grensgebied met China. Bovendien ging hij akkoord met het vastleggen van de grens en zette hij Vietnam onder druk om Cambodja te verlaten. Daarbij komt nog dat Gorbatsjov in mei 1989 de eerste leider uit het Kremlin in dertig jaar was die een officieel bezoek aan Peking bracht. Hij zei toen dat het verleden was vergeten. Op dat moment had de prille studentenbeweging voor democratie de Volksrepubliek in haar greep; tot ergernis van Li Peng en Deng Xiaoping werd Gorbatsjov als een held binnengehaald. Drie weken na diens chaotisch verlopen bezoek sloeg het Chinese Volksbevrijdingsleger de studenten bloedig terug in het gelid en ging de deur naar de democratie weer stevig op slot.

Moskou reageerde daar destijds ontzet op, maar deed niets. Het Kremlin had namelijk afgeleerd zich met interne Chinese kwesties te bemoeien. Alleen Boris Jeltsin veroordeelde onmiddellijk het bloedbad op het Plein van de Hemelse Vrede als “een misdaad tegen de mensheid”. Gorbatsjov daarentegen zag geen reden om de soepeler opstelling tegenover China te herzien; het terugtrekken van Sovjet-troepen in het Verre Oosten ging door.

Eerder was er een tijd dat ze elkaar rauw lustten: de communisten in de Sovjet-Unie en die in de Volksrepubliek China. In de jaren zestig voorzag Harrison E. Salisbury, adjunct-hoofdredacteur van The New York Times en voormalig correspondent van zijn krant in Moskou, in zijn boek Oorlog tussen Rusland en China (1969) een onvermijdelijke militaire botsing tussen beide giganten. Salisbury interpreteerde de communistische ruzie vooral als een voortzetting van de eeuwenoude rivaliteit tussen Russische tsaren en Chinese keizers. Treffend bewijs daarvoor was dat Moskou Chinese gebiedsdelen die door de tsaren aan het Russische rijk waren toegevoegd, weigerde terug te geven en dat het het soevereine Buiten-Mongolië als satellietstaat beschouwde.

Maar ideologische meningsverschillen waren er ook. De eerste jaren na de communistische overwinning van 1949 in China stond Mao noodgedwongen onder curatele van Stalin. De jonge Chinese Volksrepubliek had grote behoefte aan economische hulp en van het vrije Westen kon Mao niets verwachten. De harde politieke lijn van Stalin deelde hij; de economische, met prioriteit voor de zware industrie, niet. Daarom was de destalinisatie onder Nikita Chroesjtsjov dan ook niet aan Mao besteed. De ideologische scheidslijnen kwamen in de jaren 1955-1960 steeds duidelijker te liggen.

In 1960 was de breuk een feit: Chroesjtsjov trok al zijn adviseurs uit China terug en zette de economische hulp stop. China ontwikkelde vervolgens een eigen kernbom (1964) op basis van eerder door Moskou geleverde kennis en plutonium. Mao joeg het Kremlin de stuipen op het lijf door daarna te verklaren dat een kernoorlog niet zo erg was. Mogelijk zou het miljoenen doden kosten, maar er zouden mensen genoeg overblijven. Vooral Chinezen en dus zou het goed voor het communisme zijn, redeneerde hij. De Sovjet-Chinese confrontatie kreeg steeds meer het karakter van een ordinaire burenruzie. In de lente van 1969 kwam het tot een korte maar heftige grensoorlog. Inzet was het eiland Damansky (Chenpao voor de Chinezen) in de rivier de Oessoeri. Door bemiddeling - vanaf zijn sterfbed - van de Noordvietnamese communistische leider Ho Chi Minh kon een oorlog nog net worden afgewend. Sovjet-premier Kosygin maakte op de terugweg uit Hanoi een tussenlanding in Peking. Verder dan de kantine van de luchthaven lieten de Chinezen hem niet komen, daar sprak Zhou Enlai met Kosygin af onderhandelingen te beginnen. Van een wezenlijk dialoog kwam het niet, tot het aantreden van Gorbatsjov.

Het schisma der grootmachten vertaalde zich in de communistische wereldfamilie, die langs de as Peking-Moskou doormidden scheurde. Communistische partijen en nieuwbakken linkse regimes moesten, zoals nooit tevoren, kleur bekennen: voor het Chinese kamp (Albanië en enkele Afrikaanse staten) of de Sovjet-afdeling (Cuba en de meeste Westeuropese communistische partijen). Noord-Korea wist als één van de weinigen van twee walletjes te eten.

In Nederland zagen maoïstische groeperingen als de Kommunistische Eenheidsbeweging Nederland (KEN) het levenslicht. De KEN was voorstander van een sterke NAVO met zoveel mogelijk kernwapens om het "imperialistische gevaar' van de Sovjet-Unie te keren. Het pro-Moskou kamp had hier minder uitgesproken vertegenwoordigers. De CPN, onder leiding van Paul de Groot, weigerde te kiezen tussen de twee communistische landen. Onofficieel koos de CPN wel degelijk partij voor de Sovjet-Unie.

De toenadering tussen China en de Verenigde Staten dankzij de "pingpong-diplomatie' van Henry Kissinger, luidde in 1971 de nieuwe fase in die Peking nominaal in het Westerse kamp deed belanden. De dood van Mao Zedong in 1976 en de economische hervormingen die zijn opvolger Deng Xiaoping inzette, versterkten in het Westen de gedachte dat de vernieuwing van het communisme uit het Verre Oosten moest komen, niet uit Moskou. Daarop ontwikkelde de economie van de Volksrepubliek zich in de richting van een markteconomie. Politieke hervormingen bleven daarentegen uit. In de Sovjet-Unie, tien jaar later, begon Gorbatsjov temidden van een economische wanorde met politieke hervormingen, die na zes jaar, buiten Gorbatsjov om, resulteerden in de tweede Russische Revolutie: de ondergang van de communistische partij en van de Sovjet-Unie als grote mogendheid.

Er zijn op dit moment geen tekenen dat de Chinese communistische partij een zelfde lot als die in de Sovjet-Unie zal ondergaan. Li Peng en op de achtergrond de sterke man Deng Xiaoping lijken het land volledig onder controle te hebben. Een duidelijk verschil met de situatie in de Sovjet-Unie is dat de Chinese burgers als gevolg van de - door een communistisch bewind doorgevoerde - economische hervormingen wel degelijk een hogere levenstandaard hebben bereikt. Bovendien weet de Chinese bevolking sinds 1989 hoe de partij reageert op acties voor democratisering.

Het zal nu aankomen op druk van buiten. Die zal Peking ertoe moeten brengen de mensenrechten te respecteren en een begin te maken met democratische vernieuwing. De Britse premier John Major gaf deze week het goede voorbeeld door naar Peking te gaan (een bezoek dat allang was afgesproken om de overeenkomst over het nieuwe vliegveld van Hongkong te tekenen) en daar een harde aanval op de Chinese leiders te lanceren. De "geschiedenisles' waarmee Li Peng op zijn ambtgenoot reageerde leidde slechts tot hilariteit.

“De oostenwind is sterker dan de westenwind”, had Mao in november 1957 bij een bezoek aan Moskou visionair gezegd. De Grote Roerganger heeft gelijk gekregen, de Chinese partij is na de ondergang van de CP in de Sovjet-Unie, de alma mater van het communisme. Voor zolang het duurt, de smadelijke afgang van het communisme in de Sovjet-Unie is een wijze historische les voor de Chinezen.