Lubbers: investeer in Sovjet-Unie

WASSENAAR, 6 SEPT. Meer Westerse ondernemingen zouden het risico moeten durven nemen om nu in de Sovjet-Unie te investeren. Vooral in de energiesector zijn er veel kansen op waardevolle, produktieve investeringen. Dit zei minister-president Lubbers gisteren op een bijeenkomst in Wassenaar, georganiseerd door Friso Endt's Business Report.

Volgens Lubbers is haast geboden bij de onderhandelingen over het Handvest voor een nieuwe samenwerking met de Sovjet-Unie en de Middeneuropese landen om tot een energiegemeenschap te komen, nu de conservatieve krachten in Moskou de strijd hebben verloren. De energiegemeenschap zal een stimulans zijn voor de hervormingen binnen de Sovjet-Unie in de richting van een markteconomie.

Lubbers vertrouwt erop dat het zal lukken het Handvest op een conferentie in Den Haag in december, nog net tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EG, ondertekend te krijgen door alle betrokken landen. Daarna zal nog een aantal protocollen met de Oosteuropese partners worden gesloten over deelterreinen zoals de bescherming van Westerse investeringen, vrije toegang tot energiebronnen, de export van olie, aardgas en kolen, de export van kapitaal, energiebesparing en milieubescherming en verbetering van de veiligheid van kerncentrales.

Een groot risico dat een snelle voortgang van de samenwerking met de Sovjet-Unie bedreigt, is volgens Lubbers dat ondernemingen die technologie en kapitaal kunnen bieden, afwachten tot er structurele veranderingen in bestuur en wetgeving komen in de veronderstelling dat er nu minder garanties zijn voor winst. “Wat je nodig hebt is de vitamine van de concrete projecten, dat is essentieel voor de Sovjet-Unie en Midden-Europa.”

Lubbers poogde met zijn aanmoediging aan ondernemers het risico te verminderen dat de handel tussen het Westen en de Sovjet-Unie afneemt, nu nog niet duidelijk is hoe de onderhandelingen in Moskou tussen de Unie en de republieken zullen aflopen. Maar ook de republieken, die de zeggenschap over hun grondstoffen- en energievoorraden overnemen, willen naar een markteconomie. Essentieel noemde hij dat daarbij de energieprijzen worden opgetrokken naar het niveau van markrtrijzen. “Dat zou een enorme steun voor de hervormingen zijn en het zou de doelmatigheid in het energieverbruik sterk bevorderen.”

Uit contacten met zijn Britse collega John Major, die onlangs als eerste Westerse leider na de mislukte staatsgreep Moskou bezocht, had Lubbers begrepen dat de Russische president Jeltsin het algemene energiebeleid als een verantwoordelijkheid van de Unieregering blijft zien. “Dat is een erg positief punt”, vond hij.

Dr. Andrei Tsimailo van de Acadamie van Wetenschappen in Moskou, die voor de bijeenkomst met Lubbers naar Wassenaar was gekomen, kenschetste het energieplan als een belangrijk middel voor de “re-integratie van de Sovjet-economie in de wereldeconomie.” Modernisering van de energiesector zal de hervormingen een krachtige steun in de rug geven, omdat deze sector 40 procent van de economie vertegenwoordigt, maar de betekenis van het Handvest is volgens Tsimailo door zijn voorbeeldwerking veel breder. Hij hechtte grote waarde aan hulp van de Europese Commissie bij de coördinatie van nieuwe economische betrekkingen met de rest van de wereld. De Commissie en een aantal Westerse ambassades in Moskou, waaronder de Nederlandse, bieden de Sovjet-regering al juridische bijstand bij de formulering van een nieuwe wetgeving. “Er zijn nog dozijnen risico's en moeilijkheden te overwinnen. De republieken en regionale autoriteiten krijgen meer in de melk te brokkelen, maar het proces van hervorming is na de mislukte coup niet meer te stoppen”, is Tsimailo's overtuiging.

De olie-consultant Humphrey Harrison uit Londen, net teruggekeerd van een bezoek aan Moskou, bracht kritische noten in de discussie met premier Lubbers. Volgens Harrison bestaan er nog fundamentele verschillen van inzicht over de essentie van het energie-Handvest, vooral door de coördinerende rol die de Europese Commissie vervult. “Zekere elementen willen het Handvest gebruiken als een hefboom om de liberalisering van de Westeuropese energiemarkt door te zetten”, waarschuwde hij. Eigenlijk zou West-Europa eerst orde in eigen huis moeten scheppen, door kernelementen van het Handvest, zoals vrije toegankelijkheid tot energiebronnen, ook van toepassing te verklaren voor Noorwegen, Frankrijk en Spanje.

Uit beleefdheid noemde Harrison Nederland niet in dit rijtje van landen, hoewel algemeen bekend is dat ook Den Haag de nationale gas- en elektriciteitsmarkt tegen onderdelen van het Brusselse liberaliseringsbeleid tracht af te schermen. Ook was Harrison er niet van overtuigd dat de Sovjet-autoriteiten de bedoelingen van het energie-Handvest en de marktregels begrijpen. Lubbers zei dat president Gorbatsjov de bedoelingen van zijn plan aanvankelijk ook niet begreep, maar zich na enige studie zeer enthousiast had getoond. “De doorbraak kwam in november op de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Parijs”, aldus de premier, die hoopt dat de internationale samenwerking op energiegebied nog verder zal gaan.

Lubbers had sterk de indruk dat de periode van animositeit tussen de olieproducerende en -consumerende landen, die begon met de eerste oliecrisis van 1973, nu voorbij is. De voorzichtig op gang gekomen dialoog tussen OPEC-landen en het (Westerse) Internationaal Energie Agentschap moet doorgaan, vindt de premier, en zich ook uitstrekken tot een gezamenlijke aanpak van het milieuprobleem dat voortvloeit uit het toenemend verbruik van brandstoffen.