Kat gestolen

Peter Smit: De kattenmantel. Uitg. Leopold. Prijs ƒ 24,90

Het schrijven van een spannend kinderboek, dat niet geheel uit clichés is opgetrokken en waarin de waarschijnlijkheidsgraad niet volledig uit het oog wordt verloren, is een prestatie. Uitgangspunt voor zo'n verhaal is al decennia lang ongeveer hetzelfde: een kind ruikt onraad of vermoedt onrecht, denkt slimme gedachten, stroopt de mouwen op, grist nog een appel en een zakmes mee en gaat erachter aan. Ontsnapping uit de meest ijzingwekkende situaties is vrijwel verzekerd en het enige dat de lezer in zijn comfortabele fauteuil nog te doen staat, is de adem inhouden en de tenen krommen. Auteurs kiezen nogal eens voor een historische achtergrond - Thea Beckman: Kruistocht in spijkerbroek, Tonke Dragt: De brief voor de koning - waarin het realiteitsgehalte door de afstand in de tijd minder controleerbaar wordt, of voor een sprookjesachtige setting zoals in Het oneindige verhaal van Michael Ende. Wie wilde avonturen in het hier en nu wil situeren is al gauw aangewezen op een truc. Zo herinner ik me een uiterst bruikbare, die Carel Boerlijst bedacht voor Het geheim van de derde knoop: een jongen krijgt van een oom een oud jasje en blijkt, zodra hij het aantrekt en de derde knoop dicht doet, precies te moeten doen wat dat ondernemende kledingstuk "verzint'.

De kattenmantel van Peter Smit speelt helemaal in het hier en nu en is bovendien zo Hollands, dat de lezer zich af en toe in Dik Trom-sferen waant. Om te beginnen heet de hoofdpersoon Piet, wat een zeldzaamheid is in de hedendaagse jeugdliteratuur. Verder sluipt hij door mistige weilanden met knotwilgen en fluitekruid, schrikt van hoestende schapen en vreest de Geest van de Prutsloot. Wanneer Piets geliefde kat onvindbaar is, sust de hele familie dat het beest wel weer terecht zal komen, maar de jongen is niet gerust en gaat 's nachts op onderzoek uit. Uit het afgeluisterde gesprek tussen drie ongure types blijkt dat deze katten verzamelen, omdat hun baas een bijzondere bontjas wenst. Maar dan hadden de schurken Dubbele Rinus, Sjef en Badmuts buiten Piet Fongers gerekend, die met moed, beleid en trouw èn met een beetje geluk de poezen opspoort en bevrijdt. Hij krijgt daarbij hulp van de oude heer A.B. Dekens, Peter Smits "truc' om de daden van zijn held op klompen nog enigszins aannemelijk te maken. Deze 106-jarige buurman is een overjarige hippie met een oorspronkelijke geest, die bij de monniken in India heeft geleerd om via uiterste concentratie gedachten en krachten over te brengen. Zo stoomt hij de drijfnatte Piet droog door gloeiende handoplegging en voorziet hij de jongen van nieuwe kracht wanneer hij verkrampt onder aan een bruggetje hangt.

A.B. Dekens speelde al een rol in Smits debuut De nachtboerderij. Daarin kruiste hij de koeien van boer Fongers met vleermuizen, zodat ze vleugels kregen en 's nachts stiekem konden gaan grazen op de door een inhalige bankdirecteur aangekochte familiegrond. In dit verhaal bleven buurman en zijn magische vermogens wel erg vaag en bovendien was de hoofdrol voor volwassenen weggelegd. Piet en zijn broer mochten alleen wat rondscharrelen in de marge. In dit tweede boek is alle eer aan een ongeveer tienjarige gelaten, die het niet alleen redt dankzij de hulp van een hoogbejaarde, maar ook zelf het hoofd koel houdt, zoals blijkt uit de mooie scène, waarin hij met knikkende knieën onder water door een rietstengel staat te ademen.

Smit schreef een avontuurlijk en vooral luchtig en pretentieloos verhaal, met klassieke boeven, die angst noch genade kennen en spreken van “peliesie, motte, kenne en benne”. Hoewel het taalgebruik eenvoudig is, is het niet overal rechttoe-rechtaan. Wanneer de held bang is, staat er dat het leek of er “een duizendpoot met koude voeten over zijn rug heen en weer liep” en om de geest wakker te houden spelen Piet en zijn oude makker een spelletje, door in zinnen met uitsluitend e's te spreken: “Deze gekerkerde heeft zeer zeker geen steek geleden. Geen schetterende t.v. belemmerde hem het denken en geen slecht bed zette hem de nekwervels klem.” Van zoiets is zelfs de grootste schurk met stomheid geslagen.