Kamer wil opheldering over handel in cocaïne

DEN HAAG, 6 SEPT. - De Tweede Kamer wil op korte termijn een brief van het kabinet ontvangen over de cocaïnehandel in Suriname. Volgende week donderdag worden de vaste Kamercommissies van buitenlandse zaken en justitie vertrouwelijk door de ministers Hirsch Ballin (justitie) en Van den Broek (buitenlandse zaken) ingelicht over de drugslijnen naar en vanuit Suriname en over aanwijzingen van betrokkenheid van Surinaamse militairen bij de cocaïnehandel.

Naast vertrouwelijke informatie wil de Kamer een brief van de bewindslieden naar aanleiding van de onthullingen in de pers van de laatste weken. Als de Kamer geïnformeerd is, moet er een openbaar debat komen. Ook wil de Kamer opheldering over de infiltratie van Surinaamse drugshandelaren in het Nederlandse overheidsapparaat.

De grote partijen willen tijdens het openbare debat horen wat de Nederlandse regering denkt te doen aan het voorkomen van de infiltratie door de Surinaamse drusgmafia in het Nederlandse overheidsapparaat en de betrokkenheid van Surinaamse militairen bij de uitvoer van cocaïne naar Nederland. Er is in de Kamer wel begrip voor het feit dat de regering sommige zaken achter gesloten deuren wil behandelen, maar de nieuwe feiten die de laatste weken in de publieke opinie zijn aangedragen, eisen, zo meent de Kamer, dat tijdens een openbaar debat duidelijk wordt wat de regering wil doen om de toevoer van cocaïne tegen te gaan. Van de in Nederland in beslag genomen cocaïne is 60 procent uit Suriname afkomstig.

Inmiddels is bekend geworden dat premier Lubbers de Inlichtingen Dienst Buitenland (IDB) heeft ingeschakeld voor nader onderzoek naar de cocaïnehandel. Deze dienst werkt vooral met personeel op de verschillende ambassades. Het onderzoek van de IDB heeft volgens ingewijden een “breed karakter” en richt zich niet alleen op Suriname, maar ook op de Nederlandse Antillen en andere gebieden in Latijns Amerika. De IDB zal rapporteren aan premier Lubbers en minister Hirsch Ballin (justitie).