Jouw hand probeerde het toetsenbord, jouw ogen ...

Jouw hand probeerde het toetsenbord, jouw ogen volgden de onmogelijke tekens op het blad; elk akkoord was gebroken, als een smartelijke stem.

Ik merkte dat alles, rondom, werd vertederd ik zag je machteloos weerloos onwetend in de taal die het meest de jouwe was: van achter de halfgesloten vensters glansde de heldere zee.

In het blauwe raam dansten vlinders vluchtig voorbij; lover bewoog in de zon. Geen enkel ding bij ons vond er woorden voor en jouw zoete onwetendheid was van mij, van ons.

Van Eugenio Montale (1886-1981) verscheen in Nederlandse vertaling van Michel Bartosik, Frans Denissen en Frans van Dooren een keuze uit zijn gedichten onder de titel De roos in de kermistent (uitg. Kwadraat, 1984). Bovenstaand gedicht is afkomstig uit de bundel L'opera in versi (1948).