Hongkong bezorgd ondanks belofte Major; "Onze regering is apathisch en gedemoraliseerd'

HONGKONG, 6 SEPT. De Britse premier, John Major, heeft gisteren zijn tweedaagse bezoek aan Hongkong afgesloten met de verzekering dat een succesvolle toekomst voor Hongkong een top-prioriteit voor hem en zijn regering is. Tijdens een persconferentie aan het einde van zijn bezoek verzekerde hij tevens dat hij persoonlijk zal interveniëren in elk geschil dat de komende jaren met China zal ontstaan over de voorbereidingen voor de soevereiniteitsoverdracht in 1997.

“Ik ben nu in een positie dat ik tegenover hen (de Chinese leiders) heb gezeten, en zij hebben de bepalingen van de Gezamenlijke Verklaring (het Brits-Chinese verdrag van 1984) bevestigd. Geen misverstanden! Geen sprake van gewijzigde omstandigheden! Geen kwestie van veranderde tijden! We hebben samen aan tafel gezeten en alle bepalingen bekrachtigd. Ik geloof niet dat dat onbelangrijk is” aldus Major.

Majors krachtige taal heeft uiteenlopende reacties van het publiek in Hongkong uitgelokt. Het conservatieve "establishment' heeft hem lof toegezwaaid omdat de bouw van het nieuwe vliegveld nu ongehinderd van start kan gaan. Barones Lydia Dunn, een vooraanstaande zakenvrouw, die door de vorige Britse regering tot belangrijkste adviseur van de gouverneur van Hongkong werd benoemd en in de adelstand werd verheven, prees Major ook voor zijn grondige kennis van alle problemen van Hongkong.

De voorman van Hongkongs liberale democraten, Martin Lee, veroordeelde Major echter wegens "hypocrisie' omdat hij de schendingen van de mensenrechten in China luidruchtig veroordeelt, terwijl de Britten totaal in gebreke zijn gebleven om in Hongkong democratische instellingen te installeren. Lee noemde het memorandum inzake de bouw van een nieuw vliegveld dat Major dinsdag in Peking ondertekende in een artikel in de New York Times een schending van de Gezamenlijke Verklaring. In de Verklaring garandeerde China immers dat Hongkong na 1997 zou worden geregeerd door Hongkong-Chinezen door middel van een gekozen wetgevende vergadering en, uitgezonderd de buitenlandse politiek en defensie, volledige autonomie zou genieten.

De bouw van een vliegveld geldt als een autonome interne zaak. Tezelfdertijd beloofde Londen dat het een democratische regering zou creëren die sterk genoeg zou zijn om 1997 te overleven. Sinds 1985 zijn de Britten echter voortdurend gezwicht voor druk van het wispelturige regime in Peking. Als gevolg daarvan zullen bij de eerste directe verkiezingen in Hongkongs geschiedenis volgende week slechts 18 van de 60 leden van de nieuwe Wetgevende Raad gekozen worden.

Martin Lee beschuldigt de Britten van collaboratie met de heersers in Peking om twee redenen: het verzekeren van lucratieve contracten voor Britse bedrijven tijdens de twintig jaar durende bouw van het vliegveld dat 16,2 miljard Amerikaanse dollar zal kosten en de angst van het Britse ministerie van buitenlandse zaken voor nieuwe en grotere schande.

Engeland wil, aldus Lee geen snelle democratische hervormingen omdat het dan zijn dociele, benoemde meerderheid in de Wetgevende Raad verliest. Als er een gekozen meerderheid was zou die immers meteen de Brits-Chinese collaboratie veroordelen en ingrijpende amendementen van de Basiswet voor de toekomstige staatsinrichting van Hongkong eisen, zoals die door China is gedicteerd. Dat zou Londen enorm gezichtsverlies bezorgen en de in 1984 overeengekomen voorwaarden voor de soevereiniteitsoverdracht op losse schroeven zetten.

Opvallend is dat er in Hongkong geen openlijk optimisme geput wordt uit de gebeurtenissen in de Sovjet-Unie, noch in de media, noch in regeringskringen. Aan een staflid van een regeringsadviesorgaan vroeg ik dezer dagen of de regering alternatieve plannen heeft voor het geval er in 1997 geen communistisch regime meer in Peking zetelt om het model "één land, twee systemen' mee te delen. “Neen. De regering is gedemoraliseerd en apathisch. Zij is niet tot zulke initiatieven in staat. Die zouden uit Londen moeten komen en de China-guru's van het ministerie van buitenlandse zaken daar hebben er teveel belang zijn dat hun briljante bestaande scenario's worden uitgevoerd”.

Een recent academisch opinie-onderzoek wees uit dat de lokale koloniale regering slechts door 15,1 procent van de ondervraagden gewantrouwd wordt, de regering in Londen echter door 38,2 procent en die in Peking maar liefst door 62,5 procent. De percentages nemen alle drie toe. De lokale regering zit klem tussen Londen en Peking en de bevolking van Hongkong, die groter is dan die van de drie Baltische staten samen, telt niet mee. Tussen regeringsfunctionarissen uit Hongkong en hun Chinese tegenhangers bestaat een sfeer van Koude Oorlog-confrontatie. Op zo'n manier is het inderdaad moeilijk regeren en vooruitzien.

Columnisten die zich in recente weken aan draaiboeken voor de toekomst van China hebben gewaagd, hebben dat juist in tegenovergestelde zin gedaan: het aanvoeren van redenen waarom het Chinese communisme niet zomaar in elkaar zal storten. Sommigen achten het niet wenselijk, omdat het vermoedelijk tot een periode van chaos en een nieuwe grootscheepse stroom vluchtelingen zal leiden, die Hongkong kan ruïneren. Vervolgens wordt gezegd dat China etnisch voor 94 procent Chinees is, in tegenstelling tot de (voormalige) Sovjet-Unie waar minder dan de helft Russen zijn. Verder heeft China geen deel-republieken die zo machtig zijn dat zij het centrum kunnen uithollen. Maar even belangrijk zijn culturele en economische factoren. De overgrote meerderheid van de Chinezen heeft een psyche van onderworpenheid aan gezag, zeker als dat meedogenloos is. Het regime intimideert de mensen niet alleen met een mogelijk nieuw bloedbad, maar vooral met de vrees voor chaos. Economisch hebben grote delen van China's bevolking geen reden om het communistische regime te verwerpen omdat de economie sinds 1978 ondanks enige schokken gebloeid heeft. Onder het etiket van communisme gaat een welig tierend primitief kapitalisme schuil en de meeste Chinezen stellen rijkdom boven democratie.

Foto: Bewoners van Hongkong demonstreren voor meer democratie tijdens het bezoek van de Britse premier John Major aan de stad gisteren. Biontbreken van democratie zullen de mensen Hongkong verlaten, waarschuwen ze. (Foto AFP)