Grote groep denkt aan werkkring buiten het justitieel apparaat; Rechters ontevreden over inkomen

DEN HAAG, 6 SEPT. Binnen de rechterlijke macht heerst grote ontevredenheid over de hoogte van het inkomen. Een grote groep rechters en officieren van justitie denkt aan een loopbaan buiten het justitieel apparaat.

Dit blijkt uit de resultaten van een enquête onder de leden van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak , die het tijdschrift voor de rechterlijke macht, Trema, vandaag publiceert. Het is de eerste keer dat een dergelijk uitgebreid onderzoek naar de mening van de leden van de rechterlijke macht over hun rechtspositie is uitgevoerd.

Uit de enquête blijkt dat de ondervraagden in grote meerderheid ontevreden zijn over de relatie met het ministerie van justitie. Het departement is volgens de ondervraagden onvoldoende op de hoogte van wat er leeft onder de leden van de rechterlijke macht en houdt te weinig rekening met hun belangen. Een meerderheid is er voorstander van dat er acties moeten worden gevoerd wanneer het komt tot conflicten over de arbeidsvoorwaarden. Daarbij wordt dan vooral gedacht aan stiptheidsacties: echt 38 of veertig uur werken op kantoor en “zich houden aan wettelijke voorschriften”.

De enquête is in opdracht van de NVvR uitgevoerd door Philips-Beteor in Eindhoven, onder leiding van de Nijmeegse organisatie-psycholoog prof.dr. van Assen. Hij noemt het beeld dat oprijst uit het onderzoek “zorgwekkend”. Volgens hem moet gevreesd worden dat functies bij de rechterlijke macht op de langere termijn hun aantrekkelijkheid verliezen. Bovendien dreigt het gevaar van een uitstroom van zittende leden van de rechterlijke macht.

Hoewel uit de enquête blijkt dat men over het algemeen tevreden is over de inhoud van het werk, is er grote onvrede met de als onredelijk hoog ervaren werkdruk. Bovendien laat de kwaliteit van de juridische en administratieve ondersteuning te wensen over.

Over het loopbaanbeleid binnen de rechterlijke macht vindt de overgrote meerderheid (96 procent) van de geënquêteerden dat benoemingen niet meer op grond van anciënniteit moeten gebeuren. Een ruime meerderheid (zestig procent) vindt dat er een personeelsbeoordelingssysteem moet komen zodat beoordelingen op alle niveaus een openlijke rol kunnen spelen bij benoemingen.

Volgens Van Assen is er binnen de rechterlijk macht sprake van een culturele verandering door verjonging en een grotere instroom van vrouwen. Daardoor is een zakelijker visie ontstaan op het eigen beroep en op de relatie met het ministerie van justitie.