Contractlonen

Onze minister-president treedt af, als de contractlonen in 1992 worden bepaald op 5 à 7 procent gemiddeld. Hij zou dat, in zijn eigen vreemde taalgebruik, “mentaal, persoonlijk en dus politiek niet meemaken”.

Deze lonen worden onderling onderhandeld door het bedrijfsleven, “de sociale partners”. Door deze uitspraak wordt het startschot voor nieuwe verkiezingen, waarvan de lont bij ons parlement behoort te berusten, verlegd naar de sociale partners.

De regering kan sanering van ons sociaal stelsel natuurlijk nooit echt aanpakken, als ze zich tegelijkertijd blijft voordoen als garant voor de inkomens van praktisch alle groepen kiezers.

Wordt het niet tijd dat onze regering het bestuur overneemt van de vakbonden, die immers in ons bestel de inkomens bewaken, en dat het bedrijfsleven de regeringstaken overneemt?

Wellicht dat alleen aldus de prioriteiten voor verantwoord regeringsbeleid weer op hun plaats komen.