Chef-dirigent begint seizoen; Schubert onder Tate desolaat en weemoedig

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Jeffrey Tate; solist: Christian Tetzlaff, viool. Programma: Schubert: Achtste symfonie; Berg: Vioolconcert; Elgar: Enigmavariaties. Gehoord: 5-9 Doelen Rotterdam. Herhaling 6-9 en 8-9 aldaar, 7-9 Vara-matinee te Amsterdam.

Na alle publiciteit rond zijn aantreden als chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest deed het Jeffrey Tate gisteravond merkbaar goed met het eigenlijke werk te kunnen beginnen. Niet dat hij zich tegenover het Doelenpubliek nog diende te bewijzen; dat had hij tot voor kort tijdens gastdirecties en bij plaatopnamen al ruimschoots gedaan.

Wat Tate nu wil, is een spannend concertseizoen creëren met onconventionele programma's, een nieuwe invulling van het aloude begrip sandwich-formule (eigentijds werk ingeklemd tussen stukken uit vroegere stijlperioden) en ruime aandacht voor wat de 20ste eeuw heeft voortgebracht. Daarbij zou niet zelden een gemeenschappelijke achtergrond te vinden zijn tussen werken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben.

Typerend voor Tates muzikale voorkeur was de opening van het eerste concert met Schuberts "Unvollendete', de Achtste symfonie. Jeffrey Tate noemde dit ooit een donker stuk. En zo liet hij het ook spelen: weemoedig, desolaat, maar niet wrang dissonerend en zonder de scherpe dynamische tegenstellingen van bij voorbeeld Harnoncourt. Harnoncourt beroept zich daarbij op een brief van Schubert waarin gewag wordt gemaakt van een verwijdering tussen hem en zijn vader, die door de dood van zijn moeder min of meer wordt opgeheven. Vandaar de extreme spanningsvelden en vandaar ook de overbodigheid van nog een derde deel. Tates visie is tragischer dan de meest gebruikelijke lyrische benadering, maar zonder de shockerende effecten die wel uit de partituur af te lezen zijn.

Heeft Schuberts Achtste met dierbare personen te maken, ook Alban Bergs Vioolconcert ontleent zijn aangrijpende inhoud aan een door hem geliefd mens. Berg portretteert de 18-jarige Manon Gropius na haar dood zo geïnspireerd, dat de gebezigde reeksentechniek van Schönberg, hoe artificieel ook, een ongelooflijke emotionele lading heeft gekregen. De jonge violist Christian Tetzlaff, die met dit stuk in Nederland debuteert, is deze muziek op het lijf geschreven. Spijtig slechts dat zijn diep bewogen toon te vaak werd overspeeld door met name de blazers van het orkest.

Portretten nogmaals, maar nu van onderhoudende aard in Elgars meesterlijke Enigmavariaties, de meest indrukwekkende prestatie van Tate en het orkest op deze eerste avond. De ingenieuze cryptogrammen en anagrammen van deze geniale componist vormden geen belemmering voor een subliem georkestreerd klankenspel van grote muzikale schoonheid.