Besparing door WAO-plan veel hoger dan verwacht

ROTTERDAM, 6 SEPT. De verrassing was groot toen de computers van het WAO- en het AAW-fonds deze week de gevolgen van de kabinetsplannen met de arbeidsongeschiktheidsregelingen in beeld brachten. Want de ingrepen blijken in financieel opzicht veel méér geld op te leveren dan het kabinet voor ogen staat. Daarentegen wordt de oorspronkelijk beoogde vermindering van het aantal arbeidsongeschikten bij lange na niet gehaald.

Het gaat, benadrukt prof. dr. W. van Voorden, bestuursvoorzitter van het Arbeidsongeschiktheidsfonds (dat het WAO-geld beheert) en het Algemeen arbeidsongeschiktheidsfonds (AAW-geld), om de eerste voorlopige berekeningen, waarvoor noodzakelijkerwijze vrij grote onzekerheidsmarges gelden omdat nog niet alle details bekend zijn. “Maar het is opmerkelijk dat er zulke grote verschillen zitten tussen wat het kabinet wil bereiken en de door ons berekende effecten”, zegt Van Voorden, die zijn bestuurstaken bij de fondsen combineert met leerstoelen aan de Rotterdamse Erasmusuniversiteit (sociaal-economische beleid) en de Katholieke Universiteit Brabant (arbeidsverhoudingen).

De fondsen hebben nagegaan wat de gevolgen zijn van de kabinetsplannen die medio volgend jaar zouden moeten ingaan. Daarbij gaat het met name om een drietal maatregelen. In de eerste plaats de "ontkoppeling', waardoor de stijging uitkeringen volgend jaar geen gelijke tred houdt met de loonontwikkeling in het bedrijfsleven maar wordt beperkt tot drie procent. Het effect daarvan werkt de volgende jaren door.

In de tweede plaats is berekend wat de introductie van het zogenoemde bonus-malus-systeem teweegbrengt. Hierbij krijgen werkgevers van wie een werknemer in de AAW-WAO belandt een boete (een malus van maximaal twaalf maanden salaris). Als zij een (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte in dienst nemen dan krijgen ze een premie (een bonus). Het is nog onduidelijk welke criteria precies voor het opleggen van boetes en het verstrekken van premies zullen gelden. Het is de bedoeling dat de bonus direct wordt uitbetaald en dat de malus één jaar nadat de betreffende werknemer in de AAW-WAO is beland wordt geïncasseerd. Daardoor kost het bonus-malus-systeem in de aanloopperiode in elk geval geld, maar dat verandert vrij snel zodra de malussen binnenkomen. Daarnaast is er van meet af aan een indirect besparingseffect, doordat de boetes de werkgevers zullen "ontmoedigen' om werknemers via deze regeling af te laten vloeien. De fondsen zijn bij hun becijferingen uitgegaan van de maximale malus en van een uniforme bonus van zes maanden salaris.

Tenslotte hebben de fondsen getracht de gevolgen van de verruiming van het begrip "passende arbeid' en beperking van hoogte en duur van de AAW- WAO-uitkering (voor met name de 50-minners) in kaart te brengen.

In totaal leveren de kabinetsmaatregelen volgend jaar een "besparing' op van 190 miljoen gulden, ten opzichte van de voorgaande raming die van juni dateert. In 1993 lopen de besparingen op tot 1,6 miljard en in 1994 tot ongeveer 3,5 miljard gulden. Het kabinet mikt zelf met de AAW- WAO-maatregelen ultimo 1994 op een besparing van ruim 2 miljard gulden.

Ook de samenstelling van dit bedrag in interessant. Het leeuwedeel (2,2 miljard) is het gevolg van het bonus-malus-systeem. Daarvan vloeit 1,5 miljard voort uit het feit dat er veel méér aan malussen binnenkomt dan er aan bonussen uitgaat. De overige 0,7 miljard zijn besparingen als gevolg van een geringer beroep op de AAW-WAO doordat van de boetes een afschrikkend effect wordt verwacht.

Het is volgens Van Voorden overigens twijfelachtig of het bonus- malus-systeem zo zal werken als door het kabinet wordt verondersteld. “Het is nog maar de vraag hoe werkgevers zich zullen gaan gedragen. Het kan best zijn dat ze extra oppassen bij het in dienst nemen van mensen met gebreken. Daarmee strijken ze weliswaar een premie op, maar als zo iemand later toch in de WAO terecht komt kost dat wel een extra jaarsalaris. Je houdt dus de calculerende werkgever die zal afwegen of hij bijvoorbeeld een 45-jarige gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakte werknemer in dienst houdt of tegen een eenmalige boete laat afvloeien.”

De ingrepen in de hoogte en de duur van de AAW-WAO-uitkering leveren volgens de fondsen eind 1994 een besparing van 300 miljoen gulden op. Het effect van verruiming van het begrip "passende arbeid' ramen zij op 500 miljoen in 1994. Dit is aanzienlijk minder dan de 1,3 miljard gulden die het kabinet heeft ingeboekt.

Wordt gekeken naar het aantal arbeidsongeschikten (herleid tot "uitkeringsjaren') dan zorgen de kabinetsmaatregelen er volgens de fondsen voor dat dit eind 1994 ongeveer 60.000 lager uitkomt dan bij ongewijzigd beleid het geval zou zijn. Tot voor kort wilde het kabinet eind 1994 uitkomen op het niveau van 1989, zijnde 760.000 uitkeringsjaren. In de jongste prognoses staat dat dit aantal eind 1994 bij ongewijzigd beleid uitkomt op 885.000. Dat zou een "ombuiging' van 125.000 uitkeringsjaren nodig maken, maar uit de meest recente notities van Sociale Zaken blijkt dat het kabinet deze doelstelling heeft losgelaten als zijnde “onhaalbaar” in de resterende twee-en-een-half jaar. Onduidelijk is welke "volume-doelstelling' het kabinet nu hanteert.

De fondsen wilden de AAW-premie (dit jaar 1,8 procent) volgend jaar verhogen naar 2,9 procent. Door de kabinetsmaatregelen zou volstaan kunnen worden met een verhoging naar 2,8 procent. In 1993 en 1994 zou de premie dan verder kunnen dalen naar respectievelijk 2,4 en 1,9 procent. Op de WAO-premie (dit jaar 12, volgend jaar 13 procent) zouden de kabinetsplannen relatief minder invloed hebben en als volgt doorwerken: 1992: 12,8, 1993: 12,5 en 1994: 12,1 procent.