Balten weten waar ze liggen

De wereld heeft er drie landen bij: Estland, Letland en Litouwen. De laatste twijfel hieraan is vanmorgen weggenomen nu de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid van de Baltische landen heeft erkend.

Toen president Michail Gorbatsjov in januari vorig jaar de Litouwse hoofdstad Vilnius bezocht, in de hoop de Baltische separatisten te kunnen temmen, sprak hij nog: “Degenen die denken dat ze gewoon kunnen weglopen, moeten zich geen zeven maar duizend keer bedenken dat er een grondwettelijke orde bestaat”. Achteraf bezien is het een gouden tip gebleken. Want toen de "putschisten' enkele weken geleden de grondwettelijke Sovjet-orde opbliezen, hebben de Balten zich geen zeven maar slechts één keer bedacht dat dit de uitgelezen kans was om hun recht te halen. President Gorbatsjov berustte afgelopen zondag tegenover een Amerikaanse verslaggever: “Als dat de wil en de intentie van de volkeren van deze republieken is, denk ik dat we hiermee moeten instemmen.”

In historisch perspectief is het Baltische streven naar herstel van de onafhankelijkheid volledig te verklaren en begrijpen. Wie louter naar de cijfers kijkt, kan zich er slechts over verbazen dat de Baltische worsteling op zoveel taai verzet van Moskou is gestuit. Estland (1,6 miljoen inwoners), Letland (2,7 miljoen) en Litouwen (3,7 miljoen) namen samen nog geen 3 procent van de bevolking en 3 procent van de economie voor hun rekening. De Kazachstaanse president Noersoeltan Nazarbajev zei afgelopen februari al dat de Balten en andere separatisten wat hem betreft konden gaan zolang Kazachstan maar in één Unie bleef met Rusland, Wit-Rusland, de Oekraïne en de andere vier Aziatische republieken. De Sovjet-economie drijft voor meer dan 90 procent op deze acht republieken. “Is dat niet genoeg”, vroeg Nazarbajev, die deze week zelf het antwoord mocht geven in het Congres van Volksafgevaardigden.

De Baltische landen realiseren zich terdege dat de psychologische klap van hun onafhankelijkheid groter is dan de economische. Ze zijn opgelucht en zelfs verbaasd dat ze opeens "vrij' zijn. Op de golven van brede, nationalistische volksbewegingen is het doel bereikt. Baltische ministers en parlementsleden van-de-nieuwe-orde spreken niettemin met opmerkelijk realisme over de feitelijke gevolgen van die vrijheid. Het Litouwse, Letse en Estse nationalisme is in menig opzicht minder bijziend dan menige Oosteuropese variant waarin herstel van "nationale waarden' als oplossing en niet als middel tot oplossing van alle problemen wordt gezien.

De Balten hopen zo snel mogelijk in de Westerse gelederen te worden opgenomen. Dat zal ook wel lukken. De rijke Scandinavische landen, Finland en Zweden voorop, zien haarscherp welke belangen zij te dienen hebben.

Maar de Balten verliezen intussen hun zuider- en oosterburen niet uit het oog. De drie landen hebben vorige maand met de Russische Federatie al een economisch akkoord getekend. De regeringen in Vilnius, Riga en Tallinn hebben inmiddels ook aangekondigd dat zij zich zo snel mogelijk willen aansluiten bij de economische unie van de USSR-nieuwe-stijl.

Baltische bewindslieden weten waar de kracht van hun landen ligt. Ze willen “het Rotterdam van de Oostzee” langs hun kust bouwen, zo zeggen sommigen met zoveel woorden. De parallel en de ambitie liggen voor de hand. Maar op de weg naar handel en doorvoer liggen massa's Sovjet-schroot die moeten worden opgeruimd. Bijna vijftig jaar van Sovjet-bezetting hebben de Baltische landen opgezadeld met industriële molochen die geen enkele economische voedingsbodem hebben in deze streken. Het ontmantelen van die industrie is niet alleen een economisch probleem. Het is ook een sociale kwestie die een explosieve etnische lading kan krijgen aangezien de fabrieken in overgrote meerderheid worden bevolkt door "geïmporteerde' Russen. Zullen de Litouwers, Esten en Letten straks hun belastingen drastisch verhogen ter financiering van een sociaal vangnet om de massa's werkloze Russen op te vangen? Het is de vraag, ook, juist in historisch perspectief.