"What works' op z'n Nederlands

Schoolvoorbeelden, effectief onderwijs aan kinderen uit achterstandsmilieus Door G.W. Meijnen, G.W. Smink, G. Ledoux, M. Robijns e.a. Edu'Actief Meppel, 1991 Prijs: ƒ 27,50 ISBN 90 5117 089 0

In 1986 verscheen in de Verenigde Staten What Works, een boek met wetenschappelijk verantwoorde aanbevelingen voor het onderwijs op de basisschool. Het boek sloeg in als een bom. Hier was voor het eerst de onoverzichtelijke lappendeken van elkaar maar al te vaak tegensprekende onderzoeken toegankelijk gemaakt voor het onderwijs zelf. Bovendien bevatte What Works alleen oplossingen - onderzoeken naar de omvang van de problemen in het onderwijs waren weggelaten. Deze zomer is onder de titel Schoolvoorbeelden de Nederlandse versie van What Works uitgekomen. Net als What Works bevat het een groot aantal voor onderwijsonderzoek ongewoon helder geformuleerde stellingen. "Als leerlingen goede lezers horen voorlezen, en zelf ook regelmatig worden aangemoedigd om teksten hardop te lezen, zullen zij eerder goede lezers worden' bevat niet alleen geen jargon, maar is ook een zo simpele uitspraak dat de enige Amerikaanse kritiek op What Works meteen duidelijk wordt: het boek lijkt zo nu en dan een open deur in te trappen. Aan de andere kant: is het niet juist door hun eenvoud dat wetenswaardigheden als "leerlingen raken bedrevener in het oplossen van wiskundige problemen als ze door leerkrachten worden aangemoedigd om een probleem te doordenken alvorens ermee aan het werk te gaan' soms worden vergeten?

Op elke stelling volgt een "toelichting' en, in het deel van het boek dat de Amerikaanse onderzoeksresultaten weergeeft, "Nederlands commentaar'. De toelichtingen geven achtergronden en uitwerkingen. Zo wordt over het oplossen van wiskundige problemen gezegd dat "mensen die goed zijn in het oplossen van wiskundige problemen gewoonlijk eerst de uitdagingen analyseren, en alternatieve strategieën onderzoeken'. Op school daarentegen "wordt te vaak het snel oplossen van problemen benadrukt en beloond'.

Voor de commentaren zijn per stelling drie deskundigen aangezocht. Zij moesten nagaan of de Amerikaanse bevindingen ook op de Nederlandse situatie van toepassing waren. De commentaren vormen een zwakke kant van het boek, omdat ook Schoolvoorbeelden hier weer vervalt in de nuances, de ingewikkeldheden en de gewetensvolle weergave van tegenstrijdige opvattingen die veel onderwijsonderzoek zo onleesbaar maken. Onmogelijke zinnen als "het samenwerken in kleine groepen is gebonden aan strikte organisatorische principes op het gebied van leerprogramma's' komen alleen in de commentaren voor.

Op het hoofdstuk met de Amerikaanse onderzoeksresultaten volgt een (kleiner) hoofdstuk met "Nederlandse praktijkbevindingen', net als het eerste hoofdstuk ingedeeld in "thuis', "in de klas' en "op school'. Samen zijn de twee hoofdstukken goed voor 45 stellingen over zulke verschillende onderwerpen als tellen, zelfstandig lezen, samen leren, schatten, verwachtingen van de leerkracht, doelgericht schrijven, het effectief werkende schoolhoofd of jeugdhulpverlening. De Nederlandse praktijkbevindingen hebben voornamelijk betrekking op onderwijs aan allochtone leerlingen.

In het derde hoofdstuk worden "profielen van effectieve scholen' gegeven. De profielen beschrijven acht van de tien scholen die in de landelijke evaluatie van het onderwijsvoorrangsbeleid het hoogste scoorden. Eigenlijk beantwoorden alleen de hoofdstukken twee en drie aan de opdracht die het ministerie van onderwijs de door haar gesubsidieerde auteurs drie jaar geleden meegaf: het boek moest een handreiking zijn aan multi-etnische basisscholen.

Dat is een verschil met What Works, dat in een aparte versie profielen gaf van succesvolle scholen in achterstandswijken. Toch geven ook de hoofdstukken twee en drie van Schoolvoorbeelden informatie die voor elke basisschool van belang kan zijn. Onderwijs dat goed is voor kinderen uit achterstandswijken is namelijk, zo heeft onderwijsonderzoek inmiddels wel uitgewezen, goed voor alle kinderen - arm, rijk, dom of intelligent.

Rest de hier en daar geuite klacht dat Schoolvoorbeelden geen concrete oplossingen biedt: ook leesbare theorie is theorie. De auteurs hebben dat zelf ook ingezien en bij staatssecretaris Wallage een tweede subsidie aangevraagd, deze keer om een soort receptenboek voor de basisschool te kunnen maken. De aanvraag is afgewezen, maar er is nog hoop. Uitgever Buwalda vindt het "natuurlijk plezierig' dat het boek wordt geroemd om zijn begrijpelijkheid, maar elke keer als hij het doorbladert vraagt hij zich af: "Hoe doe je dat dan in de praktijk, wat ze daar zeggen?' Een tweede deel, "met wat gewoon handmateriaal', lijkt hem een nuttige aanvulling.