,"We hebben fouten gemaakt, regiefouten'

ETTEN-LEUR, 5 SEPT. “We moeten elkaar recht in de ogen kijken partijgenoten, daar zijn we aan toe.” PvdA-leider W. Kok spreekt indringend, hij is nerveus en net door een haag van demonstranten gelopen die zijn opgetrommeld door de FNV. Met teksten als "Wim, weet je nog' proberen ze de vice-premier nog even te herinneren aan de dagen dat de FNV onder leiding van vakbondsleider Kok ten strijde trok tegen de Ziektewetplannen van Den Uyl in 1982.

De problemen zijn gebleven, de rollen veranderd. Kok ziet in Etten-Leur voor het eerst sinds de beroering over de WAO-plannen de achterban voor zich staan. Hij staat voor de vuurproef en hij staat er niet alleen. Minister Alders is meegekomen, evenals staatssecretaris Wallage. Van Kemenade, de burgemeester van Eindhoven, is naar Etten-Leur gekomen, net als een hele serie Tweede-Kamerleden. Er zitten in de zaal bijna meer PvdA-kopstukken dan boze WAO'ers: Kok mag niet afgaan en hij gaat ook niet af.

“We hebben fouten gemaakt, regiefouten. We hebben niet voldoende met elkaar gecommuniceerd. Ik wil daar heel eerlijk over zijn, ik geef dat ruiterlijk toe.” Kok trekt het boetekleed aan en probeert zo de wrevel weg te nemen die de afgelopen maanden bij partijkader en kiezer is gegroeid. “Er is veel beroering ontstaan en sommigen vragen zich af: kunnen we met deze man nog doorgaan”, zegt hij.

De PvdA houdt op 28 september een bijzonder congres waar Kok om een vertrouwensvotum zal vragen. “Dat bijzonder congres is geen zwaktebod, maar een bestandsopname. Dat is nodig, want twee jaar geleden zijn we misschien wel te stilzwijgend het kabinet ingestapt. We gingen regeren, want we wilden zo graag regeren.”

De zaal luistert, geboeid en met respect naar een partijleider die maanden heeft geworsteld met de forse ingreep in een stelsel dat ooit door de PvdA heilig werd verklaard. Kok was ervan overtuigd dat een ingreep nodig was, zijn achterban niet. Kok probeert het uit te leggen - niet met onsamenhangende taal en vakjargon zoals staatssecretaris E. ter Veld, die in Nijverdal en Emmen alle hoeken van de zaal te zien kreeg - maar met een bewogen betoog en klemmende vragen. “Is de WAO niet een té gemakkelijke afvloeiingsregeling geworden? Dat is niet zo bedoeld, maar het gebeurde wel. Worden de mensen niet té snel afgekeurd als ze toch wel wat anders hadden kunnen doen? In Nederland zijn op zes miljoen werkenden één miljoen arbeidsongeschikten. Hoe kan dat in een land met een fantastische gezondheidszorg?”

Kok werpt de vragen op, niet met de afstandelijkheid van een minister van financiën, maar met de meeslependheid van een politiek leider. “Jaarlijks worden 120.000 mensen afgekeurd. Heel Etten-Leur in een kwartaal afgekeurd! Steden als Breda, Eindhoven en Arnhem in een paar jaar afgekeurd! Partijgenoten, de WAO is uit zijn voegen geraakt en wie wil die solidariteit nog opbrengen? Daar heb ik twijfels over, eerlijk partijgenoten, twijfels of dat nog kan, of dat op de werkvloer nog lukt”.

Kok is eerlijk, open. Hij vlucht niet in schijnargumenten of gespeelde emotie, en verdedigt zijn keuze ook als een demonstrant de zaal binnenkomt om Kok aan de tand te voelen. “Ik wil met Kok spreken”, roept C. Mentzel, die zegt WAO'er te zijn en die zich voor de gelegenheid heeft gekleed in vodden. “Dan zien de mensen wat de WAO'ers te wachten staat.” Hij wordt door een aantal partijgenoten weggedrukt, bijna de zaal uit, maar weet zich te handhaven. Er ontstaat rumoer, en Kok loopt naar voren om de man - die in zijn opvallende kledij regelmatig tegen bewindslieden demonstreert - tot bedaren te brengen. “Gaat u hier even rustig staan, u kunt zo aan het woord komen.”

Het is een belangrijk moment, waarop rumoer makkelijk kan omslaan in emotie en de zaal onrustig wordt. “Waarom is het juist de PvdA die zijn arbeiders in de steek laat”, zegt de demonstrant. “Is dit sociale vernieuwing, op wie moeten de arbeiders nu stemmen?” Kok geeft repliek, direct en onomwonden. “Niemand wordt hier onder de armoedegrens gedrukt. In dit land hoeven mensen niet met rafels als bedelaars over straat te lopen.”

De Brabantse afdelingsvertegenwoordigers hebben begrip voor Kok, maar er is ook kritiek. “De PvdA heeft zich als een lam naar de slachtbank laten leiden”, zegt een vrouw uit Bergen op Zoom. Zij vraagt zich af of Kok wel op de juiste post zit. “Een minister van financiën wekt niet de sympathie op van de mensen.” Een andere afgevaardigde vraagt zich af wat de PvdA nu nog kan doen. “We zitten in de rotzooi. De leden lopen weg, we hebben ruzie met de bonden en dan word je ook nog doodgeknuffeld door een vent als Lubbers.”

De achterban van Kok worstelt met de keuze van de partijleider om de duur van de WAO-uitkering te bekorten en de koppeling te laten varen. Er is achterdocht, de koppeling zal voor minima worden gecompenseerd maar hoe lang nog? “De koppeling is van de baan, voor altijd van de baan”, zegt een vrouw uit Oisterwijk. “Het is slecht als we niet meer met de vakbeweging door een deur kunnen.”

Zij vindt dat Kok moet praten met FNV-voorzitter Stekelenburg die zegt bereid te zijn tot ingreep in de duur of hoogte van de WAO als het volumebeleid de komende drie jaar niets oplevert. “Ik snap het niet meer. Waarom gebeurt dit? Ik geef het u te doen om de helft van je inkomen te verliezen”.

Uit de kritiek van de aanwezigen, meest veertigers en ouder, spreekt diepe teleurstelling. “Is dit de partij waarvoor ik bij verkiezingen alle huizen ben afgegaan? Is dit de partij die opkomt voor de minima en zwakke groepen in de samenleving? Veel mensen zijn arbeidsongeschikt omdat ze worden opgejut door werkgevers, omdat de knoet erover gaat. De Nederlandse arbeider werkt hard, de arbeidsproduktiviteit is hier het grootst.”

De achterban denkt en spreekt in het jargon van tien jaar geleden, Kok kampt met de problemen van vandaag. “Laten we kijken naar België en Duitsland. De arbeidsproduktiviteit is hier hoog omdat veel mensen uit het arbeidsproces zijn gestoten. Hoe kunnen we het WAO-stelsel betaalbaar houden. Met volume alleen gaat dat niet. U kunt me geselen maar hier sta ik voor, dit is verdedigbaar.”

Partijleden dringen erop aan om de positie van de "onomkeerbare gevallen' te herzien, maar Kok houdt vast aan zijn besluit. “Ik weet geen methode om aan te geven wat onomkeerbaar is en wat niet. Ik heb het bekeken met Ter Veld en Bert de Vries, maar we zijn er niet uitgekomen. We hebben alles gedaan, eerlijk en De Vries is misschien een man van het CDA maar hij is puntgaaf.”

Kok houdt zijn achterban voor dat er knopen moeten worden doorgehakt en het geen zin heeft de schuld aan voorgaande kabinetten te geven. “We kunnen wel over erfenissen praten, maar we zitten hier nu en we moeten nu besluiten. Dat mag impopulair zijn, maar daarvoor ga ik niet uit de weg. De problemen van nu zitten dieper, ze hebben te maken met verdeling van verantwoordelijkheid. Wat doet de collectieve sector en wat moet je zelf doen? Dat raakt de fundamenten van de sociaal-democratie.”