Voortbestaan zinkbedrijf in gevaar

BUDEL, 5 SEPT. Het voortbestaan van de zinksmelterij Budelco, met 650 werknemers en een produktie van 210.000 ton zink per jaar, is in gevaar. Budelco, op de grens van Brabant, Limburg en België en de enige Nederlandse zinkfabriek, mag van de provincie Noord-Brabant vanaf midden volgend jaar alleen nog tijdelijk zinkafval opslaan als het bedrijf uiterlijk in 1995 begint met verwerking van het afval.

De fabriek heeft ruim 30 miljoen gulden geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling voor recycling van jarosiet. Dit zinkafval bevat hoge concentraties zware metalen zoals zink, cadmium, lood en arseen. Budelco kan slechts de helft van de totale kosten voor de bouw van de recyclingfabriek, die bijna 400 miljoen gulden belopen, dragen.

De twee aandeelhouders van Budelco, Shell-dochter Billiton en het Australische mijnbouwconcern Pasminco, zijn bereid de 200 miljoen gulden die Budelco heeft gereserveerd voor milieu-investeringen beschikbaar te stellen voor het project. Maar meer geld hebben de maatschappijen niet omdat de zinkproduktie, zoals Budelco-directeur W. de Graaff het formuleert, een marginale business is. “De meeste zinksmelterijen in de wereld draaien met verlies, als gevolg van de lage produktprijs. Wij kunnen hier nog net quitte spelen”, aldus de directeur. Shell zegt dat haar dochteronderneming Billiton verantwoordelijk is voor Budelco, en geeft verder geen commentaar.

Financiële participatie van het Rijk is onontbeerlijk als de aandeelhouders niet meer geld beschikbaar stellen. De Graaff voert al geruime tijd overleg met ministeries in Den Haag en de provincie Noord-Brabant over de mogelijkheid van een gezamenlijk project, maar dat heeft tot nu toe geen effect gesorteerd. Uiterlijk in juni volgend jaar moet de beslissing over verwerking van het jarosiet worden genomen, want dan is het derde bassin met deze giftige gele massa op het Budelco-terrein in de Brabantse Kempen, vlakbij de Belgische grens, geheel vol. Momenteel wordt met toestemming van de provincie een vierde bekken, zo groot als een voetbalveld aangelegd, maar dat mag slechts in gebruik worden genomen als er een positieve beslissing over de verwerking van het afval is genomen. “Als we samen met de overheid het financiële plaatje niet rond krijgen, moet deze zinkfabriek daarna binnen een jaar gesloten zijn, maar dan blijft ook het afval zitten”, zegt De Graaff.

Nederland heeft een goede kans om de grootste berg chemisch afval op zijn grondgebied op te ruimen als de recyclingfabriek van Budelco kan worden gebouwd. Want het bedrijf wil met die fabriek ook geleidelijk de twee miljoen ton jarosiet die in drie bassins ligt opgeslagen, plus een grote hoeveelheid zinkas die door de vorige zinksmelterij ter plaatse is gestort, verwerken. Maar dat zou de overheid 200 miljoen gulden kosten. De Stichting Natuur en Milieu is voorstander van het Budelco-plan omdat Brabant “anders met een gigantische erfenis blijft zitten”.

Een woordvoerder van het ministerie van VROM (milieubeheer) in Den Haag zegt dat de kans “niet groot” is, dat het ministerie met zoveel geld over de brug komt. Doordat Budelco als enige zinksmelterij ter wereld een systeem voor recycling van het afval heeft ontworpen, zou het bedrijf een voortrekkersrol kunnen spelen. De Graaff wil dat graag, maar kan daarbij de overheid niet missen. Want zolang niet op zijn minst alle Europese landen dezelfde milieu-eisen stellen, moet hij opboksen tegen concurrenten die maar een vijfde hoeven uit te geven aan het afvalprobleem omdat ze van hun overheden het jarosiet wèl mogen blijven storten. Dat plaatst Budelco in een onmogelijke concurrentiepositie.

Volgens het ministerie van economische zaken gaat het hier louter om een milieuprobleem waarvoor behalve het bedrijf VROM verantwoordelijk is. Economische Zaken heeft geen fondsen om Budelco te hulp te komen, maar de woordvoerder wijst op een “afspraak” met VROM om in EG-verband actie te ondernemen.

“Wij hebben de suggestie gedaan om ook Belgisch afval bij Budelco te gaan verwerken, waardoor er mogelijk aanspraak kan worden gedaan op Europese fondsen”, zegt de woordvoerder van Economische Zaken. Maar volgens de Budelco-directeur voelen de twee Belgische fabrieken daar nog niets voor. “Alle aandacht van de internationale concurrenten is op ons gericht, want als hier gekozen wordt voor recycling, zullen met het voortschrijden van de Europese integratie te zijner tijd alle Europese zinksmelterijen tot die oplossing worden gedwongen.” Uit zijn contacten met Brusselse en VROM-ambtenaren leidt De Graaff af dat er “eigenlijk nog niets” wordt ondernomen om tot Europese normen voor de zinkindustrie te komen. “In alle andere landen is het pappen en nathouden. Op dit moment staan we nog helemaal alleen.”

Van een Nederlandse politicus kreeg De Graaff de vraag of het niet beter zou zijn als een fabriek als Budelco in een Derde Wereldland zou staan waar minder strenge milieunormen gelden. Nederland zou zijn zink dan vandaar moeten importeren. Nog afgezien van de kapitaalvernietiging van 750 miljoen gulden en een verlies van meer dan 700 arbeidsplaatsen, vindt De Graaff die suggestie “hypocriet”. “Dan verplaats je het milieuprobleem naar de Derde Wereld, terwijl we hier juist voor veel geld een nieuwe technologie ontwikkeld hebben. Het zou een totaal verkeerd signaal van Nederland zijn.”

Met enige trots meldt de directeur dat Budelco begin dit jaar als eerste zinksmelterij ter wereld een internationaal kwaliteitscertificaat van Lloyds in Londen heeft gekregen. “Wij behoren tot de top in deze bedrijfstak en de laatste vijf jaar hebben we keihard gewerkt om ons milieuprobleem met een integrale aanpak op te lossen. We bouwen al voor 33 miljoen gulden een waterbeheersings- en zuiveringssysteem, waarmee wordt voorkomen dat het vervuilde grondwater zich buiten het bedrijfsterrein verspreidt. De tweede stap is de verwerking van het afval. Alleen al in het basis-ontwerp voor de recyclingfabriek hebben we 11 miljoen geïnvesteerd.”

Budelco wil proberen met andere bedrijven en de provinciale overheid samen te werken in “een soort AVR-constructie” (Afval Verwerking Rijnmond). Buiten de oplossing van het jarosietprobleem zou het voor de overheid aantrekkelijk kunnen zijn om in dit project deel te nemen, omdat de recyclingfabriek wellicht ook vervuild slib uit de Brabantse rivierbodems kan verwerken, en eventueel metaalhoudend rioolslib. Die mogelijkheden worden onderzocht. Ook de zinkhoudende slakken die door de vorige smelterij in de wijde omgeving van Budel zijn afgezet voor verharding van landwegen en boerenerven kunnen in de toekomst onschadelijk worden gemaakt.

Met de recycling van jarosiet zijn in Finland en Australië proeven gedaan. De hoeveelheid wordt sterk gereduceerd en er blijven enige metaalhoudende produkten en zwavelzuur over, en slakken die als vervanger van grind in beton kunnen dienen en in "kunstbasalt' (Basalton) verwerkt kunnen worden. Voor het hergebruik hiervan worden marktverkenningen gedaan. Op basis van conservatieve ramingen blijft de recyclingfabriek na verkoop van de restprodukten nog met een jaarlijks exploitatieverlies van zo'n 20 miljoen gulden zitten. Maar dat bedrag kan aanzienlijk worden verlaagd als de "Budelco-slak' een vervanger wordt voor grind. Een aantrekkelijke mogelijkheid omdat in Nederland in de toekomst minder riviergrind zal worden gewonnen. Een eerste succesje is al geboekt door opname van de slakken als ingrediënt voor de cementbereiding, in het concept-Bouwstoffenbesluit dat in juni is gepubliceerd.