Rijsdijk buigt voor stagnerende markt

ROTTERDAM, 5 SEPT. Ooit moet directeur P.H. Van der Vorm van HES Beheer tegen J. Rijsdijk hebben gezegd: “Eén kraantje is akkoord, maar bij de tweede moet ik je kapot maken”. Dat was toen Rijsdijk - die al op zijn veertiende als fietsjongen in dienst van verschillende rederijen de Rotterdamse haven leerde kennen - in 1975 met een stokoude kraan zijn tien jaar eerder gestarte stuwadoorsbedrijf "uitbreidde'.

Maar Rijsdijk bleek niet kapot te krijgen: zijn bedrijven maken in tegenstelling tot die van Van der Vorm winst. De fietsjongen van weleer heeft wel - met een fikse geldbuidel in zijn achterzak - de strijd met zijn Rotterdamse aartsrivaal gestaakt. Daarmee is een einde gekomen aan het feuilleton van de concurrentieslag in het bulkgoedoverslag in de Rotterdamse haven.

Rijsdijk was 22 jaar toen hij met een startkapitaal van 500 gulden en een handjevol medewerkers als stuwadoor "voor zich zelf begon'. Lange tijd deed hij naast bulkoverslag ook in traditioneel stukgoed, de overslag van balen, kratten en dozen. Maar daar kwam door de opkomst van de container de klad in. In 1980 was Rijsdijk dan ook gedwongen het stukgoed af te stoten. “Een harde sanering, waarmee ik de grootste moeite had. Ik ben gewend altijd tot het gaatje te gaan. Ik houd niet van opgeven”, zei de Rotterdammer daarover nog in 1989, kort nadat het hem was gelukt in de Amsterdamse haven Overslagbedrijf Amsterdam OBA in te lijven.

Toen was Interstevedoring na de sanering van het arbeidsintensieve stukgoed uitgegroeid tot een kapitaalintensief en geavanceerd overslagbedrijf van droge bulkgoederen, voornamelijk agribulk. Met ongeveer 100 man personeel, acht drijvende kranen en negen drijvende weegpontons beweegt Interstevedoring zich in het hele Rotterdamse havengebied.

Daarmee kon Rijsdijk met zijn veel flexibeler bedrijf tegen lagere tarieven het marktaandeel van Interstevedoring ten koste van HES-dochter GEM (Graan Elevator Maatschappij) gestaag uitbreiden. Dat deed hij overigens tegen de ontwikkelingen van die markt in. Want de overslag van agribulk heeft al jaren te kampen met de nadelige gevolgen van het Europese landbouwbeleid. Daardoor liep de aan- en afvoer van granen en veevoederprodukten tussen 1983 en dit jaar terug van 22 naar 16,3 miljoen ton.

Maar Rijsdijk begreep dat ook hij niet eindeloos de stagnerende markt kon blijven trotseren. Hij zocht naar andere segmenten. De overslag van kolen en ertsen, nog steeds een groeiende markt onder meer door de eenwording van Duitsland kon zich dan ook in zijn belangstelling verheugen. Grote spelers in die markt zijn Koninklijke Frans Swarttouw, dat nu volledig door HES wordt ingelijfd en Europees Massagoed Overslagbedrijf EMO (waarin Frans Swarttouw voor 42,5 procent deelneemt en waarvan de rest van de aandelen voor het grootste gedeelte iun bezit is van het Duitse concern Ruhrkohle).

Intussen probeerden de bonden de rivaliserende partijen om de tafel te krijgen. Concurrentie is goed maar dat mag niet ten koste gaan van werkgelegenheid, redeneerden de bonden. Zij waren bang dat de strijd tussen Van der Vorm en Rijsdijk ten koste zou gaan van de hele bulksector in de Rotterdamse haven. Prijsafspraken, verdeling van de markt en capaciteitsbeheersing zouden de problemen het hoofd moeten bieden. Maar Rijsdijk stapte in het voorjaar woedend uit het zogenoemde ronde tafeloverleg met de betrokken partijen, waaronder overigens ook het Gemeentelijk Havenbedrijf, exploitant van de haven. Rijsdijk vond dat met zijn belangen onvoldoende rekening werd gehouden, hij zou slechts kolen en ertsen mogen overslaan in geval van congestie bij de anderen.

En wat misschien nog wel meer stak, hij kreeg maar geen eigen walcapaciteit van het Havenbedrijf, nodig voor het afmeren van zijn kranen en de opslag van goederen. Daarvoor heeft hij tien jaar gevochten maar telkens nul op het rekest gekregen. Rijsdijk heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij de gevestigde orde in de Rotterdamse haven er van verdacht de gemeente Rotterdam te manipuleren. “Het is de maffia van de haven”, liet hij zich daarover eens ontvallen.

Nadat het ronde tafeloverleg was stukgelopen, was het buigen of barsten. Om toch nog als winnaar uit de strijd te komen deed Rijsdijk met financiële steun van de vroegere Holland Amerika Lijn een poging HES Beheer over te nemen. Van der Vorm wilde wel praten, maar alleen als hij een aantal winstgevende activiteiten mocht houden. Rijsdijk staakte zijn overname-pogingen en de rollen werden omgedraaid.

Rijsdijk ging bij zijn aspiraties om voet aan de Rotterdamse wal te krijgen "tot het gaatje', maar geeft nu toch op: hij trekt zich volledig terug uit de stuwadoorsactiviteiten, heeft daarvoor zelfs een non-concurrentiebeding getekend dat hem verbiedt ooit nog als stuwadoor aan de slag te gaan in Westeuropese havens.

De luis mag dan uit de pels van de Rotterdamse bulkgoedbedrijven zijn verwijderd, dat betekent overigens niet dat HES Beheer nu een gelopen koers loopt. De banken zullen het verlieslijdende HES Beheer extra stevig in hun greep hebben nadat Rijsdijk niet zonder achterlating van zijn bankrekeningnummer de handdoek in de ring heeft gegooid. HES moet geld gaan verdienen om aan de financieringsverplichtingen te kunnen voldoen en dat terwijl havens met monopolistische trekjes niet de voorkeur van klanten hebben, bevreesd als zij zijn voor te hoge tarieven.