PTT wekt twijfel over effectiviteit van beleid

ROTTERDAM, 5 SEPT. Het bedrijfsresultaat van PTT Nederland is in het eerste halfjaar 1991 onder druk gekomen. Dit betekent een breuk met de opgaande lijn in de bedrijfsresultaten van de afgelopen tijd. De prognose voor het hele jaar is bovendien naar beneden toe bijgesteld.

De PTT verwachtte in het eind mei gepresenteerde jaarverslag nog “minstens gelijkblijvende resultaten”. De raad van bestuur zegt nu dat de resultaten over de tweede helft van 1991 ongeveer gelijk zullen zijn als over de tweede helft 1990.

Bij een eerste beschouwing vallen de resultaten van de PTT overigens mee. Het netto-resultaat is in het eerste halfjaar gestegen ten opzichte van het eerste halfjaar 1990 met 54 miljoen gulden tot 796 miljoen gulden. Maar deze stijging is - op één miljoen gulden na - te danken aan een verminderde afdracht van belastingen. PTT geeft desgevraagd toe dat in de eerste helft van 1990 te veel belasting is betaald. Deze extra afdracht is in de tweede helft van 1990 weer rechtgetrokken. Dat betekent dat bij een zuivere vergelijking met normale belastingen ook de netto-winst van de PTT geen noemenswaardige vooruitgang zou hebben laten zien.

Van achteruitgang in de nettowinst is overigens ook geen sprake. De PTT weet de teruggang in het bedrijfsresultaat te compenseren met een vermindering van de financieringskosten.

De PTT geeft niet duidelijk aan waar het aan te wijten is dat het bedrijfsresultaat onder druk staat. Het persbericht wijt de daling van het bedrijfsresultaat van drie procent aan “de onvermijdbare stijging van de bedrijfskosten”. In een toelichting op de cijfers noemt de raad van bestuur een aantal externe oorzaken. Zo zijn de loonkosten en materiaalkosten gestegen.

De PTT-directie voert bovendien een gecompliceerde interne oorzaak aan: de toename van het personeel die voor een groei in de afzet in volume heeft gezorgd, heeft niet geleid tot een gestegen omzet in geld. Het vreemde is: waarom zou een bedrijf meer mensen aannemen, wanneer de winst daarmee onder druk wordt gezet? Uit de cijfers blijkt dat de PTT met grote wervingsacties bezig is. In juni stonden er 98.000 werknemers op de loonlijst, 3.000 meer dan vorig jaar juni. Het gaat overigens voornamelijk om deeltijdbanen, maar teruggerekend is er nog altijd een aanwas van 1000 full-time equivalenten over.

Volgens de PTT is het nodig om extra mensen aan te nemen voor “effectiviteitsprogramma's die mogelijkerwijs later hun vruchten afwerpen”. De laatste tijd gebruikt de PTT dit argument vaker. De PTT biedt buitenstaanders echter geen mogelijkheid om dit argument op validiteit te beoordelen. De PTT zou deze stelling kunnen staven met concrete prognoses, waaruit afgeleid kan worden aan wat voor effect de PTT denkt. Voor het komende halfjaar heeft in ieder geval het effectiviteitsprogramma nog niet gewerkt: de prognose is in plaats van naar boven naar beneden bijgesteld.