Privacy

Het artikel van F. Kuitenbrouwer van 3 augustus "Ook beperkte plicht tot identificatie strijdig met de burgerrechten' geeft blijk van een vreemde interpretatie van burgerrechten. Identificatieplicht een schending van de privacy?

Wanneer iemand een interactie aangaat met anderen treedt hij tenminste gedeeltelijk uit zijn persoonlijke levenssfeer. De opsporingsambtenaar die - bij constatering van een onrechtmatigheid - naar iemand personalia vraagt, schendt natuurlijk de persoonlijke levenssfeer niet. Wie zijn naam niet prijs wil geven, zal zich niet in een situatie moeten begeven waarin het redelijkerwijs onontkoombaar wordt die mee te delen.

De wetgever heeft helaas nagelaten aan te geven wat onder persoonlijke levenssfeer moet worden verstaan. Als gevolg van deze onzorgvuldigheid kan iedereen daaraan zijn eigen interpretatie geven. In de literatuur wordt wel verschil gemaakt in graden van privacy-gevoeligheid of in concentrische kringen van gevoeligheid van gegevens om de persoon. Natuurlijk behoeft de reiziger zonder kaartje niet zijn intieme leven bloot te leggen, maar evenzeer natuurlijk zal hij zich niet met een misplaatst beroep op "burgerrechten' mogen onttrekken aan een gerechtvaardigde correctie van zijn overtreding.

Het lijkt mij bepaald schadelijk voor het respect voor de mensenrechten, deze te onpas ten tonele te voeren. Dat is het geval wanneer men van privacy-schending spreekt als iemand informatie moet verschaffen die logischerwijs past in het maatschappelijk contact dat hij zelf is aangegaan.

De weltfremde interpretatie van "privacy', die stelt dat iedereen zelf moet kunnen bepalen over welke informatie, hemzelf betreffend, anderen kunnen beschikken, moet wel leiden tot een uiterst stroeve manier van omgaan met anderen. Moeten alle reizigers door vervelende controlesluisjes naar een door hekken omgeven openbaar vervoer wegens de enkelingen die geen kaartje wensen te kopen? Een beperkte informatieplicht doet niets af aan de beschermingswaardigheid van informatie over personen, voorzover die niet ontleend wordt aan de functionele behoeften van het normale maatschappelijke verkeer.