Onwellevende gasten

Madhouse Regie: Tom Ropelewski. Met: Kirstie Alley, John Larroquette, Jessica Lundy, John Diehl. In 7 theaters.

Als Kirstie Alley niet de hoofdrol gespeeld zou hebben in Look Who's Talking en het bijna even commercieel succesvolle vervolg op die film, zou ze haar bekendheid nog steeds voornamelijk danken aan de televisieserie Cheers en was Madhouse de Nederlandse bioscoopbezoekers zeker bespaard gebleven. Te midden van een handvol andere sterren uit komische tv-series trekt Alley in Madhouse zwaar geschut uit de kast om ons aan het lachen te krijgen. In feite is het speelfilmregiedebuut van Tom Ropelewski weinig meer dan een slordig gemaakte, zichzelf overschreeuwende "sitcom' (situation comedy), die de standaardlengte van 25 minuten pijnlijk overschrijdt.

Een kenmerk van de "sitcom' is dat afzonderlijke grappen belangrijker gevonden worden dan de opbouw van scenario en karakters: er wordt geen verhaal verteld, maar met de stopwatch in de hand geeft de regisseur de personages opdracht om de beurt en in hoog tempo iets leuks te doen. Helaas heeft Ropelewski zelfs van dat ambacht weinig kaas gegeten, zodat de losse "gags' ook op zichzelf genomen rammelen door gebrekkige timing.

Het stramien is simpel: een redelijk verdienend jong Californisch echtpaar, een investeringsadviseur en een televisiepresentatrice, hebben net hun eerste koophuis betrokken, wanneer ze logés krijgen uit New Jersey. Dat belooft weinig goeds, weet de Amerikaanse kijker en inderdaad, de neef is een werkloze schlemiel, zijn vrouw een luidruchtige, zwangere lastpost. Het prille geluk van de gastheer en gastvrouw wordt wreed verstoord, als het bezoek maar niet vertrekken wil. Dan dienen zich nog meer eters en slapers aan: een voor de zoveelste keer van haar stinkrijke Perzische echtgenoot weggelopen nest van een zusje, haar cocaïne verkopende zoon, een in tweedehands sportwagens handelende buurman, diens nymfomane dochter en slangen houdende zoontje. Dan is er nog een negen keer stervende en telkens weer terugkerende kat (de enige matig geslaagde grap), een olifant, disfunctionerend sanitair, een lastige, seksueel verwaarloosde wijkagente en stapels ander geestig bedoeld ongerief. Moeizaam accumuleert al deze ellende tot een totale geestelijke en fysieke verwoesting. Met verbazing ziet de kijker toe, hoe de heer en dame des huizes alles lijdzaam over zich laten komen. Ze zijn kennelijk bang niet aardig gevonden te worden, als ze een keer in zouden grijpen. Nou ja, dan verdien je ook niet beter.