MECHANISCHE MUZIEKINSTRUMENTEN IN PARIJS; Kattenbanket op een springveer

Parijs, Musée d'Instruments de Musique Mécanique, Impasse Berthaud. Zaterdag- en zondagmiddag van 14u tot 19u. Inl 09-33142719954.

Op een paar meter afstand van de drukte van Centre Pompidou, vlak bij de kruising van de Rue Rambuteau en de Rue Beaubourg, komt men via de Impasse Berthaud, een vies doodlopend steegje, in een oase van rust en groen. Hier, achter een met wijnwingerd bedekte muur, bevindt zich een van de grootste verzamelingen van mechanische muziekinstrumenten ter wereld.

Henri Triquet, de conservator, heet de bezoeker bij de ingang welkom. Deze voormalige garagehouder bracht de collectie bijeen op een vijfentwintigjarige speurtocht langs vuilnisbakken, vlooienmarkten en veilingen. Hij sloeg de instrumenten op, restaureerde ze en ruilde met andere verzamelaars. In 1983 verhuisde hij de verzameling van zijn garage naar dit schilderachtige pand, waar, met de financiële hulp van de stad Parijs, het "Musée d'Instruments de Musique Mécanique' werd geopend. Henri Triquet doet alles in zijn museum zelf. Op zaterdag- en zondagmiddag is hij de museumbewaarder en zeer spraakzame gastheer; de rest van de week verzorgt, restaureert, stemt en vertroetelt hij zijn wonderbaarlijke collectie.

Triquets verzameling bestaat uit pianola's, orchestrions, salon-, kermis- en dansorgels, muziekboxen, platenspeeldozen, fonografen, muziekautomaten en bewegende schilderijen, die overzichtelijk staan opgesteld in een aantal gezellige kamers. De ontwikkeling van de mechanische muziek, die zijn hoogtepunt kende tussen 1880 en 1936, is er goed te volgen, en wordt bovendien deskundig en geestig toegelicht door Jacqueline, de dochter van Henri Triquet, die het publiek enthousiast meeneemt op rondleidingen met demonstraties. De toon wordt al aangegeven bij de aanvang van de rondleiding, als Jacqueline met een munt de "Pneuma accordéon jazz' in het werk stelt, waarvan de vrolijke, oorverdovende klanken uitnodigen tot een dansje. Deze door luchtdruk aangedreven automaat, die in de tijd van de "bals populairs' het orkest verving, bestaat uit twee levensgrote jazzmusici in zwarte broek en roze blouse: links een accordeonist met de gelaatstrekken van Fredo Gardoni, een beroemde jazzmusicus van na de Eerste Wereldoorlog, en rechts "Jimson', een van de eerste zwarte drummers uit de années folles. De expressieve bewegingen van hun hoofd, ogen, wenkbrauwen, lippen, armen, handen, vingers en voeten, geven de illusie dat het hier om twee vrolijke levende muzikanten gaat.

Steven Spielberg, die zijn bewondering voor het museum in het gastenboek noteerde, kwam al meerdere malen terug voor de bewegende schilderijen, de "tableaux animés', die heel populair waren in het begin van deze eeuw. Een mooi voorbeeld daarvan is het grappige "Banquet des chats', gemaakt van hout, karton, ijzerdraad en touw, waarop vier katten en twee muizen zich ondeugend gedragen. Ze worden aangedreven door een ingewikkeld, maar ingenieus systeem dat in gang wordt gezet door een springveer op de achterkant van het schilderijtje.

Het meest ontroerd was ik bij twee Vichy-automaten uit 1900. Een "Gymnaste' die op een elegante manier evenwichtsacrobatiek met twee stoelen uitvoert. En een Pierrot, die voordat hij gaat schrijven een kaarsje aansteekt, inslaapt, wakker wordt, het inmiddels uitgedoofde lichtje weer aansteekt, totdat het het bij de laatste klanken van de muziek definitief uitdooft. Als u bij het verlaten van het museum nog vragen heeft, dan geeft de trotse Henri Triquet daar uitgebreid antwoord op. Maar het geheim van Pierrots lichtje vertelt hij niet.