Manuel Noriega speelt vele rollen tegelijk; Tot 1987 was Amerika zeer tevreden over Panama's sterke man

Na drie maal uitstel begint in Miami vandaag dan toch het proces tegen de voormalige Panamese leider Manuel Noriega. De vermeende drugshandelaar kon pas worden gearresteerd na een militaire invasie door de Verenigde Staten in december 1989. Het proces-Noriega is meer dan een gewone drugszaak. Zo zullen de VS onder meer moeten bewijzen zelf geen vuile handen gemaakt te hebben, want waarom stond "Tony' Noriega jarenlang op de loonlijst van de CIA en de DEA? Latijns Amerika volgt het proces met argusogen; de uitkomst ervan bepaalt de geloofwaardigheid van Bush' drugsoorlog.

Voorzien van een eigen computer, dossiermappen, een televisietoestel, een home-trainer en een Spaanstalige bijbel heeft de vroegere sterke man van Panama, generaal Manuel Antonio Noriega, zich de afgelopen twintig maanden in zijn ruime cel in het zogeheten Stedelijk Verbeteringscentrum van Miami kunnen voorbereiden op zijn proces.

Hoewel niet valt uit te sluiten dat de partijen het op het laatste nippertje op een akkoord zullen gooien over strafvermindering in ruil voor een volledige schuldbekentenis, zal het proces vermoedelijk vandaag beginnen.

De Amerikaanse justitie doet het voorkomen alsof het om een doodgewone drugszaak gaat. De 57-jarige Noriega moet zich verdedigen tegen beschuldigingen dat hij 4,6 miljoen dollar heeft opgestreken voor diensten aan Colombiaanse drugsbaronnen bij het vervoer van verdovende middelen naar de Verenigde Staten. Een aanklacht van deze strekking loopt al sinds 1988 tegen hem. Indien schuldig bevonden op alle twaalf punten van de dagvaarding, kan Noriega tot 145 jaar gevangenisstraf worden veroordeeld.

Wat het proces ook zal worden, een gewone drugszaak zeker niet. Nooit eerder immers is een buitenlandse leider door Amerikanen gearresteerd en vervolgens voor een Amerikaanse rechtbank gesleept. Nooit eerder ook is het honorarium van advocaten betaald met tegoeden bij buitenlandse banken die eigenlijk bevroren waren, maar voor de gelegenheid weer beschikbaar werden gesteld.

De twee advocaten van Noriega, Frank Rubino en Jon May, zijn bovendien allerminst van plan het proces tot de drugskwestie te beperken. Ze hebben beloofd een boekje open te doen over de politieke achtergrond van de handelingen van hun cliënt. Daartoe zullen ze talrijke getuigen voor het gerecht laten dagen. Mogelijkerwijs ook president Bush zelf, in zijn hoedanigheid van voormalig directeur van de Centrale Inlichtingendienst CIA. Dat Bush inderdaad in het getuigenbankje in Miami zal verschijnen, lijkt niet waarschijnlijk. Hij kan zich beroepen op zijn presidentiële onschendbaarheid.

In het verleden heeft Noriega gepocht dat hij over zoveel informatie beschikte, dat hij talrijke hoge Amerikaanse functionarissen, inclusief Bush, in ernstige verlegenheid zou kunnen brengen. “Ik heb Bush bij zijn ballen”, liet de nooit erg fijn besnaarde Noriega zich eens ontvallen.

De grote vraag is of Noriega zijn dreigementen kan waar maken. Vast staat dat hij beslist geen normale drugssmokkelaar was. De man met het pokdalige gezicht is een geboren intrigant en speelt met veel verve zeer verschillende rollen tegelijk. Zo stond hij jarenlang op de loonlijst van de CIA, terwijl hij tegelijkertijd betrokken was bij de drugshandel. Onder president Jimmy Carter werd hij daarvan weliswaar afgevoerd, maar onder diens opvolger, Ronald Reagan, weer in ere hersteld.

Volgens sommige bronnen betaalde de CIA Noriega sinds het begin van de jaren tachtig jaarlijks zo'n 200.000 dollar, ongeveer evenveel als het toenmalige salaris van Reagan zelf. Het geld werd volgens de Amerikaanse auteur Frederick Kempe gestort op een privé-rekening van Noriega bij de BCCI, dezelfde bank die Noriega naar verluidt ook gebruikte voor het witwassen van zijn inkomsten uit de drugshandel, dezelfde bank ook die volgens een recent artikel in The Washington Post op grote schaal werd gebruikt door de leiders van het Medelln-kartel om hun drugsgelden te witten.

De CIA beschouwde de gewiekste Noriega, sinds 1983 onmiskenbaar de sterke man van Panama, als een uiterst waardevolle informant over de hele turbulente Middenamerikaanse regio. Hetzelfde gold voor de drugsbestrijdingsorganisatie, de DEA, waaraan hij regelmatig informatie doorgaf. Ook was hij in 1984 behulpzaam bij het oprollen van een illegaal drugslaboratorium in het Panamese oerwoud, dit zeer tot woede van de drugsbaronnen van het Medelln-kartel. Nog in 1987 werd hij uitvoerig bedankt door de DEA voor zijn medewerking bij een grote campagne tegen de drugsbazen. De tevredenheid bij de Amerikanen was opmerkelijk, omdat ze in 1980 nog op het punt hadden gestaan hem te arresteren wegens zijn betrokkenheid bij de handel in marihuana.

Niettemin ging "Tony' Noriega gedurende het Reagan-tijdperk regelmatig om met mensen als CIA-directeur William Casey en overste Oliver North. Noriega's advocaten betogen dat het juist met deze heren op een gegeven moment tot een breuk kwam, omdat Noriega weigerde het in Washington weinig geliefde sandinistische bewind in Nicaragua omver te werpen. Daarna zou de onderlinge verstandhouding snel zijn verslechterd. Onder president Bush culmineerde dit in een publieke campagne tegen Noriega en uiteindelijk zelfs in de Amerikaanse militaire interventie in Panama van december 1989, aldus de zienswijze van de raadslieden.

Naar verwachting zullen de advocaten weinig moeite doen om Noriega's assistentie bij de drugshandel te verbloemen. Ze hopen aan te tonen dat hij ook dit deed met instemming van de regering-Reagan. Deze zou met de winsten uit de drugshandel in het geheim de Nicaraguaanse contras hebben willen steunen, wat niet legaal kon omdat het Congres alle hulp aan de contras had opgeschort.

Het zou slechts een van de vele diensten zijn die Noriega zijn Amerikaanse bondgenoten had bewezen. Daarnaast zou hij bij voorbeeld tijdens de Falkands-oorlog in 1982 op Amerikaans verzoek - Washington wilde wel dat de Britten wonnen maar zonder een absolute vernedering van de Argentijnen - Exocet-raketten hebben verhandeld aan Argentinië.

De advocaten kunnen er bovendien op wijzen dat Noriega's rol bij de drugstransacties in de tweede helft van de jaren tachtig beduidend minder groot werd. Zelfs in zijn hoogtijdagen was hij nooit meer dan een eenvoudige, zij het goed betaalde tussenpersoon. Vergeleken bij de grote bazen van het Medelln-kartel was hij een kleine jongen. Dit blijkt ook uit Noriega's buitenlandse tegoeden, die voor zover bekend zo'n twintig miljoen dollar bedragen. Een forse som, maar naar de maatstaven van het internationale drugscircuit beslist niet overdreven veel. Waarom werd er over zo'n tussenpersoon zoveel ophef gemaakt en zelfs een grootscheepse militaire operatie die honderden doden eiste opgezet, zo kunnen de advocaten vragen. Speelden andere overwegingen, zoals het door de uitdagende houding van Noriega geschonden prestige van een supermacht daarbij misschien een rol?

Of May en Rubino de jury in Miami van dit alles kunnen overtuigen is op zijn minst twijfelachtig. Zelfs al zouden ze gelijk hebben met hun versie, dan is het zeer onzeker of ze het met documenten kunnen bewijzen. May klaagde onlangs al bij voorbaat: “Het echt pijnlijke materiaal is verborgen of vernietigd door onze regering. Onze regering overhandigt het goede materiaal niet”.