Laatste protest van uitgebreid parlement van de Unie maakt weinig uit; Volkscongres heeft morrend plicht gedaan

MOSKOU, 5 SEPT. Tussen het Eerste Volkscongres en het laatste bestaat maar één overeenkomst: beide waren een doorbraak. Maar daar houdt de vergelijking op. Het eerste Volkscongres was een doorbraak omdat het het gesloten land overspoelde met een golf van informatie over de meest uiteenlopende verboden onderwerpen. Het was het begin van het slijpen der messen voor de doodsteek die het imperium moest worden toegebracht, al zullen niet veel mensen zich dat toen hebben gerealiseerd. Het laatste Volkscongres heeft de Unie die doodsteek ook werkelijk toegebracht, al mag je verwachten dat het lijk nog lang zal stinken.

Het opvallendste verschil tussen de twee congressen is de atmosfeer. Was het eerste een vulkaanuitbarsting die tot emotionele taferelen leidde, het laatste was een matte vertoning, een kater na een coup, die de afgevaardigden niet hebben weten te voorkomen en waarop ze niet adequaat hebben gereageerd. De eerste dag toonde een verslagen president en een zaal vol afgevaardigden, die niet wisten wat er van ze verwacht werd, niet op de hoogte gehouden werden en een volstrekt gebrek aan daadkracht uitstraalden. Een Congres, kortom, dat wist dat zijn laatste uur geslagen had en dat buiten demonstranten stonden die het uitnodigden zichzelf op te heffen. Het Congres is niet met zijn tijd meegegaan, het heeft de veranderingen niet kunnen bijbenen.

Het machtige centrum, struikelblok bij de doorvoering van snelle hervormingen, dat in de afgelopen jaren zijn macht steeds verder zag afbrokkelen, bestaat niet meer. De macht is nu eindelijk gedecentraliseerd en daarmee breekt een nieuwe periode aan. Mocht dat goed gaan dan begint nu de fase van de normale staatsopbouw in de republieken. Als het mis loopt - en helaas liggen de conflicten huizenhoog opgetast - ontstaat de totale anarchie waar Michail Bakoenin van droomde. Men spreekt hier al angstig van het Joegoslavische syndroom.

De verkiezingen voor het Eerste Volkscongres, in maart 1989, was de eerste schuchtere poging tot democratisering in het land. Waren verkiezingen voor de Opperste Sovjet vóór 1989 een zuivere formaliteit, nu werd een stemhokje een echt stemhokje. Voor het eerst gedroeg de Sovjet-burger zich politiek bewust en het resultaat was verbluffend voor de communistische partij: ondanks haar manipulatie zag de bevolking de kans schoon om massaal apparatsjiks van de kieslijsten te strepen. Dat was het eerste teken van de naderende ondergang.

De samenstelling van het Volkscongres werd onmiddellijk aan felle kritiek onderworpen, omdat de kieswet een nogal vreemde ondemocratische procedure had vastgesteld. Eenderde van de gedeputeerden werd niet direct door het volk gekozen, maar via maatschappelijke organisaties als de CPSU, de Schrijversbond, de vakbonden maar ook de filatelistenorganisatie. Communisten waren veruit in de meerderheid in het Congres. Toch hebben ook zij de doorbraak niet kunnen tegenhouden.

Twee weken duurde het eerste Volkscongres en het veroorzaakte een enorme schok in het land. Het werd live op de televisie uitgezonden en twee weken lang werd er in het hele land niet gewerkt. Iedereen zat aan de televisie en de radio gekluisterd en viel van de ene verbazing in de andere. In een paar dagen tijd werd zoveel overhoop gehaald, werden zoveel heilige huisjes omvergeschopt en zoveel ruzies in het openbaar uitgevochten, dat de mensen de schellen van de ogen vielen.

Nog nooit eerder had de bevolking zo'n overrompelend en volledig beeld van de crisis gekregen waarin het hele land verkeerde en van de enorme tegenstellingen tussen sociale klassen en bevolkingsgroepen, tegenstellingen die altijd onder het marxistisch-leninistische vloerkleed waren geveegd. Hier presenteerde zich in volle hevigheid de oorlog tussen Armenië en Azerbajdzjan, hier begonnen de Balten de mars naar de onafhankelijkheid, hier werd het leger tot ieders verbazing in alle openheid aan de schandpaal genageld voor zijn gedrag bij het uiteenjagen van een demonstratie in Tbilisi.

Het Congres toonde ook zijn conservatieve gezicht, met name in de onverdraagzame aanvallen op Andrej Sacharov, die zich onvoorzichtig had uitgelaten over het gedrag van de Sovjet-troepen in Afghanistan. Sacharov, een moeizaam spreker, werd regelmatig van het podium weggehoond. Voor een gesloten samenleving, waar iedereen door gebrek aan informatie uitsluitend op de hoogte was van de problemen in zijn eigen directe omgeving, was deze plotselinge overdosis bijna te veel van het goede. Na dit Congres, zei Sacharov in zijn memoires, moest het iedereen duidelijk zijn dat er geen weg terug meer is.

Zijn woorden zijn profetisch gebleken, maar de partij had de touwtjes in 1989 nog vast in handen. De Opperste Sovjet, het parlement dat uit het Congres werd gekozen, was conservatief van samenstelling. Onder leiding van Anatoli Loekjanov stortte het zich op de wetgevende arbeid. De ene wet na de andere werd opgesteld, besproken en aangenomen. Het land moest in een noodtempo worden omgevormd tot een rechtsstaat. Met name over de zogenoemde "vrijheidswetten', zoals de perswet en de wet op het geweten, zijn felle debatten gevoerd. Scherper nog waren de ideologische tegenstellingen bij zulke gevoelige onderwerpen als de wet op het grondbezit en de wet op het privé-eigendom, die het socialisme een langzame dood moesten laten sterven.

Intussen zat het volk niet stil. Na de verkiezingen in de republieken begonnen de republieksparlementen aan hun eigen staatsinrichting en zo ontstond de zogenoemde "wettenoorlog'. De republieken verklaarden hun eigen wetten hoger dan de Unie-wetten en daarmee haalden ze feitelijk een streep door de noeste wetgevende arbeid van het Unie-parlement. Dat parlement ging daarom een steeds schimmiger bestaan leiden, ongetwijfeld tot grote woede van zijn voorzitter, de ambitieuze jurist Loekjanov, inmiddels gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan de coup.

Dat het Unie-parlement behoudender was dan de republieksparlementen - met uitzondering van de parlementen van de Centraalaziatische republieken - ligt voor de hand. Het opkomende nationalisme en de geur van de vrijheid werkten in de republieken radicaliserend. Het grootst waren de tegenstellingen tussen het Unie-parlement en het Russische parlement, dat Boris Jeltsin tot voorzitter koos. Hoewel het Russische parlement een grote communistische fractie telde, werd zelfs voor haar de strijd tegen het centrum, en dus in feite de strijd om hun eigen macht en hun eigen staat, langzamerhand belangrijker dan de eenheid in de communistische rijen. Ook het Russische parlement was dus van meet af aan radicaler dan het Unie-parlement, met dien verstande dat de linkervleugel democratisch-radicaal en de rechtervleugel nationalistisch-radicaal was. Over één ding werd men het eens: men was vastbesloten om zich de wet niet meer door het Unie-parlement te laten voorschrijven.

Het machtsvacuüm, waarin het Unie-parlement steeds meer kwam te verkeren, heeft de parlementariërs duidelijk parten gespeeld tijdens de staatsgreep. Parlementsvoorzitter Loekjanov steunde de coup en verzuimde het parlement onmiddellijk bijeen te roepen. Het parlement reageerde pas toen de staatsgreep feitelijk al mislukt was. Een groot deel van de parlementsleden zal niet onsympathiek hebben gestaan tegenover het uitroepen van de noodtoestand, want het nieuwe Unie-akkoord tekende immers hun doodvonnis. Maar de besluiteloosheid van het parlement valt waarschijnlijk ook te verklaren uit het feit dat het de parlementsleden zelf langzaam aan niet meer duidelijk was wie ze eigenlijk nog vertegenwoordigden.

Had het Unie-parlement, dank zij zijn dagelijkse wetgevende arbeid, nog enig contact met de werkelijkheid, voor het logge Volkscongres gold dat niet meer. De verhoudingen in het land zijn in twee jaar tijd zo ingrijpend veranderd, dat het iedereen duidelijk is dat het Congres niet levensvatbaar meer is. Het Volkscongres is een door de communisten gedomineerde volksvertegenwoordiging en dat alleen al zegt op dit moment genoeg.

Blijft over de vraag wie de fakkel moet overnemen. De tegensputterende Congresleden, die zich collectief in hun hemd gezet voelen, verwijzen nu naar de conflicten, die ongetwijfeld tussen de republieken zullen uitbreken, wanneer alle centrale staatsorganen worden opgeheven. De verschillen in democratische gezindheid zijn groot. Sommige republieken neigen naar democratie, anderen zullen terugvallen op nationaal-bolsjewistische bestuursmethoden.

Alle republieken begrijpen dat ze economisch gezien voorlopig nog van elkaar afhankelijk zullen zijn, maar wat, na het wegvallen van de verbindende schakel van de communistische partij, nog de politieke band tussen zulke uiteenlopende landen als de Oekraïne, Azerbajdzjan en Toerkmenistan zal zijn is volstrekt onduidelijk.

Vanochtend, toen iedereen al bereid was de grafrede over het Volkscongres uit te spreken, staken de volksafgevaardigden tot ergernis van Gorbatsjov nog een spaak in het wiel. De formulering dat het "niet functioneel werd geacht' het Congres in de komende overgangsperiode nog bijeen te roepen, kreeg geen tweederde meerderheid en werd uit de tekst van de resolutie geschrapt.

Toch is dit niet meer dan een laatste stuiptrekking. De rol van het Volkscongres is uitgespeeld, al blijft het formeel bestaan en behouden de Congresleden tot het einde van hun termijn hun status en hun privileges. Een nieuw te vormen Opperste Sovjet van een nieuw te vormen Unie neemt de hoogste wetgevende bevoegdheid over, al is de vraag of haar wetten door iemand zullen worden nageleefd. Met democratie heeft het allemaal niet veel te maken, maar het Congres heeft zijn functie in de afbraak van het totalitaire systeem gehad. Der Mohr hat seine Pflicht getan, der Mohr kann gehen.