Kroaten: "We wachten tot alles naar de donder gaat'

BREST, 5 SEPT. “Wij zitten hier en wachten, wachten tot alles naar de donder gaat”, zegt een van de Kroatische Nationale Gardisten, die in een dorpje even buiten het stadje Petrinja met zijn maats al de hele middag op wapens zit te wachten. Maar wapens zijn er niet voor de vrijwilligers die het stadje tegen de dreigende opmars door bewapende Serviërs en een nieuwe aanval door het Joegoslavische leger willen beschermen. Wel nieuwe laarzen en tricots in camouflagekleuren, per vrachtwagen aangevoerd. En pessimisme over de toekomst, nu weer een Kroatisch stadje dreigt te vallen.

Voor onze ogen worden nog steeds vluchtelingen aangevoerd uit Petrinja, met de weinige autobussen uit het plaatselijke vervoersbedrijf die maandag niet zijn gebruikt voor het opwerpen van barricades en door de tanks van het leger kapot zijn geschoten. Wel zijn carrosserie en ruiten veelal met kogels doorzeefd. Ook per tractor of paard en wagen arriveren over de brug vluchtelingen. Hoewel de Kroatische politie het stadje nog controleert en de tanks in de kazerne zijn teruggekeerd, vrezen de vluchtelingen nachtelijke moordpartijen door bewapende Serviërs of hebben zij geruchten gehoord over een nieuwe vernietigingstocht van tanks door het stadje. “Ik hoorde dat de motoren van de tanks al liepen”, vertellen twee vrouwen, op zoek naar een lift naar Zagreb.

Beiden hopen dat hun vlucht maar tijdelijk zal zijn, maar of ze dat ook geloven is de vraag. “Kijk, daar komt zelfs een zigeunerfamilie, als die ook al vluchten moet het wel heel erg zijn”, zegt een gardist. Petrinja stroomt leeg, in afwachting van een definitieve inname door de Serviërs, die de rest van deze streek, de Banja, al meer dan een maand in bezit hebben. De manmoedige verdediging van deze en andere plaatsen door slecht uitgeruste en slecht getrainde gardisten en Kroatische politieagenten kan daar weinig aan veranderen.

Er zijn tientallen Petrinja's in Kroatië dezer dagen, plaatsen waar de Kroatische bevolking wijkt voor de Servische opmars, die met steeds grover wapengeweld en onbeheerst schieten op burgerdoelen gepaard gaat. Was tot nu toe het zwaarste wapen de 120 mm-mortiergranaat, nu blijkt ook artillerie met 155 mm-granaten al in gebruik. De Servisch-Kroatische vijandelijkheden hebben sinds eind juni, toen Kroatië zich eenzijdig van Joegoslavië afscheidde, al naar schatting vierhonderd doden gekost, meestal bij gevechten tussen Kroatische Nationale Garde en door onderdelen van het Joegoslavische leger gesteunde Serviërs.

De situatie neemt voor Kroatië steeds meer het karakter van een catastrofe aan. Gisteren is na gevechten bij Okucani en Nova Gradiska de autoweg van Zagreb in de richting Belgrado onbruikbaar geworden. Die autoweg was de laatst-overgebleven verbinding tussen de hoofdstad Zagreb en de provincie Slavonië, die aan de oost- en de westkant te kampen heeft met de Servische opmars. Nu bevoorrading uit Zagreb niet langer mogelijk is, lijkt het zeer de vraag hoe lang de Kroaten de steden Osijek en Vukovar nog zullen kunnen verdedigen. In Vukovar, waarvan het centrum al voor een groot deel in de as is gelegd, houdt de Nationale garde al meer dan een week stand, temidden van aanvallen met tanks en uitgebreide artilleriebeschietingen.

Ook de op één weg na omsingelde stad Osijek wordt steeds vaker beschoten en lijkt zo langzaam rijp te worden voor de inname, nadat de omliggende dorpen en de hele streek ten noorden ervan, de Baranja, al definitief voor Kroatië verloren lijken. Iets dergelijks dreigt op wat langere termijn met Karlovac, een industriestad zeventig kilometer ten westen van Zagreb, en de industriestad Sisak, die beide dagelijks door granaten worden getroffen. En ook aan de kust dreigen de Serviërs de verbinding tussen Zagreb en de buitengewesten door te breken. Nabij de havenstad Zadar is gisteren met mortieren de Maslenicki-brug beschoten, die de enig overgebleven verbinding vormt naar de zuidelijker gelegen steden Split en Dubrovnik.

De Kroatische media gaven gisteravond maar mondjesmaat informatie over de situatie rondom de autoweg naar Slavonië, waar naar verluidt de Nationale Garde een gevoelige nederlaag heeft geleden. Bij Zagreb al hield Kroatische politie gistermiddag het verkeer tegen, maar zonder daarbij zelf precies op de hoogte te zijn van de situatie verderop. Overal in de crisisgebieden worden rondrijdende journalisten overigens aangehouden door politie-agenten, die er zich over beklagen, door hun superieuren niet te worden geïnformeerd.

Het is onduidelijk hoe de Kroatische overheden reageren op de dreigende militaire ineenstorting van hun republiek. Veel Kroatische politici hebben zich de afgelopen maanden gevleid met de gedachte dat "Europa' wel te hulp zou schieten als het mis zou lopen, maar nu militaire inmenging van buiten uitblijft, is een zekere bitterheid bespeurbaar. “Europa heeft zeker nog steeds niet door, wat hier werkelijk gebeurt”, aldus minister van buitenlandse zaken Zvonimir Separovic gisteren op een persconferentie, waar hij tevens pleitte voor erkenning door het buitenland van de Kroatische onafhankelijke staat. Kroatische functionarissen lijken maar matig ingenomen met het vooruitzicht van de door de Europese Gemeenschap ingestelde internationale conferentie over de toekomst van Joegoslavië, omdat immers de door hen gewenste "territoriale integriteit' van Kroatië bij de toekomstige onderhandelingen geenszins gegarandeerd lijkt.