Kamerdebat over asielbeleid eindigt met kater voor PvdA

DEN HAAG, 5 SEPT. Na afloop van het asieldebat schudden de PvdA-afgevaardigden B. Middel en M. van Traa lusteloos de uitgestoken hand van partijgenoot en staatssecretaris Kosto (Justitie). “Bedankt, makkers!” roept de bewindsman en hij maakt zich in looppas uit de voeten. Het is een wrange dankbetuiging, want het mammoetdebat over het asielbeleid dat vorige week woensdag begon, eindigde gisteravond voor de PvdA met een lichte kater. En alleen dankzij een gelegenheidsverbond van CDA en VVD haalden de voorstellen van Kosto de eindstreep.

De sociaal-democraten troosten zich met de gedachte dat het kabinet op het punt van de opvang van asielzoekers belangrijk in de richting komt van hun wensen, die overigens gedeeld werden door alle politieke partijen behalve de drie kleine confessionele partijen. Maar de wijzigingen van de Vreemdelingenwet, waar vooral de PvdA mordicus tegen was, gaan onverminderd door.

Over de analyse van de problematiek van het asielbeleid waren de deelnemers aan het debat de afgelopen week het roerend eens. Het ging om de verstopping van de asielprocedures, de enorme kosten die dat met zich meebrengt voor de overheid en de onzekerheid voor de asielzoekers in afwachting van beslissingen. Ook over de grote lijnen van het voorgestelde beleid bestond eensgezindheid: een snel onderscheid tussen "echte' en "onechte' asielzoekers, uitzetting van afgewezen asielzoekers, een beslissing binnen anderhalf jaar voor twijfelgevallen en een aparte verblijfstatus voor de zogeheten gedoogden (afgewezen asielzoekers die niet kunnen worden teruggestuurd).

Onenigheid was er over de precieze opzet van het onder verantwoordelijkheid van minister d'Ancona (WVC) in te richten opvangmodel. Zij hield tot een uur voor de finish vast aan gescheiden opvang van afgewezen asielzoekers en de overigen. Tegen dat plan verzette de gehele Kamer zich van meet af aan omdat de voorgestelde Kort Verblijf Centra, deze "kampen der gedoemden', broeihaarden zouden worden van nauwelijks beheersbare spanningen.

Net zo langdurig waren de discussies over de meer juridische aspecten van de asielprocedure, die voor rekening komen van Justitie. Maar deze tegenstand kwam voornamelijk van PvdA en D66. Zij waren fel gekant tegen de reparatie van de Vreemdelingenwet die er op neer komt dat Justitie nieuwe dwangmiddelen krijgt om asielzoekers te verplichten zich op een bepaalde, aangewezen plaats op te houden.

d'Ancona, die eerder hardnekkig vasthield aan de Kort Verblijf Centra, toverde gisteravond een alternatief opvangplan uit haar mouw. Daarin worden de afgewezen asielzoekers in twaalf centra (vier onderzoekscentra met acht dependances) bij elkaar gestopt met "verse' asielzoekers. De Kamer betoonde zich zeer tevreden met deze “overwinning”, die echter niet zo onverwacht kwam als het leek. Kosto had een week na de presentatie van het idee van de Kort Verblijf Centra al geroepen dat hij in de markt was voor alternatieven. En eigenlijk had ook d'Ancona al laten doorschemeren dat Kort Verblijf Centra in hun uiterste consequentie, met een hek eromheen en de deur op slot, nooit onder haar verantwoordelijkheid gebouwd zouden worden.

De tegenstand van PvdA en D66 tegen de nieuwe artikelen 7a en 18a in de Vreemdelingenwet, met nieuwe bevoegdheden voor Justitie om de bewegingsvrijheid van asielzoekers in te perken, bleek direct zinloos. Want in eerste termijn was er al een Kamermeerderheid van CDA en en VVD voor deze maatregelen te vinden. Artikel 7a, ooit in het leven geroepen als noodwetje om een rechtsgrond te geven aan het insluiten vreemdelingen die op Schiphol binnenkomen, krijgt nu bredere toepassing en geldt voor alle havens en luchthavens van Nederland. Artikel 18a geeft Justitie in het uiterste geval de mogelijkheid overtreders op te sluiten.

De bij voorbaat kansloze oppositie tegen deze wetswijzigingen mondde uit in urenlange kribbige juridische disputen tussen Van Traa of D66-woordvoerder Wolffensperger en minister Hirsch Ballin (justitie), waarbij de bewindsman regelmatig in moeilijkheden kwam. Kon de minister het principiële verschil aangeven tussen asielzoekers die per vliegtuig binnenkomen of per auto en hoe valt het opsluiten van groepen vreemdelingen aan de grens in overeenstemming te brengen met het Europees mensenrechtenverdrag? Waarom is een artikel 18a nodig, als er al een artikel 26 bestaat op grond waarvan vreemdelingen in afwachting van uitzetting kunnen worden opgesloten? Uiteindelijk bleven de meningen tegenover elkaar staan maar dat maakte voor de bewindslieden niets uit: de steun van PvdA en D66 kon gemist worden.

Het is overigens hoogst onzeker of artikel 18a daadwerkelijk gehandhaafd kan worden. De uitvoering van het artikel ligt feitelijk in handen van WVC en dat ministerie is niet van plan cipier te spelen voor Justitie. Dat bleek ook uit de woorden van d'Ancona na afloop van het debat. Troostend zei de minister tot haar partijgenoot Van Traa: “Ik ga ze echt niet opsluiten, schat. Echt niet.”