In de war op alfabet

In de jaren zeventig werden vrijwel geen psychiatrische boeken gekocht door de bibliotheek van het Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid (NcGv). De bibliothecaris, mevrouw Kamper: ""De psychiatrie werd toen gezien als het platspuiten van patiënten. Verder leek het vak weinig te bieden.'' Andere behandelingsmethoden leken wenselijk en mogelijk.

Een boek uit de collectie dat het toen heersende gevoel goed weergeeft is Wie is van hout, van Jan Foudraine. Hierin trok hij fel van leer tegen de psychiaters die naar zijn mening hun patiënten veel te afstandelijk bekeken. Een psychiatrische stoornis kan een normale reactie zijn op abnormale sociale omstandigheden. Bovendien dienden psychiaters veel te vaak elektroshocks toe, zonder dat de effectiviteit hiervan voldoende in het oog gehouden werd. Met begrip en veel geduld was het welzijn van patiënten beter gediend.

In de jaren daarna sleet de afkeer van de reguliere psychiatrie. Het bleek dat aan de goede bedoelingen van veel psychiaters redelijkerwijs niet getwijfeld kon worden. Bovendien vormden de met veel tamtam aangekondigde alternatieven ook geen panacee, zeker niet voor de werkelijk ernstige problemen. De verschillende kampen in de psychiatrie verzoenden zich en ook het NcGv kocht de pennevruchten van psychiaters weer aan.

Toch zijn volgens Kamper de oude idealen nog steeds herkenbaar binnen de bibliotheek. De nadruk van de collectie ligt op sociale omstandigheden van het in geestelijke nood verkerende individu. Onderwerpen waar veel literatuur over aanwezig is, zijn bijvoorbeeld de arbeidsrevalidatie van psychiatrische patiënten, of de relatie tussen geestelijke stoornissen en woon- en werkomstandigheden. Veel aandacht krijgt ook de geschiedenis van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

De epistels uit psychiatrische hoek worden eveneens aangeschaft, maar de technische aspecten van het vak blijven onderbelicht. Een nieuw boek over het laatste kalmerende middel wordt niet in de boekenverzameling opgenomen. Dit weerhoudt psychiaters er overigens niet van de bibliotheek regelmatig te raadplegen. Andere bezoekers zijn vooral therapeuten, wetenschappelijk onderzoekers en studenten.

Een sterk punt van de bibliotheek is de zeer goede tijdschriftontsluiting. Sinds 1948 lezen de medewerkers van de NcGv de honderdvijftig belangrijkste tijdschriften over de sociale psychiatrie en de geestelijke gezondheidszorg. Belangwekkende artikelen worden samengevat. Deze samenvattingen kunnen via trefwoorden opgespoord worden en dit maakt het mogelijk efficiënt relevante literatuur op te sporen. Mevrouw Kamper benadrukt dat alleen kwalitatief goede stukken geselecteerd worden. ""Zelfs uit ons eigen Maandblad Geestelijke volksgezondheid wordt niet alles opgenomen.''

Gedegen is ook de behandeling van het "grijze circuit', de benaming van niet in boekvorm uitgegeven drukwerk. Hier kunnen bijvoorbeeld de huisregels van een psychiatrische inrichting tussen zitten, maar ook manifesten, folders of onderzoeksrapporten. Bij elkaar zijn dit zo'n twaalfduizend titels en die zijn allemaal als boek behandeld. Ze staan dus keurig in de kaartenbak of computer vermeld en daardoor kan het grijze circuit systematisch doorzocht worden.

Voor snuffelaars is dit een ideale bron. Ik vind een aantal lezingen uit 1965 met als titel De houding van de maatschappij ten opzichte van de geestelijk gestoorde. Hierin worden Canadese onderzoekers aangehaald die constateren dat psychiatrische patiënten nauwelijks bezoek en gemiddeld één keer per jaar een brief krijgen: ""Is het mogelijk de status van dode nog dichter te benaderen?'', vragen zij zich af. De negatieve houding ten opzichte van geestelijk gestoorden wordt volgens de sprekers veroorzaakt door onwil en onwetendheid. De algehele toon is desondanks gematigd optimistisch. Het kweken van meer begrip moet tot de mogelijkheden behoren.

Meer dan vijfentwintig jaar later blijkt dat het begrip voor de geestelijk gestoorde beperkt is gebleven. Het idee: eens gek, altijd gek lijkt onuitroeibaar. Dit is ook merkbaar in de bibliotheek. Kamper vertelt dat zij soms bezoekers ziet waarvan zij vermoedt dat het psychiatrische patiënten zijn. Zij willen meer weten over hun ziekte, maar komen daar niet openlijk voor uit. Ze doen voorkomen dat de psychiatrische stoornis van hun broer of buurvrouw hun interesse heeft gewekt. Kamper: ""Je kunt beter je been breken dan emotioneel drie weken over de kop gaan.''

De bibliotheek heeft de laatste jaren te maken gekregen met een toenemende vloed boeken die op het terrein van de geestelijke gezondheidszorg liggen. Dit komt onder andere door de door het ministerie van onderwijs en wetenschappen ingestelde "schrijfplicht' voor op de universiteit werkende academici. Kamper heeft de indruk dat de kwaliteit van de boeken er over het algemeen niet op vooruit is gegaan. De stof lijkt minder diep doordacht. ""Het heeft de zeef wat grof gemaakt.''

Eigenlijk vindt Kamper dat zij deze overtuiging beter voor zich kan houden. Het hebben van een mening past niet binnen haar beroepsethiek. Ze is liever neutraal en ze zal dan ook nooit iemand aanraden om het uitgezochte boek te wisselen voor een beter. Kamper: ""Soms lenen we een boek over bijvoorbeeld het karma uit. Dit is het boeddhistische idee dat het lot in iemands leven al bepaald is door de daden in vorige levens. Daar kan ik het mijne van denken, maar de bezoeker neemt het verblijd mee naar huis.''

Opvallend is dat de bibliotheek sinds de invoering van de OV-kaart veel door studenten wordt bezocht. In de maand januari van dit jaar kwam zeventig procent meer bezoekers dan dezelfde maand van het vorige jaar. De OV-kaart wordt dus niet alleen voor leuke uitstapjes gebruikt, maar ook voor educatieve doeleinden. Het bibiliotheekpersoneel is hier echter niet onverdeeld gelukkig mee. ""We kunnen de toestroom met moeite aan.''

Bibliotheek Nederlands centrum Geestelijke volksgezondheid Da Costakade 45 Postbus 5103 3502 JC Utrecht telefoon: (030) 93 51 41

Hoofdonderwerp: De geestelijke volksgezondheid. Aantal boeken: 18.000 titels. Tijdschriften: 1.000 titels, waaronder 350 lopende abonnementen. Openingstijden: van maandag tot en met vrijdag van 8.30 - 17.00 uur. De boeken kunnen door iedereen geleend worden.

foto: De bibliotheek van het Nederlands Centrum voor de Geestelijke Volksgezondheid in Utrecht heeft meer dan 18.000 boeken en 350 tijdschijften.