"Ik laat me niet behandelen als kleine jongen'

NEW YORK, 5 SEPT. Veertig interviews gaf hij sedert zijn opstap naar de kwartfinales van het US Open waarin hij vannacht Jimmy Connors zal treffen. Weigeren deed hij er geen een. Al werd het op den duur vervelend. “Allemaal dezelfde vragen. Wie is Paul Haarhuis, wanneer ben je begonnen? En vooral: geef je jezelf een kans tegen Connors?”

“Ik was onder de indruk van het fysieke kunnen van Connors”, gaf de Eindhovenaar toe. Hij had de memorabele ontmoeting tussen Connors en Krickstein op tv gevolgd. “Het was zijn vierde partij. Met een dag rust ertussen. Het was jaren geleden dat hij gewend was vijfsetters te spelen.” Haarhuis had met trainer Reijnders de stijl van Connors diepgaand geanalyseerd.

“Van vroeger ken ik hem niet. Tijdens zijn hoogtijdagen voetbalde ik nog en tenniste ik niet. Het viel mij tegen Krickstein op, dat hij niet direct voor de winners ging. Hij speelde wel agressief, scherp en diep. En viel graag aan op de tweede opslag. Krickstein speelde laf. Hij maakte de openingen, maar bleef toch op de baseline hangen.”

Het strijdplan van Haarhuis wijkt niet veel af van de manier waarop hij Jelen, Tsjesnokov, Becker en Steeb versloeg. “De bal diep houden. Veel eerste services inslaan, spreiden, variëren en aanvallen waar mogelijk.” Maar er spelen andere factoren mee in het duel in het Louis Armstrong stadion, waarnaar door de Connors-fans verlangend wordt uitgekeken en waarvoor kaartjes op de zwarte markt al 200 tot 300 dollar doen.

Een factor is de magnetische aantrekkingskracht van Connors op het publiek. “Ik moet niet teveel denken aan wat hij allemaal gepresteerd heeft. Ik heb er wel respect voor, maar ik wil er niet te veel mee bezig zijn.” Met de hysterische inbreng van het publiek denkt Haarhuis wel overweg te kunnen. “Mentaliteit en concentratie zijn mijn sterkste punten. Ik kan me heel goed afsluiten. Het publiek slaat die bal niet. Dat doet Connors. Als de fans hem gaan opjutten, zal mij dat eerder stimuleren dan dat ik ervan ga lopen balen. Bovendien”, grijnst hij, “ zitten er tussen de 20.226 fans zeker tien die voor mij juichen.”

Met spelen onder kunstlicht heeft hij nauwelijks ervaring. “Ik heb begrepen dat Connors erop stond in de avonduren te spelen. Dat is in zijn voordeel. Hij is er aan gewend en het is minder warm. Ik had graag in de warmte gspeeld. Ik kan er beter tegen dan hij. Ik ben conditioneel sterker. Ik verwacht weinig moelijkheden in het kunstlicht. Mijn ogen zijn goed. Ik zal alleen mijn timing moeten aanpassen.”

Voor die training heeft hij de linkshandige Spanjaard Clavet bereid gevonden de rol van Connors op zich te nemen. De vertragingstechnieken en intimidatiepraktijken van Connors wil hij via inschakeling van de umpire bestrijden. “Tegen Krickstein pakte Connors 173 keer zijn handdoek. Daarmee verdubbelde hij de reglementair toegestane pauzes van 25 seconden tussen de slagenwisselingen. Als dat mij slecht uitkomt, stap ik gegarandeerd naar de umpire om hem daarop te wijzen. Dat geldt ook voor zijn intimidatiepogingen. Connors of geen Connors, ik weiger me als een kleine jongen te laten behandelen.”

Haarhuis vindt het beroep van proftennisser leuk maar zwaar. “Een grote mentale belasting, pure concentratie. Je gaat van hotel naar hotel. Leeft met de deksel van de koffer halfopen. Je moet er ook veel voor opgeven. Sociale contacten onderhoud ik via ansichtkaarten. Ik zal zeker niet tot mijn 35ste doorgaan. Nog vijf jaar schat ik, dan is het mooi geweest.”

Tegen die tijd heeft de Brabander, die voor de belasting in Monaco woont, een aardig inkomen verdiend. In New York overschreed hij de grens van een miljoen gulden aan prijzengeld in zijn carriëre. Hij werd er bovendien zeker van deelneming aan de patserige Grand Slam Cup in München, waar vier miljoen gulden verdeeld wordt tussen zestien deelnemers. De verliezer in de eerste ronde, gaat met twee ton naar huis.

“Leuk meegenomen”, lacht Haarhuis, “maar ik speel absoluut niet voor het geld. Ik tennis niet om rijk te worden maar om te zien waar mijn limiet ligt. Geld is een bijkomstigheid. Ik heb tennis niet als mijn sport gekozen omdat ik er rijk van kan worden, maar omdat ik er de meeste aanleg voor heb.”

Zijn limiet lag vorig jaar rond deze tijd op de 36ste plaats. Na zijn huidige prestaties schommelt hij rond de dertig. “Dat was mijn doelstelling. Ik wilde dit jaar de top-30 halen.”

De prestaties van Paul Haarhuis gaan niet onopgemerkt voorbij aan de marktleiders in de sportwereld. De Eindhovenaar kan een keuze maken uit diverse aantrekkelijke aanbiedingen. De zaken van Haarhuis worden behartigd door zijn manager Mic key den Tuinder van Advantage. “Het belangrijkste is”, zegt Den Tuinder in het UN Plaza Hotel in New York, “dat het contract met Hema aan het einde van het jaar afloopt. Er volgt nog een gesprek over verlenging van de verbintenis, maar het is reëel te veronderstellen dat hij elders onderdak zal vinden.”

Volgens Den Tuinder staan de grote firma's in de rij. “Zij hebben allemaal interesse getoond. Haarhuis is interessant, omdat hij als top-50 speler een volwassen uitstraling heeft en een intelligente indruk maakt. Het is geen Chang, geen Agassi, maar een doodnormale kerel.”