HCS: het verleden als loodzware ballast

Het automatiseringsbedrijf HCS wankelt. De voormalige roerganger Kuijten beloofde gouden bergen. Daar is weinig van terechtgekomen.

Langs de snelweg Den Bosch-Utrecht doemt een reclamebord op met "Gestetner'. Na een afrit staat precies zo'n reclamezuil met "HCS'. Twee leveranciers van kantoorsystemen en automatisering. De ene Brits van origine en op overnamepad, de andere Nederlands en bezig met het afstoten van bedrijfsonderdelen. Hoe lang duurt het voordat Gestetner de weg oversteekt?

In het hoofdkwartier van HCS in Den Bosch vertoeft sinds enkele weken dr.ir. L.J.M. Nelissen. Hij wordt in oktober officieel voorgesteld als de nieuwe directeur van HCS. Samen met algemeen directeur E.P. van den Boogaard en drs. J.J.G.M. Sanders moet hij HCS uit het dal trekken. Van den Boogaard was voor hij in dienst kwam bij HCS president van Nashua Benelux. Na zijn vertrek zijn de distributie-activiteiten van Nashua overgedaan aan Gestetner. Nu handelt hetzelfde Gestetner met Van den Boogaard over de aankoop van delen van HCS, om te beginnen met een gedeelte van Amerikaanse dochter van HCS, Savin.

Van den Boogaard kent de markt van distributie-organisaties. Volgens hem is de omloopsnelheid van computer- en software-produkten te groot om er geld aan te verdienen. Een stabiele winststroom is er voor een onderneming die het distributienetwerk in handen heeft. “Onze filosofie is nooit bekritiseerd”, zo zei Van den Boogaard vorige maand op de aandeelhoudersvergadering. Maar hoe is het mogelijk dat ondanks deze filosofie het bedrijf over het eerste halfjaar 125 miljoen gulden verlies boekte?

De verliezen van HCS zijn niet alleen aan Van den Boogaard toe te schrijven. Steeds vaker blijkt hij niet aan de touwtjes te trekken. Dat blijkt uit zijn eigen tegengestelde uitlatingen. April, Van den Boogaard blij: “Kuijten is geen aandeelhouder meer. We zijn van onze erfenis uit het verleden verlost”. Juni, Van den Boogaard is alweer blij: “Er is een gouden deal gemaakt met Kuijten”. Augustus, Van den Boogaard opnieuw opgetogen: Kuijten is "zo vriendelijk' zonder financiële consequenties van zijn aanbod af te zien. Kuijten weg, Kuijten terug, Kuijten weer weg en steeds is Van den Boogaard blij.

Steeds duikt bij HCS drs. J. Kuijten op. Hij deed zijn financiële expertise op bij McKinsey & Co, het bureau dat er prat op gaat de meest briljante mensen te kunnen aantrekken. Kuijten wachtte niet tot zijn adviezen werden opgevolgd en startte met onroerend goed-transacties.

Hij kocht als vingeroefening Reiss & Co, opgericht door de overheid om mijnwerkersvrouwen aan een baan te helpen. Hij transformeerde het bedrijf in een privé-investeringsmaatschappij die dankzij omvangrijke verliezen uit het verleden weinig belasting hoeft te betalen.

Zijn grote klapper maakte hij in augustus 1984. Hij zag kansen bij het noodlijdende Holec. Kuijten was daarmee enkele jaren eerder dan collega-pionier J.A.J. van den Nieuwenhuyzen, die later grote brokken van het Holec-concern aan Begemann toevoegde. Kuijten kocht Holec Control Systems of wel HCS, een bedrijf dat gespecialiseerd is in industriële automatisering. HCS levert bij voorbeeld systemen aan Douwe Egberts om de koffieproduktie te regelen, terwijl ook op apparatuur voor gaszuiveringsinstallatie de naam van HCS staat.

Kuijten voorzag een boom op de automatiseringsmarkt. Als commissaris bij fondsen als Tulip en Neways had hij inzicht in de markt. Hij bracht een serie leveranciers van software, "mini's' en mainframes onder het dak van HCS.

In november 1986 bracht Kuijten HCS naar de beurs onder het motto: "De Stille kracht van HCS Technology nu op de Amsterdamse effectenbeurs'. Het bedrijf stond niet langer te boek als een archaïsch bedrijf in meet- en regelapparatuur, maar als een yuppie-high-tech-fonds. HCS was de grootste beursintroductie sinds jaren. De beleggers reageerden enthousiast op het prospectus met kwalificaties als "hoge toegevoegde waarde per werknemer'.

Pag 14:

"En toen kwam Kuijten toevallig langs'

Kuijten incasseerde met de verkoop van de helft van de aandelen HCS 140 miljoen gulden. Met behulp van de beurs begon de grote vlucht naar voren. Toen Kuijten verscheen, boekte Holec Computer Systems nog maar 133 miljoen omzet. Had HCS alle dochters draaiende gehouden dan zou het concern nu goed zijn voor een omzet van twee miljard gulden met meer dan vijfduizend medewerkers.

HCS-directeur Sanders zegt achteraf dat HCS onder verkeerde vlag naar de beurs is gebracht. “Het was geen automatiseringsbedrijf, het was een verzameling bedrijven van belegger Kuijten.”

Reden tot klagen hadden de nieuwe aandeelhouders aanvankelijk niet. Onder Kuijten kwam HCS de winstprognoses na. Toch kwam hij in 1988 in aanvaring met de aandeelhouders. Kuijten kocht het automatiseringsbedrijf Microlife dat mensen detacheert en tijdelijk management verricht van ondernemer Willem Smit. Kuijten kocht Microlife via Reiss en sluisde het bedrijf vervolgens door naar HCS. Aandeelhouder Kuijten kreeg van HCS-president Kuijten een forse "provisie'. Kuijten heeft het zelf over "een risicopremie van rondom de 7,5 miljoen gulden'. Volgens aandeelhouders ging het echter om bijna veertig miljoen gulden ten koste van HCS. Achteraf gaf de HCS-directie toe dat het bedrijf te duur was gekocht. Nog steeds zijn onderdelen van Microlife verliesgevend.

Kuijten mocht president van HCS blijven dankzij de steun van de grootaandeelhouders Smit en Shell Pensioenfonds. Smit steunde Kuijten omdat hij nog geld voor Microlife moest krijgen. Bij Shell Pensioenfonds zwaaide drs J.J. de Kort de skepter. De Kort werd voor zijn "loyaliteit' beloond met commissariaten bij HCS en Venture Fonds Nederland waarin Kuijten een meerderheidsbelang heeft. Nu de rol van Kuijten bij HCS is uitgespeeld, moet De Kort zijn HCS-commisariaat inleveren. In zijn plaats komt in oktober de afgelopen week gepensioneerde oud-financieel directeur van Heineken, drs. J.B.H.M. Beks.

In 1989 trad Kuijten zelf terug als president, eind '90 trok hij zich met de verkoop van enkele grote pakketten terug als aandeelhouder. Zijn vertrek werd in verband gebracht met Microlife, maar logischer was dat hij zijn handen vrij wilde maken voor een eigen deelneming van vijf à tien procent in Nashua. Kuijten wilde de distributie-activiteiten van Nashua kopen. In '89 hielp Kuijten ook Van den Boogaard met een plan om het Amerikaanse beursfonds Savin te kopen waar op dat moment tweeduizend mensen werkten. Nashua-distributie, Savin en HCS zouden een ijzersterke combinatie vormen.

Van den Boogaard had - toen hij nog bij Nashua werkte - al naar Savin gelonkt maar toen ontbraken hem nog de middelen. Kuijten bedacht een constructie waardoor de transactie wèl mogelijk werd. Door eerst een ander bedrijf te kopen (Colorocs) kon hij een meerderheidspakket krijgen in Savin. En via Savin kwam HCS aan een netwerk van zeshonderd verkooppunten in de Verenigde Staten en Canada die Ricoh copiers, printers en faxen verkopen.

“Ik wilde HCS nog wat extra's meegeven. Want in zekere zin laat ik met zo'n groei geen gemakkelijke erfenis na voor mijn opvolger”, zei Kuijten. Het extraatje heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een molensteen om de nek van HCS. De erfenis waarop Kuijten doelde heeft wel een hele wrange lading gekregen.

HCS raakte in financiële problemen. De nieuwe bestuurders Van den Boogaard en Sanders slaagden er in hun eerste jaar, 1989, niet in de prognose te behalen. Microlife werd als oorzaak aangewezen voor het feit dat HCS drie miljoen minder winst boekte dan verwacht. “Op het gebied van bedrijfsethiek moeten we Roomser zijn dan de paus”, verklaarde financieel directeur Sanders, daarmee afstand nemend van de praktijken van Kuijten.

De van Mars Nederland afkomstige Sanders wist commissarissen te imponeren door zijn snelheid van denken, maar hij zou te weinig greep op HCS krijgen om zijn woorden in daden om te zetten. Begin vorig jaar zei Sanders: “In 1990 varen we op safe, omdat we afgestraft zijn dat we 1989 de prognoses net niet haalden.” In april van dit jaar: “Nu is echt schoon schip is gemaakt”. Augustus '91: “Dit is het slechtste, ja echt slechtst denkbare scenario”.

Afgelopen week bleek het verlies niet veertig miljoen zoals hij begin vorig maand had gezegd, maar 125 miljoen gulden. De nieuwe, toegevoegde bestuurders Nelissen en ir J.M.H. Engelshoven (ex-Shell) ontdekten in enkele weken tijd nog eens twintig miljoen gulden aan stroppen.

Het is wat te simpel om te denken dat Savin een puur slechte investering is geweest. Zou Kuijten erin geslaagd zijn het bedrijf te koppelen aan bij voorbeeld de distributie-activiteiten van Nashua dan zou het avontuur anders zijn verlopen. Maar Nashua passeerde Kuijten en deed de activiteiten over aan Gestetner.

Slaagt HCS er niet binnen een jaar in Savin gezond te maken of te verkopen, dan zal HCS nog eens 65,5 miljoen gulden moeten afboeken plus reserveringen treffen voor claims. Zoveel eigen vermogen heeft HCS niet. Ook de laatste financiële injectie van de grootaandeelhouders en banken is daarvoor ontoereikend. Wanneer de financiers niet opnieuw bijspringen, gaat HCS failliet.

Terwijl in 1990 de kosten van Savin al begonnen tegen te vallen, kocht HCS toch in oktober Infotec van Hoechst. Infotec is een distributeur van faxen en kopieermachines in West-Europa. De omzet is met 500 miljoen gulden bijna even groot als van HCS Benelux en er werken 1300 mensen. De HCS-directie wist dat op het randje gebalanceerd werd. Dit bleek uit de ingewikkelde en langdurige financieringsconstructie en de betogen van de HCS-directie dat dit de laatste grote overname zou zijn.

Dat HCS doorzette was begrijpelijk. De overname van Infotec zou de mislukking van Kuijtens vrijage met Nashua kunnen verzachten. Savin en Infotec distribueren faxen en kopieer-apparatuur van het Japanse Ricoh. De combinatie Savin en Infotec beheerst een substantieel deel van de afzet van Ricoh en daarmee was HCS de grote onderhandelingspartij voor de Japanners.

In januari van dit jaar kwamen de eerste signalen dat het met HCS niet goed gaat. Het bedrijf maakte in december bekend op 22 procent winstgroei te rekenen, maar de aandeelhouders wisten kennelijk beter: de koers daalde met dertig procent.

Op 10 april van dit jaar schiep HCS duidelijkheid: de winst was zeventig procent lager dan voorspeld. Erger nog dan de winstval was de sterk verzwakte balans. Nadat deze was doorgelicht, schrapte de beurs de notering.

“En toen kwam Kuijten toevallig langs”, schamperde grootaandeelhouder Albada Jelgersma van Unigro toen in juni oud-grootaandeelhouder Kuijten met een plan op de proppen kwam. Kuijten had een constructie bedacht die HCS meer zou bieden dan de oplossingen van de andere grootaandeelhouders. Hij zou er zelf ook voordeel van hebben.

Zijn eigen voordeel zat in de verwerving van Infotec. Kuijten zou met Infotec in een andere constellatie toch verder kunnen werken aan een distributienetwerk van Ricoh artikelen. Hij zou bij voorbeeld zelf een combinatie met Gestetner kunnen uitdenken.

Het plan mislukte. Het kan zijn dat Kuijten zelf terugschrok voor komende verliezen van HCS, maar dat wordt nu door beide partijen ontkend. Het kan zijn dat de aandeelhouders niet wilden dat Kuijten een tweede Ricoh-georiënteerd netwerk zou opbouwen. Maar het meest waarschijnlijke is dat het plan Kuijten stukliep op doodgewone rivaliteit. Aandeelhouders als Albada Jelgersma, Van den Nieuwenhuyzen en stoeterijhouder Melchior zijn niet de mensen om na grote verliezen lijdzaam toe te zien dat een ander wèl winst boekt.

Niet alle aandeelhouders konden gemakkelijk geld vrijmaken voor een nieuwe emissie in HCS. Dat bleek op de 31e juli. Eén aandeelhouder moest eerst zijn oude pakket kwijt. De koers daalde spectaculair; commissaris van de notering, P.H.J. van Outersterp, haalde de notering door op verdenking van manipulatie. Van de grootaandeelhouders heeft alleen Van den Nieuwenhuyzen niet ontkend op die dag te hebben gehandeld. “Ik doe niet mee aan dat welles-nietes spel. Ik wacht dat onderzoek van de beurs met vertrouwen af”, aldus Van den Nieuwenhuyzen. De beurs heeft nog steeds niets bekend gemaakt, hoewel Van Outersterp al begin augustus heeft gezegd te weten wie erachter zit.

De nieuwe emissie is veel te gering om HCS in de huidige vorm te continueren. Dat HCS dat zelf ook vindt, blijkt uit de voordracht voor het nieuwe bestuur. Er is eigenlijk geen financieel-directeur voorgedragen, zoals HCS aan de aandeelhouders had beloofd. Deze hadden financiële man van het pijpleidingenbedrijf All Seas, drs. M.P. Niemandsverdriet, naar voren geschoven.

Voorgedragen is Nelissen, afgestudeerd als civiel-ingenieur. Vanuit zijn specialisme heeft hij zich bij Boskalis als "turn-around' bestuurder ontwikkeld. Hij moest er bij voorbeeld in 1984 ervoor zorgen dat de niet-baggergebonden activiteiten van het toen in problemen verkerende concern via constructies met banken werden afgevoerd.

Daarna verkreeg hij de positie van algemeen directeur bij het electrotechnisch bedrijf Nolte met tweeduizend werknemers. Hij moest het bedrijf voor de toenmalige eigenaar verkopen en stalde het ruim een jaar geleden bij Stork. Nelissen is dan ook meer dan een financieel-directeur. Hij is een man die weet hoe een bedrijf gesaneerd kan worden.