"Geheugencellen' vormen geheim van immuunsysteem

Het immuunsysteem heeft een onvoorstelbaar goed geheugen. Nog jaren nadat een lichaamsvreemde indringer voor het eerst in het bloed verscheen, wordt deze door het systeem herkend en onschadelijk gemaakt. Dit ijzeren geheugen ligt aan vaccinaties ten grondslag. Maar hoe het in stand kan blijven is voor de wetenschap een raadsel.

Men veronderstelt dat het immunologisch geheugen zetelt in een bepaalde klasse witte bloedcellen, de B-cellen. Een speciaal mechanisme, de geprogrammeerde celdood, houdt de populatie B-cellen in toom. Sommige B-cellen echter blijven vele jaren langer leven dan de meeste andere: dat zijn de geheugencellen.

Medewerkers van het Howard Hughes Medical Institute en de Washington University School of Medicine in St. Louis, Missouri, hebben het geheim van deze langlevende cellen ontdekt. De onderzoekers hebben aangetoond dat een gen (het Bcl-2 gen) B-cellen tegen de geprogrammeerde celdood beschermt. In sommige muizenstammen is de genregulatie verstoord waardoor dit gen extra vaak wordt afgelezen. Die overexpressie resulteert in opvallend lang levende B-cellen.

Er werden proeven gedaan waarbij geheugen-B-cellen van deze muizen werden overgebracht naar andere muizen. Die bleken dan een betere immuunrespons te krijgen voor de specifieke "indringers' waarvoor deze cellen geprogrammeerd waren.

Deze proeven bevestigen dat het Bcl-2 gen de geheugen-B-cellen paraat houdt nog lang nadat de andere B-cellen zijn afgestorven. Volgens de onderzoekers hoort het Bcl-2 gen, dat de celdood weet te overwinnen, thuis in de categorie proto-oncogenen. Dat zijn genen die na een mutatie of bij overexpressie tot tumorvorming kunnen leiden. (Nature, 5 september)