Ereschulden

In het artikel "Kamer geeft Indische Nederlanders nieuwe hoop' (NRC Handelsblad, 30 augustus), worden twee door het VVD-Kamerlid Wiebenga naar voren gebrachte punten aangehaald, waarmee het Stikker-Yoshida Protocol uit 1956 kan worden aangevochten.

Het eerste punt "vitium originis' geeft aan dat de staat het protocol, waarin afstand gedaan wordt op aanspraken van haar onderdanen, nooit had mogen ondertekenen. Als ik het goed begrijp is hier de Nederlandse regering over de schreef gegaan en zou daarop aangesproken kunnen worden. Dit verklaart in elk geval Lubbers' plotselinge ommezwaai in deze kwestie. Het tweede punt, de "clausula rebus sic statibus' (een verdrag blijft gelden, behalve wanneer de omstandigheden drastisch zijn gewijzigd) geldt ook voor Nederland zelf, dat van een arm land vlak na de oorlog tot een van de rijkste industriële landen van Europa uitgroeide.

Het zou wel eens aanleiding kunnen zijn voor al die duizenden Indonesische slachtoffers en hun kinderen om de Nederlandse regering aan te spreken op het leed dat zij tijdens het Nederlandse bewind, onder andere tijdens de politiële acties na de oorlog, ondergingen. Weliswaar geeft Nederland Indonesië omvangrijke ontwikkelingshulp, maar het is maar zeer de vraag in hoeverre deze hulp het smartegeld dat de betrokken slachtoffers toekomt, kan vervangen. Kortom, is er eigenlijk niet eerder sprake van Nederlandse ereschulden?