Elektra-collage mist timmermansoog

Voorstelling: Elektra van verschillende auteurs door theaterwerkplaats Het Balkon. Regie: Peter Huppes; decor: Rolien Beeker; spel: Liesbeth Prins, Ruud van Andel, Fleur de Graaf, Chris Junge, Piet Spee. Gezien: 4-9 Bovenzaal Stadsschouwburg Amsterdam. Nog te zien aldaar t-m 8-9, daarna elders.

Veel, heel veel zakjes toneelbloed worden leeggeknepen in Elektra, een voorstelling door theaterwerkplaats Het Balkon. Nu is de 2400 jaar oude tragedie over het geslacht Agamemnon weliswaar een bloedige geschiedenis, maar men stierf ook in het oude Griekenland slechts één keer. Zo niet in de nu door Peter Huppes geregisseerde versie van het verhaal, de dramatis personae gaan er meerdere malen achtereen dood. Clytaemnestra bij voorbeeld stort wel drie keer in een uur levenloos neer: het gevolg van het feit dat Huppes vijf verschillende versies van de mythe heeft verzameld en met die teksten een nieuwe Elektra-tragedie creëerde.

Aeschylos, Sophocles, Euripides, Sartre en Yourcenar, zij allen hebben hun sporen nagelaten in de Huppes-interpretatie. Mogelijk om de verwarring bij het publiek beperkt te houden, kondigen de acteurs, die allemaal van begin tot eind op het toneel blijven, aan wie ze citeren alsof ze de stand van een wedstrijd moeten bijhouden. Zodoende weten we dat Clytaemnestra eerst op Euripides-wijze wordt vermoord, vervolgens op z'n Yourcenars en tot slot zoals Aeschylos het beschreef.

De herhaling van deze gebeurtenis geeft aan hoe onzinnig de door Peter Huppes bedachte constructie in de praktijk is. Op papier lijkt het nog iets, zo'n onorthodoxe Elektra-voorstelling: je gaat na wat volgens verschillende auteurs uit de wereldliteratuur de motieven zijn van Elektra en Orestes om hun moeder Clytaemnestra en haar minnaar Aegisthus te vermoorden en op basis van die uiteenlopende visies stel je een tekst samen waarin ze allemaal aan de orde komen. Maar voorwaarde is wel dat alle schrijvers evenredig zijn vertegenwoordigd en hun opinies niet door elkaar gehusseld worden om er vervolgens naar willekeur iets uit te pikken. Er zou, kortom, iemand met een timmermansoog aan te pas moeten komen om de onderdelen naadloos aan elkaar te lassen. Gebeurt dat niet, dan is het resultaat een rommelige tekstcollage.

Een ander punt dat deze voorstelling parten speelt, is de al te gewilde humor. Flauw is het gesjouw met de dode Agamemnon in de vorm van een verminkte pop, flauw zijn de vele met bloed besmeurde handen en flauw is dat de spelers af en toe een bandje in de cassetterecorder moeten omdraaien om het verstomde achtergrondgetsjirp van krekels weer in gang te zetten. Naarmate het stuk vordert en de gemoederen meer en meer verhit raken, wordt dit geluidsdecor steeds frequenter overschreeuwd. Liesbeth Prins als Elektra is een wilde kat die bij tijd en wijle hysterisch om zich heen slaat; ook bij Orestes (Ruud van Andel) en Clytaemnestra (Fleur de Graaf) spelen de emoties hoog op. Alleen Chris Junge in de rol van Aegisthus blijft onverstaanbaar mompelend in een stoel zitten, om heel soms uit zijn lethargie te ontwaken en als een zombie te keer te gaan.