Directievoorzitter H. van Beers over streven naar A-status: "De VPRO wil afwijkend blijven'

HILVERSUM, 5 SEPT. “Er is op dit moment bij de VPRO sprake van een klimaatsverbetering, waarvan ik niet had gedacht dat die zo snel op gang zou komen.” Dat zegt H. van Beers (51), voormalig directeur van het Rotterdams Philharmonisch orkest is sinds 1 november vorig jaar tv-directeur en directievoorzitter van de VPRO. Sinds mei wordt hij bij de VPRO beschouwd als kandidaat voor het algemeen directeursschap. Over zijn plannen voor een nieuwe bedrijfsorganisatie en over de ambitie van het bedrijf om van de VPRO een A-omroep te maken spreekt de ledenraad zich op 14 september uit.

Met het streven naar de A-status, een andere topstructuur en de verhuizing naar één gebouw staat de omroep voor de grooste omwenteling sinds ze in 1968 haar vrijzinnig-protestantse juk afwierp. De VPRO begint, als de goedkeuring door de ledenraad een feit is, daags daarna is een ledenwerfactie, die voor de jaarlijks peildatum van 1 december 150.000 leden extra moet opleveren. Dat betekent dat de B-omroep in slechts tien weken tijd de sprong waagt naar de A-status, van 350.000 naar de vereiste 500.000 leden.

“In de eerste plaats gaat het ons erom de VPRO - en aanverwante programma's - veilig te stellen. Wij denken daarbij bij voorbeeld ook aan de NOS-programmering. Wij willen daarnaast op gelijkwaardige basis met de andere omroepen praten”, licht Van Beers het plan toe. Nu de herindeling van de drie zenders van de publieke omroep voor één jaar is uitgesteld, hoopt de VPRO-directeur zijn toekomstige net-partners (in het NOS-Meerjarenplan werd uitgegaan van NOS, VARA en VPRO op Nederland 3) straks als even grote omroep tegemoet te treden.

“Dit voorjaar bleek bij de herindeling van zenders dat de A-omroepen steeds de dienst uitmaken. De B-omroepen EO en VPRO hebben bij dat gesprek weinig in te brengen en de kleine zendgemachtigden worden uitsluitend als ongerief beschouwd. Bovendien vinden de omroepen die uitsluitend meer-van-het-zelfde brengen elkaar gemakkelijker dan een omroep met afwijkend gedrag. En dat afwijkende gedrag willen we vooral graag blijven vertonen.”

De VPRO moet om programmatische omroeppolitieke redenen A-omroep worden, zegt Van Beers. “We hebben alle opties voor een "vernieuwd' Hilversum op een rijtje gezet en of TROS en Veronica nu wel of niet uit het bestel stappen, we moeten groeien om ten minste onze huidige mogelijkheden te behouden: een vaste avond met daarop ononderbroken zendtijd.” Hij voegt het feit dat de VPRO voor de A-status "programmatisch en inhoudelijk rijp' is nog aan zijn argumentatie toe.

De vraag is of de VPRO in staat is om ineens een drastische uitbreiding van zendtijd daadwerkelijk te vullen: een A-omroep krijgt per jaar 735 uur en 15 minuten zendtijd, maar de 441 uur en 9 minuten zendtijd waar de VPRO als B-omroep nu recht op heeft, worden door de omroep niet eens allemaal benut. “Die terughoudendheid ten opzichte van je eigen expansie is heel goed, want hoge kwaliteit blijft ons uitgangspunt. Maar nu is het moment gekomen, heeft de programmaleiding mij verzekerd, dat we zo'n uitbreiding aankunnen.”

Van Beers denkt niet dat het gevaar bestaat dat er uiteindelijk een verpopulariseerde VPRO uit de bus komt: “Juist met het behalen van de A-status wordt de legitimering groter van het soort televisie dat wij altijd maken. Zoveel mensen worden niet lid om straks ineens iets anders te horen of te zien. Natuurlijk willen we wel dat zoveel mogelijk mensen onze programma's zien; helaas kijken er vaak minder mensen dan gewenst zou zijn.”

De VPRO-directeur is er van overtuigd dat er zeker een half miljoen Nederlanders zijn die "de typische VPRO-programmering' op prijs stellen: “De zelfde mensen die een kwaliteitskrant lezen, verwachten van ons via radio en televisie een andere dan gebruikelijk berichtgeving: wat meer diepgang, wat rust en beschouwing. Dat zijn de mensen die ook geïnteresseerd zijn in literatuur, die naar theater gaan en regelmatig een weekblad of een boek lezen.De mensen, kortom, die nadenken over de dingen. Daarvan zijn er aanzienlijk meer dan die 350 duizend die nu lid van de VPRO zijn.”

De ledenwerf-campagne, belooft Van Beers, zal "radio- en televisie-minnend Nederland' tien weken lang in haar greep hebben. Radio een televisie spelen een prominente rol, de programma's die volgens de VPRO in gevaar komen spelen de belangrijkste rol. Verder betracht de VPRO-directeur nog enige terughoudendheid, wel beaamt hij dat het streven van 150.000 leden in 10 weken "waanzinnig' is: “Dat is ook de slogan waarmee we de mensen lid willen overhalen: "Wie met ons van mening is dat dit waanzinnig is, die wordt nu lid.' Snelle jongens uit de marketing-wereld, gespecialiseerd in direct-mail, versleten ons voor gek. Dat sterkt ons in de gedachte dat 't moet kunnen.”

Ook als de campagne dit jaar niet lukt is het geen weggegooid geld, vindt Van Beers: “Dan proberen we de aanvraag per 1 december 1992 in te dienen. Die A-status is voor ons bijna iets metafysisch; het is niet ons doel, het is alleen maar een middel. Zeker als straks de minister zou besluiten om zendtijd per concessie over verscheidene jaren toe te wijzen.”

“Waar je ook komt”, vervolgt Van Beers misprijzend, “de achting voor Hilversum is nihil. Ik vind het ook volstrekt ongepast dat in vrijwel elke vergadering omroepvoorzitters quadrofonisch over "Den Haag' klagen: de minister deugt niet, de Kamer weet van toeten noch blazen en iedereen buiten Hilversum is eigenlijk krankzinnig. Maar "Hilversum' heeft nu duidelijk zèlf aangetoond dat men geen orde op zaken kan stellen.”

De VPRO heeft zich geruime tijd - zij het schoorvoetend - geschaard achter de plannen voor een "gedifferentieerd bestel' van NOS-voorzitter Max de Jong. Maar toen de beoogde net-partners VARA en NOS ten slotte besloten om per 1 oktober toch maar voor een andere zenderindeling te kiezen, distantieerde de VPRO zich. “Toen hadden we er zó onze buik van vol, we hadden zóveel spanning binnen het bedrijf moeten beteugelen, dat we besloten de rollen maar eens om te draaien. Nu gaan we kijken wie er met ons mee wil doen.”

De VPRO-directeur trof bij zijn aantreden een verdeeld bedrijf aan: gids, radio, televisie en vereniging waren vier eilanden, waartussen nauwelijks contact, laat staan warme banden bestonden. Aan die verdeeldheid moest een eind komen, constateerde in 1989 organisatie-adviesbureau Berenschot. Het bureau schetste een nieuwe topstructuur en haalde Van Beers binnen, die eerder bestuurlijke ervaring opdeed als (PvdA-)wethouder in 's Hertogenbosch en als reorganisator van gemeentelijke diensten te Amsterdam.

“Mijn opdracht was om een eind te maken aan de stammenoorlog, de tv-dienst te schonen en van de VPRO een beter geleid bedrijf te maken”, zegt Van Beers. De VPRO moest één organisatie worden met een éénhoofdige leiding, gebaseerd op het krantemodel: de hoofdredacteuren van gids, radio en televisie ondergeschikt aan de directeur. Van Beers constateert met tevredenheid dat hij al een eind op weg is: “De ironie bij de VPRO, die tot een permanente modus was verheven, is tot reëler proporties teruggebracht.”