De schoonheid van Adams' "eindeloze momenten'

Tentoonstelling: Photoworks '91. Ansel Adams en Ten American Artists. T-m 29 september in De Beyerd, Breda. Di t-m vr 10-17u; za en zo 13-17u. Catalogus ƒ 49,50.

De Noorse schilder Edvard Munch vreesde de fotografie niet als concurrent voor palet en penseel “zolang foto's niet in de hemel of in de hel genomen kunnen worden.” Aan zo'n helle- of hemelvaart had de Amerikaanse fotograaf Ansel Adams, wiens werk nu in Breda wordt geëxposeerd, helemaal geen behoefte. Het belangrijkste doel van de fotografie was volgens hem de "endless moments of the world' vast te leggen. En die momenten vond hij vooral in de uitgestrekte natuurreservaten in het westen van de Verenigde Staten zoals het Yosemite Park.

Zijn foto's zijn een genot om naar te kijken. De landschappen zijn van een grote schoonheid. Niet alleen de compositie, het beeld als geheel, is kristalhelder, maar ook de meest verfijnde details zijn haarscherp vastgelegd. Elk spoor van menselijke aanwezigheid ontbreekt vrijwel, het zijn verstilde vergezichten van bij voorbeeld besneeuwde toppen met laaghangende wolken. Ondanks het bescheiden formaat van de foto's wordt de toeschouwer er volkomen in opgenomen en voelt hij zich even eenzaam temidden van de ongerepte natuur.

Sinds zijn eerste bezoek op veertienjarige leeftijd aan het Yosemite Park in de Sierra Nevada heeft dit gebied Adams (1902-1984) niet meer losgelaten. Hij had er een "symbiotische relatie' mee, zoals hij het eens omschreef. Adams raakte betrokken bij activiteiten van de natuurbescherming en op zijn trektochten door de bergen hield hij een soort "visueel dagboek' bij.

Omstreeks 1930 gaf hij na lange aarzeling zijn pianostudie op voor de fotografie. Met zijn foto's wilde hij de toeschouwer iets vertellen over zijn persoonlijke ervaringen en stemmingen over de plekken die hij fotografeerde. Een foto moest een "equivalent zijn voor wat hij op dat moment zag en voelde'. Om dit te bereiken was een perfecte beheersing van de techniek voor hem essentieel, maar zonder visie en verbeelding blijft een foto nietszeggend.

Adams had die visie: de meeste mensen zouden vanuit een rijdende auto het gehucht Hernandez in New Mexico nauwelijks hebben opgemerkt, maar hij maakte er bij maanlicht een onvergetelijke foto. In de donkere kamer maakte hij vervolgens vele afdrukken voordat hij tevreden was met het resultaat. Of zoals hij het eens verwoordde: “Het negatief is de partituur, de print de vertolking ervan.”

Zijn contacten met andere fotografen als Alfred Stieglitz, Paul Strand, Edward Weston betekenden veel voor Adams. Samen met hen legde hij in het kielzog van het modernisme in Amerika de basis voor de fotografie als zelfstandige kunstvorm. Voor hen was de belangrijkste eigenschap van de fotografie dat zij ons in staat stelt gewone dingen op een nieuwe, intensievere manier te zien.

De foto's van Adams, in totaal 37, worden in De Beyerd tentoongesteld met het werk van tien jonge fotografen. De expositie was eerder in Amsterdam te zien. Afgezien van het feit dat de meeste van de jonge fotografen net als Adams in Californië werken, ontbreekt verder elk verband. Een van hen, Jean Ruiter (hij maakte de keuze voor deze expositie) verklaart zelfs in de catalogus dat hij geen “fotograaf is als Adams of Penn. Dat zijn meester-fotografen. Ik heb dat voyeurisme niet in me.”

Sinds Adams is er veel veranderd. Het lijkt erop of een fotograaf als John Hesketh nu wel een poging onderneemt om de hel te verbeelden. Zijn geënsceneerde taferelen met tuinmeubilair, barbecues en kapot kinderspeelgoed zijn gedompeld in giftige, onnatuurlijke kleuren. De kleuren herinneren dan wel aan films als Blue Velvet en Wild at Heart van David Lynch, maar het lukt Hesketh niet om de sfeer op te roepen van deze films die zowel angstaanjagend als absurdistisch is. Ondanks de infernale kleuren komen zijn foto's niet los van de werkelijkheid, voor mij blijft het gewoon een Californische achtertuin in luxueus Suburbia.

De meesten van de tien jonge kunstenaars maken geënsceneerde fotografie of gebruiken bestaande foto's die zij bewerken en opnieuw afdrukken. Het resultaat is helaas vaak weinig overtuigend. Foto's van verweerde en kapotte poppekoppen zijn sinds het surrealisme tot beeldcliché's geworden die hun oorspronkelijke zeggingskracht hebben verloren.

Corey Kaplan neemt foto's die in de jaren dertig in een ijzergieterij zijn genomen als uitgangspunt. Volgens een speciaal procédé drukt ze deze foto's opnieuw af op ijzeren platen die ze in de gieterij vond. Met haar werk weet zij, net als Eileen Cowin met haar foto's die op stills uit een mysterieuze film lijken, wel een persoonlijk verhaal te vertellen.

In de catalogus bij de tentoonstelling wordt Adams merkwaardigerwijs in het geheel niet genoemd. Waarom men juist voor deze combinatie heeft gekozen, blijft dan ook duister. Deze door Nederlanders vervaardigde Engelstalige publikatie wemelt van de fouten. Voor het Nederlandse publiek, waarvoor hij toch in de eerste plaats bestemd is, maakt dat het lezen er niet gemakkelijker op. Ik denk dat Adams het niet betreurd zou hebben dat hij in deze catalogus ontbreekt. Hij heeft met zijn credo "I photograph truthfully' eigenlijk niets gemeen met de meesten van deze kunstenaars.