De politiek is nog steeds een kerkhof van gemiste kansen

In de Sovjet-Unie staat achter het vervagende beeld van Michail Gorbatsjov een nieuwe rij machthebbers klaar om zaken te doen met het Westen: de leiders van de republieken, kleintjes als de Baltische staten, en grote als Rusland, de Oekraïne en Kazachstan.

Het is wennen. Het was de afgelopen jaren al wennen met de leiders van de naar onafhankelijkheid strevende Joegoslavische republieken, de Slovenen en de Kroaten: zij werden op hun bedel- en pleitreizen langs de Westeuropese ministeries als schooljongens behandeld en weggestuurd met de boodschap dat ze de volle sympathie van het Westen hebben, maar dat ze niet lastig moeten zijn.

Later kwamen ook de Balten, half illegaal, met beduimelde Sovjet-paspoorten en levend op de zak van sympathisanten in de ballingengemeenschap, hun opwachting maken bij de Westerse ministeries. Ze ondergingen hetzelfde lot. Ze kregen een kwartiertje van de minister, en dan werden ze op zijn best streng toegesproken en op zijn slechtst geschoffeerd. Die nieuwe zogenaamde ministers moesten zich vooral niets verbeelden. Dat Joegoslavië of de Sovjet-Unie uiteen zouden kunnen vallen was een denkbeeld dat niemand serieus kon nemen. Het kòn niet. En omdat het niet kon mòcht het ook niet. En dus werd de Kroaten, de Slovenen, de Balten en ook een man als Boris Jeltsin de deur gewezen, als lastige stoorzenders met teveel praatjes in het Grote Mooie Spel tussen Gorbatsjov respectievelijk de federale regering in Belgrado en het Westen. We doen hier nu eenmaal geen zaken met provinciehoofden, we doen hier alleen zaken met de Chef zelf.

Met name de Fransen hebben zich lelijk in de vingers gesneden toen ze eerst Jeltsin afpoeierden met een onbeschoftheid, een betere zaak waardig, en vervolgens al te haastig de staatsgreep tegen Gorbatsjov als voldongen feit accepteerden ver voordat in Moskou het laatste woord was gesproken: l'Imagination legde het even af tegen een al te plat realisme, Mitterrands altijd zo geroemde statesmanship en politieke visie verbleekten tot bekrompenheid en kortzichtigheid. De behandeling van Jeltsin is een belediging die de Fransen nog wel eens lelijk kan opbreken, want Boris Jeltsin heeft in zijn recente behandeling van Gorbatsjov bewezen een voortreffelijk geheugen te hebben en behoorlijk rancuneus te kunnen zijn.

Er zijn maar heel weinig landen in het Westen die de tekenen des tijds goed hebben begrepen. Polen loopt voorop - de voldoening die minister van buitenlandse zaken Krzysztof Skubiszewski gisteren in deze krant ten toon spreidde loog er niet om - toen het al in een vroeg stadium het begin van het eind van de oude, bekende staatsstructuren van de Sovjet-Unie zag naderen en bilaterale contacten aanknoopte met de Oekraïne, de Baltische landen, Wit-Rusland en Rusland. Dat was maar ten dele geografisch bepaalde wijsheid, want de Hongaren en de Tsjechoslowaken zagen die tendens niet en de Roemenen sloten zelfs een vriendschapsverdrag met de Sovjet-Unie waarvoor ze zich nu - terecht - voor het hoofd slaan.

Ook de Scandinavische landen bleken over een goede neus te beschikken. IJsland was het eerste land dat de Litouwse onafhankelijkheid erkende, de IJslanders, de Zweden en de Denen knoopten als eersten relaties aan. Weliswaar betekenen de Baltische landen niet zoveel als Rusland, de Oekraïne en Kazachstan, maar regionaal - voor de Noordse samenwerking - zijn ze wel degelijk belangrijk.

De rest van de buitenwereld moet zich eigenlijk diep schamen. Panelen in de wereld zijn aan het schuiven geraakt en het Westen stak als een struisvogel het hoofd in het zand en bleef almaar hopen op Gorbatsjovs vermogen de problemen ongeschonden te boven te komen en op dat van yesterday's men in Belgrado de federatie bijeen te houden.

Het doet een beetje denken aan het verleden: voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog deden zich soortgelijke situaties voor. In de kanselarijen en ministeries in Westerse hoofdsteden kreeg men opeens bezoek van allerlei onduidelijke komidatji's in lange jassen die vreemde verre talen spraken en die naties zeiden te vertegenwoordigen waarvan maar weinigen hadden gehoord. Een paar jaar later, toen het Ottomaanse, het Habsburgse en het tsarenrijk uiteenvielen, kwamen diezelfde onduidelijke heren aan de leiding van nieuwe staten - zoals de Finnen Sfinhufvud en Stahlberg, de Georgiër Zjordania, de Balten Päts, Smetona en Ulmanis, de Tsjechen Beneen Kramar, de Slowaak Stefánik, de Polen Dmowski en Paderewski, de Oekraïener Petljoera, de Albanees Fan Noli. Sommigen van hen veroverden zich zelfs een plaats van betekenis in de geschiedenis van deze eeuw: Tomás Masaryk, Józef Pilsudski, en niet te vergeten Vladimir Iljitsj Lenin. De politiek is een kerkhof van gemiste kansen - nog steeds.

Foto: Gorbatsjov en Mitterrand tijdens de bijeenkomst van de G-7 afgelopen juli in Londen. (Foto Reuter).