De goocheltruc van Lubbers III

Op het nippertje heeft het kabinet Lubbers III zich weten te redden. De automatische koppeling tussen lonen en uitkeringen, een van de paradepaardjes van de PvdA, is van de baan. Dat was de prijs die de PvdA moest betalen voor een iets minder harde aanpak van de arbeidsongeschikten. Tot diep in de kleine uurtjes hebben Bert de Vries en Wim Kok zitten rekenen. En de uitkomst mocht er wezen: de koppeling Volgend jaar mogen de uitkeringen met drie procent omhoog. Dat is dan wel niet genoeg om de prijsstijgingen, voor 1992 geschat op ongeveer 3,5 procent, bij te houden. Maar door de belasting een stukje te verlagen komen de uitkeringsgerechtigden toch precies aan hun trekken. Volgend jaar kunnen ze dan evenveel kopen voor hun uitkering als dit jaar. Per saldo ontvangen ze in 1992 3,6 procent erbij.

Ja, maar die oude koppeling hield toch meer in dan alleen maar behoud van koopkracht? Die garandeerde dat de uitkeringen net zo hard zouden mogen stijgen als de lonen in het particuliere bedrijfsleven. Als de koopkracht daar toenam, zouden de mensen met een uitkering net zo hard meeprofiteren. Ook daar hadden de heren wat op gevonden. Of de vakbeweging volgend jaar zo vriendelijk zou willen zijn het zuinigjes aan te doen met zijn looneisen. Als de loonstijging in de marktsector in 1992 beperkt blijft tot maximaal 3,75 procent, lopen de uitkeringen keurig mee in de pas. Net als bij handhaving van de koppeling zou gebeuren. Zoals elke goocheltruc blijkt ook deze een dubbele bodem te hebben.

Voor het slagen van de truc is de medewerking van de vakbeweging onontbeerlijk. En dat die er zal komen is op z'n zachtst gezegd twijfelachtig. De verhouding tussen kabinet en vakbeweging is na de ingrepen in de WAO en de Ziektewet nogal vertroebeld. Een paar reacties van de vakbeweging op de kabinetsplannen. Karin Adelmund, vice voorzitter van de FNV: "Eerst word je gerold en dan komen ze langs met de collectebus'. En Henk Hofstede, voorzitter van het toch meestal wat gematigder CNV: "Ik voorzie dat het sociaal-economisch klimaat een stuk grimmiger zal worden'. Op welwillende medewerking van de bonden aan het kabinetsbeleid kan dus niet worden gerekend.

Het beste waarop het kabinet kan hopen is dat de vakbeweging zelf redenen heeft zich loonmatigend te gedragen. Een motief daarvoor zou kunnen zijn dat te forse loonstijgingen slecht zijn voor de werkgelegenheid. Als de bonden loonsverhogingen van gemiddeld zes à zeven procent uit het vuur weten te slepen, snijden ze in eigen vlees. Zulke lasten kan het Nederlandse bedrijfsleven niet dragen. De winstgevendheid en de internationale concurrentiepositie zouden daardoor in de knel komen. En dat kost arbeidsplaatsen.

Maar ook als we aannemen dat de loononderhandelaars beseffen dat ze het bedrijfsleven niet moeten opzadelen met te hoge kosten is de koppeling nog niet gered. Uitgaande van een prijsinflatie van 3,5 procent en een produktiviteitsstijging van één procent, kunnen de lonen in 1992 met 4,5 procent omhoog zonder het bedrijfsleven in problemen te brengen.

Als Lubbers en Kok pleiten voor loonmatiging bedoelen ze dat de vakbeweging niet het volle pond moet halen bij de bedrijven. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft uitgerekend dat de werkgelegenheid erbij gebaat is als de bonden een deel van de loonruimte in de bedrijven laten zitten. Als de lonen in 1992 met maar drie procent zouden stijgen, zou dat over een paar jaar zo'n 15 à 20.000 banen kunnen opleveren.

Dat lijkt mooi meegenomen in de strijd tegen de nog steeds veel te hoge werkloosheid. Maar het is de vraag of meer werkgelegenheid wel zo'n probaat middel is om de werkloosheid terug te dringen. Het grote probleem op de Nederlandse arbeidsmarkt zit 'm in de aansluiting tussen werkzoekende en werk. Ondanks een officieel werklozenbestand van ongeveer 350.000 personen, moeten we lassers en verpleegkundigen uit Oost Europa laten komen. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat de vakbeweging zijn leden warm kan krijgen voor zo'n onzeker resultaat.

En solidariteit met de uitkeringsgerechtigden? Zou dat geen goede reden kunnen zijn voor loonmatiging? Nee, want de uitkeringen zijn nu immers losgekoppeld van de lonen. Of de lonen in het bedrijfsleven nu met 3,75 procent of vijf procent stijgen maakt voor de hoogte van de uitkeringen niets uit. Die krijgen er, inclusief het belastingvoordeel, maximaal 3,6 procent bij.

Door het lot van de uitkeringsgerechtigden te leggen in handen van de vakbeweging worden deze zeker op achterstand gezet. De vakbeweging kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de hoogte van de uitkeringen. De zorg voor een rechtvaardige inkomensontwikkeling mag niet worden afgeschoven op anderen. Die moet het kabinet zelf op zich nemen.