De eerste les

Vroeger vertelde ik op de eerste les over mezelf. Hoeveel kinderen en hoe oud, waar op vakantie en welke hobby's. Dat werd op prijs gesteld, dat dacht ik tenminste.

Maar als ik nu vertel dat mijn kinderen jaren ouder zijn dan zij, slaat de walging toe. Zie je wel, die man is een soort opa. Daar valt niet mee te communiceren. Nee, voor een gezellige leraar moet je er één hebben, die twintig jaar jonger is, waarmee je kunt voetballen, waarbij je nog als babyoppas kunt werken, die nog met zijn eigen organen voelt hoe het is: puberteit. Jullie tijd komt nog wel, jonge collega's, de tijd dat je niet met een parelende glimlach wordt begroet, de tijd dat je geen wandelend imago bent. Als ze je nu niet leuk vinden, lukt het nooit meer.

Vroeger vertelde ik ze wat ze nodig hadden: een schrift met lijntjes. Dat schrift was nodig om hun werk in te kunnen nemen ter correctie. Of het moest juist een klapper zijn met 12, 23 of 7 ringen met ruitjespapier, zodat ik hun werk in kon nemen ter correctie. Er moet niet overdreven worden: ik wil het werk wel innemen, maar de correctie moeten ze zelf doen. Ze hadden een gummetje nodig, maar ze gebruiken tegenwoordig Pritt (men beweert dat de kwalijke dampen oorzaak zijn van ernstig hersenletsel, wat een verklaring biedt voor snel verslechterende onderwijsresultaten) en kladpapier, maar ze hebben rekenmachines. En ze hebben boeken nodig, maar ze vergeten ze toch of, wat vaker het geval is, ze hebben ze toch bij zich.

Vroeger vertelde ik waar het vak over ging en dat het heel leuk was, maar daar twijfel ik zelf aan. Dat het heel nuttig was, maar daar twijfel ik nog meer aan. Vroeger legde ik ze uit, dat ze hard moesten werken, maar dat zijn ze in het begin van het jaar allemaal van plan en daar krijgen ze op den duur allemaal een hekel aan. Of ik vertelde ze dat ze met goed opletten een heel eind kwamen, maar dat is niet altijd zo.

Vroeger legde ik uit dat ze bij mij geen geintjes moesten uithalen of dat ze best wel eens een geintje konden uithalen en dan zag je ze denken: "wat een aardige man' of "wat een emmer'. Dat ze niet zomaar de ramen konden openzetten, dat ze hun mond moesten houden als ik sprak, dat ze de plantjes niet van de vensterbank moesten stoten en dat ze hun huiswerk moesten maken. Dan zetten ze een week lang geen ramen open, hielden hun mond als ik sprak, stootten geen plantjes van de vensterbank en maakten hun huiswerk. Ik vertelde dat ik heel redelijk was, zolang zij dat waren. Dat dit een heel leuke school was, maar dat veel afhing van hun eigen bijdrage. En dat wij gezamenlijk, gezamenlijk, gezamenlijk...

Vroeger duurde de eerste les wel twee lessen. Dit jaar begin ik met de tweede les.