Clowneske uithalen in debuut van A. Manuel

Voorstelling: Ik wil een beest in mijn bed, solo van André Manuel. Gezien: 4-9 in Klein Bellevue, Amsterdam. Aldaar t-m 14-9, daarna elders.

André Manuel, vorig jaar toegejuicht als winnaar van het Leids Cabaretfestival en nu te zien in zijn eerste theatersolo, begint de debuutvoorstelling met het verhaal van een jongeman die vastgebonden ligt op de treinrails, op een traject in het oosten des lands. Hij heeft alle tijd om het leven aan zijn geestesoog voorbij te laten gaan, want het is een rustig lijntje.

Dat is een opening die iets belooft, een aardig kader waarin alles zou passen wat hij de rest van de avond te zeggen heeft. Maar hij gebruikt de situatie uitsluitend voor wat actuele - overigens rake - grappen. Vervolgens begint hij aan een ander verhaal te bouwen, dat pas veel later tot volle wasdom komt. Intussen werkt hij een paar conférences van ongelijk niveau af en zingt wat liedjes, waarvan alleen een Nederpop-versie van The end (over de exploitatie van The Doors) en een cabaretlied over Nederlandse toeristen in Joegoslavië in mijn geheugen bleven hangen.

En toch heeft André Manuel talent. Uit zijn onschuldige jongenshoofd komen snelle terzijdes, bizarre sprookjes en clowneske uithalen. Hij intrigeert, maar heeft nog te weinig overwicht om de aandacht elk moment vast te houden. Ik wil een beest in mijn bed heeft te weinig samenhang, het is ongeregisseerd, onevenwichtig en soms te moralistisch om leuk te zijn. Maar tegelijk is zijn voorstelling op een aangename manier onvoorspelbaar. Datzelfde geldt, denk ik, voor zijn cabaret-toekomst.